Moet je als vrouw kiezen: moeder óf kunstenares zijn? Kun je tegelijk kinderen grootbrengen én componeren? Dat is de insteek van Sloop, de jongste roman van Anna Enquist. Het was ook de vraag die mijn pianolerares Axelle Kennes bezighield toen ik haar vijf jaar geleden interviewde voor Vrouw aan de piano. Intussen zette ze twee zoontjes op de wereld en is ze opnieuw volop aan het componeren. Geen betere gesprekspartner om te reflecteren over Enquists boek.

Alice Augustus, het hoofdpersonage van Sloop, wil het maken als componiste. Onder pseudoniem en dus eigenlijk anoniem verdient ze goed met ‘banale muziek’ voor commercials, maar ze wacht al jaren op publieke erkenning via een opdracht van een gerespecteerd orkest. Op het einde van het boek zal ze triomferen met de uitvoering van haar trompetconcerto en de creatie van het opdrachtwerk Sloop. Ondertussen zijn we deelgenoot van haar worsteling met een dwingende kinderwens. Ze denkt dat ze als vrouw toch ook maar beter moeder is om geslaagd te zijn in het leven. Na een onverwachte zwangerschap die uitmondt in een miskraam, probeert ze met haar nieuwe man opnieuw zwanger te worden. Het moeizame ivf-proces zit het componeren in de weg. Wanneer ze er wel in slaagt, voelt ze aan haar werktafel een soort bevrijding. Componeren ging haar altijd heel makkelijk af, het gaf haar rust, in tegenstelling tot het dagelijkse leven. Tegelijk heeft het iets van een vlucht.

Anna Enquist.

Of en hoe Anna Enquist de getormenteerde Alice een uitweg biedt uit haar dilemma, laat ik hier in het midden om niet aan plot spoiling te doen. Maar in interviews liet de schrijfster er weinig twijfel over bestaan: ‘Ik denk dat het een biologisch feit is dat we moeten accepteren. Als moeder van heel jonge kinderen moet je enorm op die kinderen gefocust zijn. In die jaren is er niet veel over voor andere dingen’, verklaarde ze in een interview in Trouw

Toen haar eigen kinderen jong waren, gaf het moederschap Enquist, behalve psychoanalytica ook pianiste en celliste, al genoeg vervulling, voegde ze eraan toe: ‘Ik was overigens niet verdrietig of boos dat ik daarnaast geen kunst kon maken. Ik dacht niet: ik wil eigenlijk iets anders. Ik wou helemaal niks anders. Het was bij mij geen dilemma. Ik was veel te blij met de kinderen.’

Zou de biologisch-deterministische boodschap van Anna Enquist (1945) generatiegebonden kunnen zijn? In ieder geval stemde ze me toch wat ongemakkelijk en ik wist niet of ik het met de teneur van het boek eens kon of wilde zijn. Maar als niet-componiste zit ik dan ook niet met het ‘probleem’. Daarom vroeg ik Axelle, mijn componerende pianolerares, mee te lezen. 

Vrouwonvriendelijke componistenwereld

Ikzelf had het boek vrij snel uit, Sloop leest erg vlot. Axelle zegt me, bij een goed glas bier op een terras na het einde van het schooljaar, dat ze het ook graag gelezen heeft. Ze zag er veel symboliek en dubbele bodems in, maar ze had moeite met het hoofdpersonage. ‘Alice is in alle opzichten een atypische figuur. In haar moeilijke kindertijd heeft ze weinig zelfwaardering gekweekt, maar ze is desondanks erg eigengereid geworden en zo komt ze uiteindelijk tot wat ze doet: zich als enig meisje inschrijven voor de slagwerk- en de compositieklas van het conservatorium. Maar dat alles maakt dat ze ook een onsympathiek personage is. Ze plaatst zich boven de anderen, kraakt hun ideeën zonder meer af. Ze stelt zich nooit de vraag of wat die andere componisten doen, ook niet waardevol kan zijn. Had Anna Enquist in die vrouwonvriendelijke componistenwereld waarin Alice vertoeft, een dergelijke figuur nodig om haar punt te maken? De situatie die ze schetst, mogelijk geïnspireerd door de tijd dat ze zelf aan het conservatorium studeerde, staat alleszins in groot contrast tot wat ik zelf ervaren heb in mijn opleiding en daarna.’

