Het Komponistinnenfestival her:voice in Essen, dat ik afgelopen week voor de derde keer bijwoonde, is niet alleen aantrekkelijk voor zijn concerten met herontdekte werken. Ook de lezingen en debatten zijn meer dan de moeite waard. En in de rand van het festival liep ik bij de Essener Philharmoniker zelfs een ‘oude bekende’ uit Antwerpen tegen het lijf. Het moment voor een vergelijking tussen tien jaar geleden en nu, en tussen Vlaanderen en Duitsland: is er nu meer belangstelling voor vrouwelijke componistes? Samen met Chloë Herteleer en spreeksters tijdens het symposium ging ik op zoek naar antwoorden.

Chloë Herteleer was jarenlang verantwoordelijk voor de programmatie van de klassieke concerten in deSingel. Ik interviewde haar destijds voor mijn boek Vrouw aan de piano. Een kleine tien jaar later wilde ik van de huidige Leiterin Programmplanung bij Theater und Philharmonie Essen (TuP) wel eens weten hoe ze nu kijkt naar de plaats van vrouwelijke componistes in het muzieklandschap en of ze een verschil ervaart tussen Vlaanderen en Duitsland. 

Concertorganisatoren, zo legde ze me toen in deSingel uit, zijn wat de grote, erg gewilde namen en orkesten betreft afhankelijk van wat die zelf aanbieden. ‘Muzikanten reizen rond met twee à drie programma’s per seizoen. In het beste geval kan je daar een keuze uit maken. Zelf zullen ze niet makkelijk onbekend werk aanbieden, want ze weten dat zalen op veilig spelen. Programmatoren stellen concerten samen met werk dat het publiek al kent’, vertelde ze me. En: ‘Het publiek wil herkenning en herhaling. Mensen die nieuwsgierig zijn, vormen een absolute minderheid.’ (Vrouw aan de piano, p. 247-248)

Besparingen

Chloë Herteleer verruilde deSingel in Antwerpen voor de Philharmonie in Essen. © vja

Aan een tafeltje in een koffiebar tegenover haar nieuwe werkplek slaat ze vrij snel mijn hoop dat er intussen sprake is van enige verbetering aan diggelen. Toch als we kijken naar het publiek en de programmator*innen (de elegante schrijfwijze in het Duits om zowel naar mannen als naar vrouwen te verwijzen – in gesproken taal hoort men zelfs een subtiele pauze voor *innen). 

‘Die programmator*innen spelen nog altijd, of zelfs meer dan vroeger, op veilig’, stelt Chloë Herteleer nu vast. Dat heeft alles te maken met besparingen ingevolge de tijdsgeest. ‘Op veel plaatsen in Duitsland wordt er minder geïnvesteerd in cultuur, want de levensstandaard is gedaald. Er moet meer in gezondheidszorg, infrastructuur en defensie geïnvesteerd worden. En zelfs waar de budgetten voor cultuur nog goed zijn – met dank ook aan het bedrijfsleven dat in Duitsland nog opvallend goed sponsort – gaat men er zelden nog iets extravagants mee doen omdat men vreest dat het publiek niet volgt. De inkomsten uit ticketverkoop worden steeds belangrijker en dat leidt ertoe dat zalen minder avontuurlijk gaan programmeren.’ 

‘Hier en daar zijn er nog wel lichtpuntjes, zoals het Emilie Mayer Festival van de Akademie für Alte Musik, afgelopen najaar in Berlijn. Of ons eigen Komponistinnenfestival her:voice, dat drie jaar geleden voor het eerst plaatsvond. Maar ik vraag me af of dergelijke evenementen de volgende jaren nog een kans maken. Ik vermoed zelfs dat er momenteel meer zin voor initiatief te vinden is in Vlaanderen, Nederland of het Verenigd Koninkrijk.’

Pro bono

Bij de musici daarentegen ervaart ze in vergelijking met tien jaar geleden wel meer openheid en bereidheid om onbekendere wegen te verkennen en dus op zoek te gaan naar vrouwelijke componistes. ‘Maar ze krijgen hun voorstellen, om de genoemde reden, moeilijk verkocht aan de zalen. Daarom organiseren ze dan maar zelf kleinschalige, lokale concerten of festivals met bevriende musici die vaak pro bono mee willen doen. Dan zijn ze vrijer in hun keuze van programma, al verdienen ze er niks aan.’ 

Die interesse bij musici voor onbekend werk kunnen we ook opmaken uit de cd-opnames van de voorbije jaren, merk ik op. Er gaat haast geen week voorbij of er komt weer een schijfje met ‘vergeten’ of minder bekend werk van vrouwelijke componistes uit. Maar ook daarover tempert Chloë mijn enthousiasme enigszins. ‘Cd-opnames of streamings leveren de musici niet veel op. De grote platenlabels bieden alleen nog maar kansen aan musici die veel volgers hebben op de sociale media. Ik las een interview met iemand van Deutsche Grammophon die daar zelfs openlijk voor uitkwam.’

