Blog Image

Blog

Karski Quartet stelt Grażyna Bacewicz voor: ‘Niet omdat ze Pools of vrouw is maar omdat haar werk fantastisch is’

Notities Posted on 19 september 2026 13:30

In Polen is de componiste en violiste Grażyna Bacewicz (1909-1969) alom bekend. Maar in België, waar ze nochtans bij de Koningin Elisabethwedstrijd en in Luik prijzen won, verdween ze bijna helemaal uit beeld. Het Pools-Belgische Karski Quartet brengt haar toegankelijke, energieke muziek opnieuw naar het publiek met een cd en concerten op onder meer het Leuvense Festival 20•21 (samen met pianist Brecht Valckenaers). Dat doen ze niet uit vaderlandsliefde of genderbewustzijn, maar ‘gewoon omdat haar werk fantastisch is’. Een gesprek met violiste Kaja Nowak en altviolist Diede Verpoest over een Pools rolmodel – of twee rolmodellen.

© Filip Verpoest

Violiste Kaja Nowak en altviolist Diede Verpoest lachen ontkennend wanneer ik hun vraag of het de opzet van het Karski Quartet is om vooral Poolse componistes/n uit te voeren. Het kwartet bestaat immers voor driekwart uit Poolse muzikantes: naast Kaja Nowak ook de zussen Natalia (viool) en Julia Kotarba (cello). Bovendien is het ensemble vernoemd naar de Poolse verzetsstrijder Jan Karski. 

Die naam blijkt gesuggereerd door hun docent Philippe Graffin aan het conservatorium van Brussel, waar de vier elkaar leerden kennen. ‘Philippe Graffin is heel gepassioneerd door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en heeft ook een festival georganiseerd rond vergeten en vervolgde componisten’, legt Kaja Nowak uit. ‘Jan Karski had echter niets met muziek te maken. Philippe leerde hem kennen via de documentaire Shoah van Claude Lanzmann, waarin Karski een belangrijke rol speelde. Als verzetsfiguur in het bezette Polen was hij benaderd door Joodse mensen die hem vroegen om het getto van Warschau te gaan bekijken. Volkomen geschokt door wat hij daar en later ook in de concentratiekampen zag, besloot hij het Westen daarvan op de hoogte te brengen. Hij memoriseerde een rapport en ging op gevaar voor eigen leven naar het buitenland om erover te spreken met Britse en Amerikaanse politici. Die missie heeft weliswaar, tot zijn groot verdriet, niet veel opgeleverd.’

Klimaat

‘Hoewel ons kwartet uit drie Poolse muzikantes bestaat, was het echter helemaal niet ons opzet om de Poolse cultuur te gaan promoten, integendeel. Het eerste werk dat we samen speelden, was trouwens een strijkkwartet van Claude Debussy. We hebben dan ook getwijfeld over die naam. Maar Karski’s persoonlijkheid – meelevend, integer en moedig – en zijn waarden spraken ons alle vier ernorm aan. We willen dat onze muziek niet op zichzelf staat, maar een reflectie is van het leven en de samenleving. We willen onze stem laten horen.’

‘Ons maatschappelijk engagement vertalen we in onze programmering’, vult Diede Verpoest aan. ‘Onlangs hebben we bijvoorbeeld een programma samengesteld dat vooral rond natuur draait. Daar zit veel volksmuziek in, omdat daar veel natuurelementen in voorkomen. Op die manier vragen we aandacht voor de klimaatproblematiek. We verdiepen ons dan wel in de muziek, maar we zijn ook mensen die met de maatschappij bezig zijn.’

Geen tijd voor zelfmedelijden

Grażyna Bacewicz kreeg geregeld brieven gericht aan ‘de heer Bacewicz’.

Maar nu staat dan toch een Poolse componiste op het programma. Niet omdat ze Pools is of omdat ze vrouw is, zegt Kaja. ‘De muziek van Grażyna Bacewicz is gewoon geweldig. En mij gaat het vooral daarom. Al geven we toe dat we meesurfen op de toegenomen aandacht voor vrouwelijke en vergeten componistes/n. De tijdsgeest zit zeker mee.’

Bacewicz zelf zou volgens haar biografe Diana Ambache niet zo bezig geweest zijn met man-vrouwverhoudingen. Toch beschreef de componiste in een gesprek met Nadia Boulanger (dat ze weergeeft in een vroeg essay, opgenomen in de na haar dood gepubliceerde bundel Znak szczególny (A Distinguishing Mark)) hoe zwaar ze het leven van een vrouw vond: het was onmogelijk om tegelijkertijd echtgenote, moeder, huisvrouw en creatief te zijn. De illustere pedagoge Boulanger, bij wie Bacewicz in de jaren 30 in Parijs ging studeren aan de École Normale de Musique, zou daarop geantwoord hebben ‘dat er, om te slagen in deze in wezen mannelijke wereld, geen tijd was voor zelfmedelijden en zwakke momenten’ (*).