In een gesprek met haar schoonzus Floor zegt Alice (Sloop, p. 291): ‘Meteen toen ik ging studeren zei mijn docent al dat een componist geen kinderen heeft. Hij was er heel uitgesproken over.’ Floor reageert schamper: ‘Een componist heeft een vróúw die kinderen heeft.’ Floor is beeldend kunstenares, maar heeft zich erbij neergelegd dat haar kinderen nu op de eerste plaats komen. Ze spiegelt Alice een weinig inspirerende toekomst voor (p. 281-282):

‘Je hebt ook een vak waarvoor je onbelemmerd moet kunnen denken, dag en nacht zo’n inval onderzoeken en in je hoofd proberen te realiseren op allerlei manieren. Dat deed ik voordat de kinderen er waren. Heerlijk. En dat veranderde totaal. Ik heb het niet over gebrek aan tijd of slaap of wat – daar gaat het niet om. Ik had geen ruimte meer in mijn hoofd: die ruimte werd ingenomen door mijn betrokkenheid bij de kinderen. Baby’s slapen veel in het begin en later zitten ze in de crèche of op school. Tijd zat. Maar geen ruimte. Ik stond in de supermarkt te studeren op potjes babyvoeding. Kapucijners met appelmoes, spinazie met kabeljauw. Geen vrije gedachten meer, ik wist niet eens meer wat dat was, ik was het gewoon kwijt!’

Heel herkenbaar

Ze kan het zich wel voorstellen, geeft Axelle toe, de situatie die Floor schetst, is heel herkenbaar. Toen ik haar in 2017 interviewde voor Vrouw aan de piano, tobde ze al hoe een leven met kinderen eruit zou kunnen zien (p. 289):

Axelle Kennes.

‘Ik zie het in mijn omgeving,’ zegt ze wat vertwijfeld, ‘jonge moeders die geen tijd meer overhouden, vaak te moe zijn, en me waarschuwen dat ik zelfs mijn piano zal moeten vergeten als ik aan kinderen begin. Maar dat wil ik helemaal niet.’ 

Axelle herinnert zich ons gesprek nog goed. ‘Op dat moment stond ik daar helemaal niet voor open. We zullen wel zien, dacht ik. Toch denk ik dat dat ook wel een goede houding was: je moet blijven geloven in wat je doet als kunstenaar. Maar nu herken ik het wel.’ Ondertussen is ze mama van twee zoontjes van vier en twee jaar en om eerlijk te zijn, werd het in bepaalde opzichten wel zoals het haar werd voorgespiegeld.

‘Ik ben in zekere zin blij dat ik lang gewacht heb met kinderen, tot het moment dat ik er meer klaar voor was. Ik heb hard voor de kunst geleefd, dag en nacht gewerkt. Op het moment dat ik mijn eerste zoontje kreeg, was ik er ook wel op uit om dat hoofdstuk af te sluiten. Wat helemaal niet wil zeggen dat je er niet meer voor wil gaan of er niet meer mee bezig wil zijn. Dat het die eerste jaren zo intens zou zijn met de kinderen, dat wist ik toen nog niet. Het gaat allemaal over de juiste balans vinden.’

Totaal overspannen

De voorbije jaren waren op zijn zachts gezegd niet makkelijk voor het jonge gezin. Het jongste zoontje bleek veel medische zorg nodig te hebben. Er was ook die moeilijke periode van corona en lockdown. Er waren werken in huis. En dan was er nog dat ongeluk met haar vinger – waarover verder meer. Niet te verbazen dat ze zich al drie jaar ‘totaal overspannen’ voelt. ‘Dat mag je letterlijk nemen: sinds de geboorte van onze oudste heb ik een gespannen kaak, alsof ik een permanente oorontsteking heb. Ik volg er nu fasciatherapie voor die inwerkt op het bindweefsel en zorgt voor een betere doorbloeding. Ik moet leren bewust om te gaan met die spanning, die eigenlijk niet nodig is.’ 

‘Sowieso zorgt een kind vaak voor spanning in een relatie. Je huishouden wordt veel intensiever, er moet meer gepland worden. Vóór je kinderen hebt, draait je leven toch vooral rond jezelf. Een kind plaatst je voor vragen en uitdagingen waar je vroeger nooit over hebt moeten nadenken. Plots blijken er ook zoveel mensen over je schouder mee te kijken: je ouders en schoonouders die meer over de vloer komen, de babysit, juffen in de crèche en op school, buren die je kinderen horen huilen of luidruchtig spelen in de tuin. Je vraagt je af welke verwachtingen al die mensen hebben van jou als ouder. Of je dénkt toch dat ze je voortdurend op de vingers kijken. Uiteindelijk hebben Jan en ik de lat toch wat lager gelegd. We hoeven niet altijd verse biogroenten te eten, er mag al eens iets uit de diepvries op tafel of onze ouders brengen iets mee. Praktische oplossingen waardoor je toch eens een dag kan doorwerken. En als er te veel kruimels op de vloer liggen, trekken we onze pantoffels wel aan.’