In de rij

Het zijn uitzonderingen voor wie de marketingmachine wel nog draait, zoals iemand als Olafur Arnalds of de zussen en broers uit de Engelse muzikale familie Kanneh-Mason. Wat opnames van componistes betreft, mag de Duitse celliste Raphaela Gromes zich gelukkig prijzen met een platencontract. 

Zij opende het Komponistinnenfestival met een celloconcerto van Maria Herz (1878-1950), een werk dat ze leerde kennen dankzij de kleinzoon van de de volslagen vergeten componiste. Ze nam het vorig jaar ook als eerste op voor haar dubbel-cd Fortissima, waarop o.m. ook nog een prachtig celloconcerto van Marie Jaëll (1846-1925) te ontdekken valt. Voorts publiceerde ze eveneens onder de titel Fortissima samen met musicologe Susanne Wosnitzka een boek. Het gaat over Verdrängte Komponistinnen und wie sie meinen Blick auf die Welt verändern, zoals de ondertitel luidt. Drie jaar eerder bracht ze de al even fel gewaardeerde dubbel-cd Femmes uit met niet minder dan 33 werken van vrouwen. Tijdens de pauze en na het concert in de Philharmonie in Essen stonden mensen ervoor in de rij. Haar voorraad meegebrachte boeken en cd’s bleek veel te klein.

Tussen haakjes

Tussen haakjes: qua opzet toont het boek van Gromes veel gelijkenissen met Vrouw aan de piano (2018). Zoals ik verslag uitbracht van mijn ontdekkingstocht als (amateur-)pianiste, doet zij dat als professionele celliste. Beiden verwonderden we ons erover dat we eerder in onze opleiding nooit gehoord hadden over vrouwelijke componistes en wilden we die onrechtvaardigheid rechttrekken op een voor een breed publiek toegankelijke manier.

Wanneer men mij vroeg of er geen vertaling van mijn boek gepland was, reageerde ik dat daar in Duitsland (of Frankrijk of het VK) volgens mij wellicht geen interesse voor zou bestaan omdat men daar immers al véél verder staat in onderzoek en er ook al veel monografieën over vrouwelijke componistes verschenen zijn. Wanneer ik nu echter vaststel hoe goed Gromes scoort met een gelijkaardig boek – ‘Von der Nummer 1 der Klassik Charts’, prijkt op de cover – dan begin ik daaraan te twijfelen…

Intendante Merle Fahrholz. © vja

Niet uitverkocht

Interesse bij het aanwezige publiek was er dus zeker. Al kon ook wel opgemerkt worden dat de (weliswaar vrij grote) Alfried Krupp Saal van de Philharmonie geenszins uitverkocht was. Het verraste ook festival-intendante Merle Fahrholz, zo vertelde ze me, want bij eerdere concerten had Gromes meer volk getrokken. ‘Mogelijk ligt het dan toch aan het programma. Sowieso is de interesse van het publiek veel moeilijker in te schatten dan vóór corona. Mensen reserveren ook veel later (een vaststelling die ook in Vlaanderen te horen valt, vja). Maar dat geldt evenzeer voor pakweg Mozart. Programmeren wordt daardoor veel moeilijker. Al biedt het ook wel kansen. Want als zelfs de klassiekers niet meer pakken, dan is er misschien meer bereidheid om eens onbekende namen aan te bieden.’

Die Fritjof-Saga van Elfrida Andrée en Selma Lagerlöf in een regie van Anika Rutkofsky. © Matthias Jung/TUP

Fritjof-Saga

Voor de onbekende Fritjof-Saga in het Aalto-Theater zat de zaal alvast wel goed vol. Deze opera van de Zweedse componiste Elfrida Andrée (1841-1921) op een libretto van Nobelprijswinnares Selma Lagerlöf (1858-1940) kende meer dan 120 jaar na zijn ontstaan in Essen zijn scenische Uraufführung en oogstte ook lovende perskritieken. Bijzonder en vrij uniek aan deze opera over vikings is dat het creatieve duo erachter focust op het perspectief van de vrouwelijke hoofdpersonages. Knappe regie ook van Anika Rutkofsky. Uitkijken naar de aangekondigde cd-release van deze meeslepende uitvoering.

Netwerkmoment

Raphaela Gromes (l.) in gesprek met studentes die het leven en werk van Maria Herz onderzochten. © vja

Wat mij dan weer verraste was dat er, afgezien van de spreeksters en sprekers, ook dit jaar weinig volk afkwam op het nochtans bijzonder interessante en zelfs gratis symposium van het Komponistinnenfestival. Niettemin toonde Fahrholz zich erg tevreden. ‘We slagen er met ons festival in vergeten componistes en werken bekend te maken. Al zijn we geen museum. We gaan telkens na wat een werk in onze tijd nog kan betekenen. Daarnaast is dit festival een belangrijk netwerkmoment voor de academici die rond het thema werken – de ideeën vliegen over en weer. Voor het randprogramma werken we samen met de universiteit van Wenen. We bereiken ook jongeren: studentes van de universiteit van Zürich hebben het leven en werk van Maria Herz onderzocht en haar voorgesteld met een tentoonstelling en een Gesprächskonzert. Voor de uitvoering van de tweede symfonie van Louise Farrenc (1804-1875) kregen we, net zoals twee jaar geleden voor de opera Fausto van Louise Bertin (1805-1877), sponsoring door het Palazzetto Bru Zane in Venetië. En de Fritjof-Saga wordt mede ondersteund door de Zweedse ambassade.’

