Met de canon had ze het helemaal gehad, stelde pianiste Marlies Cornelis vast tijdens haar conservatoriumstudies. Voortaan zou ze het op haar manier doen: aan de piano verhalen vertellen waarin ook vrouwelijke thema’s een plaats krijgen. En daar kunnen zowaar een vibrator en een barbiepop aan te pas komen. Toch zweert ze virtuoos pianospel niet af, zo mag blijken uit de werken die Frederik Croene en Benjamin Windelinckx voor haar componeerden. Met haar concert tijdens Festival 20:21 in Leuven wil ze haar veelzijdigheid demonstreren – al dan niet in dialoog met die verfoeide canon. Maak kennis met een eigenzinnige pianiste-componiste.

Marlies Cornelis debuteert met een veelzijdig en eigenzinnig programma op Festival 20:21. © vja

‘Marlies Cornelis denkt na over wat ze doet, ze heeft inhoudelijke ideeën.’ Zo introduceert Maarten Beirens, artistiek leider van het Leuvense Festival 20:21, de jonge pianiste bij haar eerste grote soloconcert. Die eigenzinnigheid bleek drie jaar geleden al toen Marlies (1997) voor haar afstudeerproject aan het conservatorium een programma samenstelde met enkel werk van vrouwelijke componistes. Een weloverwogen keuze, vertelt ze, waaraan een periode van toenemende twijfel en ontgoocheling vooraf gegaan was. 

Gebrainwasht

Tijdens haar conservatoriumstudies aan het KASK in Gent begon ze zich steeds meer vragen te stellen bij de canon van gevestigde, alom gewaardeerde klassieke werken. ‘Ik vind dat we door die canon op de een of andere manier gebrainwasht worden. Mocht ik andere muziek nog wel goed vinden, vroeg ik me af. Het lukte me niet meer om op een ontspannen manier naar muziek te luisteren. Had ik immers niet de tools gekregen om muziek te analyseren en moest ik niet altijd een kritische mening vormen? Door de canon blokkeerde er veel in mijn hoofd.’

‘Bij mijn examen stelde ik bovendien vast dat de juryleden eigenlijk niet meer luisterden. Hun commentaren ging helemaal niet over de muziek en nog minder over mij. Ze keken enkel nog naar de partituur en hoe die – volgens hen – historisch correct uitgevoerd moet worden. Ik had er niks aan om verder te geraken. Na mijn eerste jaar master had ik het volledig gehad met die canon. Ik wilde er los van geraken, en dan kom je bijna automatisch uit bij vrouwen want die vind je niet in de canon.’

In de twintig

Marlies Cornelis tijdens haar master-recital. © Tim Theo Deceuninck

‘Voor mijn eindexamen zocht ik werken die de jury wellicht niet kende, zodat ze zonder vooroordelen zou luisteren naar een concert in plaats van naar een examen. In de loop der jaren had ik al een lijstje gemaakt met stukken die ik ooit wilde spelen. Daarop stond voornamelijk werk van vrouwen, soms per toeval ontdekt via YouTube. En toevallig of niet waren de drie werken die ik selecteerde voor mijn eindproject – Fantaisie van de Franse componiste Hélène de Montgeroult (1764-1836), 9 Preludes van de Amerikaanse Ruth Crawford (1901-1953) en Musique pour Mallarmé van de Roemeense Ana-Maria Avram (1961-2017) – geschreven toen die componistes net zoals ik in de twintig waren. Daarom gaf ik mijn programma de titel Twenty-Something (f.). Het gaf me een goed gevoel om een dergelijk verhaal te brengen.’

Haar docente Keiko Shichijo reageerde positief op haar voorstel. Ook de jury bleek het een interessant programma te vinden. Ze verraste de pianiste met een uiterst hoge quotering: 19 op 20. ‘Een jaar eerder had ik maar een 13 behaald. Het kan toch niet dat ik in een jaar tijd zoveel beter had leren spelen? Ik denk dat de jury op een ander manier geluisterd heeft.’

Rebels kantje

Voor haar masterproef verkende ze nog een ander rebels kantje. Ze onderzocht hoe ook 19de-eeuwse pianistes zich soms probeerden te bevrijden van een keurslijf. Piano kunnen spelen mocht toen voor meisjes uit de burgerij dan wel een troef zijn op de huwelijksmarkt, ze hadden zich te houden aan een hele reeks etiketten. Hoe ze aan de piano zaten, de manier waarop ze speelden, de stukken die ze lieten horen: het was allemaal niet eender.

Illustratief zijn de brieven die Carl Czerny schreef aan jonge vrouwen, gebundeld als Letters to a Young Lady, on the Art of Playing the Pianoforte (1871). Het grappige is wel, zo merkte Marlies Cornelis op, dat meisjes die Czerny’s regeltjes volgden, virtuoze pianistes werden, terwijl men dat net níét van hen verwachtte. ‘Toch zijn er nogal wat vrouwen die erin geslaagd zijn buiten het kader te treden. Clara Schumann is daarvan een bekend voorbeeld. Maar bijvoorbeeld in de romans van Jane Austen kom je ze ook tegen, al werden ze er ook wel voor gestraft.’

Deeltijds kunstonderwijs

Ten slotte onderzocht ze voor haar educatieve master welke stappen ondernomen kunnen worden om de werken van vrouwelijke componistes zichtbaarder te maken in het pianorepertoire in het deeltijds kunstonderwijs. In Onzichtbaar meesterschap: Het belang van vrouwelijke componisten in het DKO stelde ze vast dat pianoleerlingen in de eerste jaren behoorlijk wat educatieve werkjes van vrouwen te spelen krijgen. Maar zodra ze een hoger niveau bereiken, geraken de componistes vrijwel geheel uit beeld. ‘Ik heb in de muziekacademie in Deinze, waar ik lesgeef, ondertussen heel wat partituren toegevoegd aan onze online bibliotheek, zodat mijn collega’s niet meer kunnen zeggen dat er geen werken van vrouwen zijn.’