Helend en vervullend

Maar al is de situatie herkenbaar, dat wil nog niet zeggen dat Axelle het helemaal eens is met Floor – en met Anna Enquist. ‘Floor geeft het op en is er alleen nog maar voor haar kinderen. Voor mij blijft het kriebelen, ik voel dat er meer is, ik heb meer artistieke en/of intellectuele voeding nodig. Dat is ook mijn drijfveer om het vol te houden. Ik wil wél verdwijnen in een andere wereld, vluchten naar die warme en zorgeloze van de muziek, weg van de overprikkelende wereld van de kinderen. Want ik voel me vaak overbevraagd. Componeren is dan erg helend. Ook pianospelen blijft enorm vervullend. Als ik zo dan een paar uren heb kunnen werken, kan ik daarna veel meer verdragen.’

Axelle geeft haar eenjarige zoontje even uit handen, juni 2018.

‘We moeten als mama’s leren die tijd en ruimte voor onszelf op te eisen, we stellen ons veel te beschikbaar op. Een vriendin met wie ik vroeger kindervoorstellingen maakte, verraste me enkele maanden geleden met haar opmerking dat ik daar nu wellicht geen tijd voor heb. Daar heb ik me tegen verzet. Ik heb het mentaal nodig om daar wél tijd voor te maken.’

Meer dan alleen maar mama

Voor haar kinderen ziet ze geen probleem dat ze al eens wat meer ‘afwezig’ is en het tijd is voor een papa- of oma-moment. ‘Ik wil dat ze weten dat ik meer ben dan alleen maar mama. Onlangs ben ik met Jan in de kleuterklas muziek gaan spelen. Onze zoon was supertrots. Sindsdien laat hij me thuis ook makkelijker piano spelen en eist hij mijn aandacht minder op. Hij heeft er veel meer begrip voor gekregen.’

Al kan er niet altijd gecomponeerd worden en moet ook dat goed gepland worden. ‘Theatermakers en schrijvers gaan wel eens in residentie om een week te kunnen doorschrijven en niks anders te moeten doen. Ik zou ook het best een werkplek – mét piano – hebben om alleen maar met componeren bezig te kunnen zijn. Maar vooralsnog doe ik het thuis, wanneer de kinderen er niet zijn of wanneer ze slapen. Jan verwacht gelukkig niet dat we elke avond gezellig samen doorbrengen. En als ik dan nog piano wil spelen, zet hij wel een hoofdtelefoon op. Hij vindt het fantastisch dat ik opnieuw componeer en motiveert me ook. Omgekeerd speelt hij ook muziek in verschillende groepen en ondersteun ik hem daar ook in.’

Leven zonder componeren?

Zou Axelle kunnen leven zonder componeren? Het is een vraag die Wim Henderickx, haar eerste compositiedocent aan het conservatorium, destijds stelde: “Wil jij compositie studeren als hoofdvak? Dan moet je nadenken over het volgende: kun je leven zonder? Indien nee, dan mag je volgende week terugkomen. Indien ja, ga dan iets anders studeren, want het is bijzonder veeleisend. Het moet een plek in je leven innemen.’’’ 

Axelle bevestigt: ‘In het beste geval ben je er uren per dag mee bezig aan je werktafel, maar je ligt er ook ’s nachts wakker van’, bevestigt Axelle. ‘Dat is anders dan wanneer je pianospeelt of danst. Ook dan creëer je keer op keer iets dat er voordien niet was. En dat maakt dat je als mens groeit. Maar als componist of schilder ontstaat er echt iets nieuws vanuit het niets, dat is een andere dimensie.’

Toch stond het componeren vele jaren op een laag pitje, ook door haar zoektocht of ze nu meer piano wilde spelen dan wel schrijven. Ze creëerde en speelde kindervoorstellingen en verkende de jazzpiano. ‘Kon ik toen leven zonder componeren? Ja, maar het voelde onaf. Nu voel ik me écht gelukkiger.’