Die samenwerkingen én financiële ondersteuning voor haar festival heeft de intendante goed op orde gekregen, en dat meteen voor vier jaar. Daarmee is ook de vierde editie, van 4 tot 7 maart 2027, gegarandeerd. Maar nadien, in de zomer van 2027, wordt het contract van Merle Fahrholz bij het Aalto-Theater niet verlengd.

Mary Ellen Kitchens van Archiv Frau & Musik. © vja

Educatie

De vraag waarom vrouwelijke componistes hoe dan ook, ondanks het toenemende onderzoek en de groeiende interesse, op de Bühne nog steeds een uitzondering blijven, lag ook voor tijdens een debat op het symposium. ‘Onwetendheid’, antwoordde Mary Ellen Kitchens zonder aarzelen. Daarom zet zij met het Archiv Frau & Musik in op pedagogische projecten. Dit AFM in Frankfurt am Main is niet alleen het wereldwijd omvangrijkste archief met partituren, opnames en literatuur over componistes, muzikantes en dirigentes van de 9de tot de 21ste eeuw. Het draagt volgens Kitchens ook bij aan het aanpassen van leerplannen – ‘maar dat heeft tijd nodig’ – en zorgde er bijvoorbeeld al voor dat in een nieuwe muziekbundel voor beginnende pianistjes als vanzelfsprekend werken van vrouwen opgenomen werden. Als dirigente stelt Kitchens ook vast dat Gesprächskonzerte zeer goed werken. Dat zijn concerten waarbij verteld wordt over de werken die te horen zijn. Iets waarvoor de concertreeks Poèmes d’amour van het ensemble Triotique met mezelf als vertelster inderdaad ook veel bijval gekregen heeft. 

Repertoire

Geraakt een werk eenmaal herontdekt, dan blijft het nog een uitdaging het ook in het repertoire te krijgen. Voor Uraufführungen zijn sponsors nog relatief makkelijk te vinden, stelt Merle Fahrholz vast. ‘Want daar kunnen ze mee uitpakken – wat overigens ook geldt voor onbekend werk van mannen. Nog beter vinden ze het wanneer er nog geen opname van is.’ Ook bij musici merkt Mary Ellen Kitchens dat tweede uitvoeringen minder begeerd zijn. Als ze bij het Archiv op zoek zijn naar werken van componistes, dan vragen ze expliciet naar iets dat nog nooit uitgevoerd is.

Babyconcerten

Nog even terug naar Chloë Herteleer, want niet toevallig kwam educatie ook ter sprake in ons gesprek daags voor het festival. Met lede ogen zag ze hoe in deSingel de programmatie van onder meer kamermuziek werd afgebouwd en daarmee een trouw publiek in de kou werd gezet. ‘Er wordt nu alles aan gedaan om jongeren binnen te halen, maar die hebben geen tijd noch financiële middelen om naar concerten te komen. Terwijl je dat kernpubliek, met wel tijd en geld, zou moeten koesteren en bedienen. En dan uiteraard jongeren daarbij proberen te betrekken. De sleutel daartoe is educatie. Rond Emilie Mayer (1812-1883) bijvoorbeeld zou ik best nog een Discovery Day (een hele dag met lezingen en concerten rond één componist/e) hebben willen organiseren. Maar ook dat educatief programma is in Antwerpen stopgezet.’

Enthousiast samenspel van dirigente Nil Vendetti, celliste Raphaela Gromes en de Essener Philharmonie. © vja

‘Hier in Duitsland is die educatie echt heel goed’, vindt ze. ‘Er zijn projecten voor scholen. Of concerten waarbij kinderen voor de pauze een aparte inleiding krijgen, waarna ze het tweede deel van het concert bijwonen in de zaal. Er zijn zelfs babyconcerten!’

Tot slot wees Chloë Herteleer op de ongeziene toename van het aantal vrouwelijke dirigentes. Zowat alle orkesten zijn actief op zoek naar vrouwen op de bok, in die mate dat de slinger misschien wel aan het doorslaan is. En al is het volgens Chloë niet bewezen dat dirigentes extra publiek aantrekken, het was een plezier om in het concert met Raphaela Gromes de Turks-Italiaanse dirigente Nil Vendetti aan het werk te zien. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en stemde vrolijk, niet alleen het publiek maar naar verluidt ook het orkest.

___________________________