Ontmoedigd

© vja

Na haar afstuderen raakte ze wel wat ontmoedigd. Ze heeft niet de indruk dat haar aandacht voor het werk van vrouwelijke componistes een blijvende impact heeft gehad. ‘Mijn examenprogramma en een nieuw programma met andere componistes heb ik nog wel enkele keren kunnen spelen op huiskamerconcertjes. Maar bij concertorganisatoren bleek er uiteindelijk weinig interesse te zijn. Er kruipt ook ontzettend veel energie in om jezelf te moeten verkopen.’

Daarom besloot ze het over een andere boeg te gooien. Ze vroeg hedendaagse componisten om werk voor haar te componeren. Zo wil ze meer aansluiten bij waar ze vandaag zélf voor staat, in plaats van oudere werken te spelen, zelfs al zijn die van vrouwen. In die zin past het programma dat ze nu uitwerkte ook volledig bij de opzet van het Transit-programma van het Festival 20:21, dat hedendaagse stemmen een forum biedt. 

Virtuoos

Met haar debuut in Leuven wil Marlies Cornelis haar veelzijdigheid tonen. Het eerste werk, geschreven door haar partner Frederik Croene (1973), biedt haar de kans zich als een virtuoze pianiste te presenteren. ‘Frederik keert wel nog graag terug naar de traditie van de 18de en 19de eeuw, die voor hem de basis is van het pianospel. Maar tegelijk vraagt hij zich af hoe je nu nog virtuoos werk kan schrijven. Dat leunt aan bij mijn interesse: hoe verhou je je tot de traditie? Normaal voert hij altijd zijn eigen werk uit, het is uitzonderlijk dat ik dat nu mag doen. Schizophonia is een heel virtuoos stuk, waarbij hij mij de piano doet bespelen als een heel orkest. Het is hedendaags werk, erg gelaagd, maar heel toegankelijk met een makkelijk te volgen melodie die ik vastzet met de middelste pedaal.’

Ook het tweede werk, gecomponeerd door Marlies’ studiegenoot Benjamin Windelinckx (1999), vergt enige virtuositeit, maar het sluit meer aan bij haar interesse voor vrouwelijke componistes. In en cercle, een compostie voor piano en tape, laat Windelinckx haar in dialoog gaan met Cécile Chaminade (1857-1944). Van deze Franse componiste is een historische opname uit 1901 bewaard van Air de Ballet. ‘Je hoort ze aan het werk in dat erg virtuoze stuk, maar je hoort ook de ruis van de opname. Benjamin heeft er twee miniaturen op geschreven. Ik ga in dialoog met de partituur zowel als met de opname. Eindigen doet het werk met Chaminades spel. Ik zie het als een bijna letterlijk naar boven halen van een vergeten stem.’

Tussen de benen

Voorts speelt Marlies twee eigen composities die deel uitmaken van haar nog onvoltooide cyclus Untempered Pianist (f.) – inderdaad een knipoog naar Bachs Wohltemperiertes Klavier, ofte de canon. Het eerste, Mon petit lapin sonore, is een stuk voor kalimba, electronics en vibrator. ‘Inderdaad, de vibrator is de main act. Het is andermaal een bevraging van de canon en een verkenning van vrouwelijke thema’s. Ik speel met die vibrator, een schattig konijntje, op de kalimba. Die kleine duimpiano plaats ik tussen mijn benen, een verwijzing naar het feit dat men in de 19de eeuw de piano het meest geschikt vond voor vrouwen omdat ze daarbij flink rechtop moesten zitten en wat weggedraaid van het publiek. Een cello vond met daarentegen voor vrouwen ongepast om die tussen de benen wordt geplaatst. Daarnaast verwijs ik naar rockgitaristen die hun instrument als het ware als een verlengstuk van hun lichaam zien.’ Ook in dit werk schakelt ze een opname in, meer bepaald de uitleg die ze kreeg bij de aankoop van de vibrator in een sekshop.

Performance

Fragmenten van een interview zijn tot slot ook te horen in Marlies’ tweede compositie, Feminine Endings I. Daarbij horen we Ruth Handler, ontwerpster van de barbiepop en oprichtster van het speelgoedmerk Mattel, vertellen hoe ze na haar kankerdiagnose borstprotheses begon te ontwikkelen. ‘Dat contrast interesseert me: de ontwerpster van de ideale vrouw die zich ook erg kwetsbaar toont. “I lost my feminity”, getuigde ze over het verlies van haar borsten. Met dit werk, waarbij ik barbiepoppen tussen de snaren van de prepared piano steek, werp ik de vraag op hoe we naar vrouwen en schoonheid kijken. Halfweg het stuk kijk ik ook naar mijn eigen borsten.’

Met haar beide composities zijn we gaandeweg het programma helemaal naar de performance geëvolueerd. En dat is de weg die Marlies Cornelis verder wil bewandelen, solo of in samenwerking. ‘Ik speel heel graag en goed piano, maar ik wil ook verhalen delen en interessante thema’s brengen. Want persoonlijke ervaring delen maakt het ook toegankelijker voor het publiek. En ja, misschien wil ik het Transit-publiek, dat ik soms wat te academisch vind, ook wel wat in de war brengen en wakkerschudden.’

________________