Ze begon er een goed jaar geleden weer aan. ‘Op een dag fietste ik terug van mijn fasciatherapeute, waar altijd Arvo Pärt opstaat, en kreeg ik mijn eerste compositie in lange tijd in mijn hoofd. Ik ben aan de piano gaan zitten en heb ze in een paar uur tijd uitgeschreven. Voordien zong ik ook wel al eens ideeën in in mijn telefoon wanneer ik ging wandelen met mijn zoontjes. In september 2021 heb ik me opnieuw ingeschreven voor compositielessen, bij Mathias Coppens. In de klas van Wim Hendrickx waren wij vrij atonaal bezig. Het was niet verplicht, maar ik zat mee in die flow. Hoe langer hoe meer voelde ik daar weerstand tegen, al wilde en durfde ik ook niet echt naar de tonaliteit. Ik heb wat tijd nodig gehad om een nieuwe muzikale taal te vinden. Mathias heeft me vertrouwen gegeven om het systeem los te laten en veel intuïtiever te schrijven. Nu luister ik veel beter naar wat ik schrijf.’

In pink gesneden

Misschien heeft die andere ingrijpende gebeurtenis haar ook wel weer op het spoor van het componeren gezet, zegt ze met enige aarzeling. Bijna twee jaar geleden sneed Axelle tijdens het koken een pees in haar pink over… Een ‘ongelukje’ met uitermate dramatische gevolgen voor een pianiste. Na twee operaties en niet-aflatende vingeroefeningen bij de kinesiste ziet het er intussen beter uit. Een leven als concertpianiste kan ze nu dan wel echt vergeten – mocht ze dat al ooit op het oog hebben gehad – maar de meeste werken kan ze, al dan niet met wat aanpassingen, wel weer spelen. 

Concert van Vrouw(en) aan de piano, november 2021.

‘Dat ongeluk met mijn vinger is bijzonder heftig geweest en ik wil het zeker niet vrolijk en positief voorstellen terwijl het zo pijnlijk en verdrietig was’, zegt ze. ‘Maar misschien heeft het me wel over de streep getrokken. Ik ging destijds naar Parijs om me te vervolmaken aan de piano. Maar ik zat met podiumangst. Piano studeren kost me ook veel tijd en energie. Daarentegen was ik zonder veel moeite door mijn componistenopleiding gefietst, ik studeerde af met grote onderscheiding. En toen kón ik met die pink plots geen piano meer spelen. Kon het nog duidelijker dat ik voortaan gewoon moest componeren?

Klein durven denken

‘Ik ben wel goed in dingen oppikken die op mijn weg komen. Ik geloof dat ik ook veerkrachtig ben. Je moet wel klein durven denken en dan de mogelijkheden zien – iets wat de Alice van Anna Enquist niet kan. Die zal niet zo snel zoeken naar oplossingen, en vooral niet zo snel tevreden zijn met minder. Zij wil grote werken schrijven omdat ze zo in elkaar zit. Een dergelijke karaktertrek brengt mensen die ervoor willen gaan natuurlijk ook heel ver. Die schrijven symfonieën. Mijn meer bescheiden inzet beperkt zich nu tot een suite van 13 delen voor piano solo. Misschien is er later ruimte voor meer, daar hoop ik ook op. Vriendinnen zeggen me wel eens dat ik te weinig ambitieus ben. Ik weet het niet. Die 13 stukken van mijn Metamorfosen wil ik toch ook wel opnemen en uitgeven.’

Aan het einde van onze intense avond laat Axelle me alvast op haar telefoon een opname van Zilte vloed horen, een stuk dat ze net zoals de overige twaalf delen van Metamorfosen componeerde met een bepaalde persoon voor ogen. Allemaal mensen die door miserie (ziekte, scheiding, burn-out, depressie, verdriet,…) nood hebben aan een ‘metamorfose’. ‘Het componeren was een heel speciaal proces dat ik moeilijk kan beschrijven. Een bijzondere ervaring, waarbij je ook voelt dat je een maatschappelijke functie vervult: je bent iets voor iemand aan het doen – terwijl die persoon dat nog niet noodzakelijk weet.’

Zilte vloed is niet aan mij opgedragen, en toch geeft ze me in dit prille stadium van haar compositie ook nog de partituur. Ik voel me andermaal vereerd, net zoals toen ze me haar opus 1 liet spelen terwijl ik Vrouw aan de piano aan het schrijven was.

Gelukkig maar dat de immense metamorfose van het moederschap het verdere kunstenaarschap niet in de weg staat – of hoeft te staan.

______________

Anna Enquist: Sloop, Uitgeverij De Arbeiderspers, 296 p.