Haar vrouwzijn heeft het Bacewicz hoe dan ook niet gemakkelijk gemaakt. Zo schreef een criticus in 1949 na een uitvoering van haar pianoconcert in Wenen dat het een ‘bekend feit is dat in de schaduw van Grażyna Bacewicz een man staat die haar composities voor haar schrijft’ (*). Brieven werden geregeld geadresseerd aan ‘de heer Bacewicz’.

Kaja: ‘Als componiste werd ze aanvankelijk uitgelachen. Medestudenten vroegen dan: “Ben je verdwaald? Dit is het lokaal voor compositie, hoor.” Later werd ze door haar collega’s wel enorm gewaardeerd en kreeg ze compositieopdrachten van vooraanstaande musici. Ook als violiste had ze een fantastische carrière. Wat een rijk leven heeft ze toch gehad! Overigens niet alleen als componiste en violiste, ze was ook moeder, zus en dochter, en zorgde altijd voor haar familie.’ Daarbovenop was ze nog auteur van vier romans, korte verhalen, essays, televisie-, radio- en theaterstukken.

Rolmodel

Na een ernstig verkeersongeval in 1954 moest ze het concerteren vaarwel zeggen en legde ze zich met nog meer ijver toe op het componeren. Ze werd jurylid bij vooraanstaande vioolwedstrijden en in de jaren 60 vicevoorzitster van de Poolse componistenbond. Volgens de componiste Bernadetta Matuszczak (1937-2021) werd Bacewicz als eerste vrouwelijke componiste in Polen door haar mannelijke collega’s als gelijke geaccepteerd en maakte ze de weg vrij voor anderen. ‘In Polen plaveide Grażyna de weg voor vrouwelijke componistes. Ze had het moeilijk, maar ze slaagde; dankzij haar grote talent verwierf ze faam… Voor ons lag de weg daarna open en keek niemand meer vreemd op: “Mijn hemel, wéér een vrouwelijke componiste!” Bacewicz was ons immers voorgegaan, dus ook de volgende had recht van bestaan.’ (*)

Kaja Nowak: ‘In Polen kent iedereen Grażyna Bacewicz. Vreemd dat ze in België zo weinig bekend is.’ © Filip Verpoest

‘Ja, ook voor ons is Bacewicz absoluut een rolmodel’, glundert Kaja desgevraagd. ‘Maar de geschiedenis heeft de neiging om vrouwen snel te vergeten, zelfs als ze bij leven een bloeiende carrière hadden. Bacewicz won zelfs prijzen in België: in Luik de eerste prijs voor haar vierde strijkkwartet en later de tweede voor haar vijfde strijkwartet. In 1966 won ze bij de Koningin Elisabethwedstrijd voor compositie de tweede prijs en de prijs van de Belgische regering met haar zevende vioolconcerto. Vreemd dus dat ze hier zo weinig bekend is. Zelfs niet in het conservatorium, tenzij misschien onder violisten met wat solostukken.’

Diede Verpoest bevestigt: nog vóór hij met de drie Poolse muzikantes in zee ging, had hij al wel haar Caprice polonais gespeeld, een van haar bekendere stukken. 

Voor Poolse musici is Bacewicz daarentegen een constante in hun muzikale leven, weet Kaja. ‘Ik denk dat elke violist/e in Polen wel minstens één stuk van haar gespeeld heeft. Ook haar orkest- en kamermuziek is er vrij populair. In Polen kent tegenwoordig echt iedereen haar naam. Er zijn straten naar haar vernoemd, en ook het conservatorium in haar geboortestad Łódź draagt haar naam en die van haar broer Kiejstut.’ (Grażyna’s beide broers, Kiejstut en de naar de VS uitgeweken Vytautas, waren ook componist en pianist. Hun zus Wanda was dichteres.)

Toegankelijk

20ste-eeuwse muziek heeft al eens de reputatie wat minder makkelijk in het oor te liggen dan pakweg de muziek uit de klassiek of de romantiek. Maar telkens wanneer het Karski Quartet Bacewicz’ werk uitvoert, krijgen ze zeer positieve reacties van het publiek, zegt Diede. ‘Zeker wanneer men haar muziek live hoort, want die is heel levendig. Bovendien zijn we een kwartet dat met veel energie en dynamiek speelt. Overigens kwam onze cd-opname onlangs als beste naar voren in een blind-listening programma op de Poolse radio waarbij een panel zes opnames van haar vierde strijkkwartet vergeleek.’

Wat haar werk toegankelijk maakt, is dat het vaak door volkmuziek geïnspireerd is. Zeker de Polen herkennen er deuntjes vol energie in, zegt Kaja. ‘Maar zelfs als ze de melodie niet herkennen, herkennen ze wel de buigingen en de klemtonen. Het is typische Poolse folklore.’

Die volkse insteek is overigens eigen aan het werk van wel meer Poolse componisten. Denk maar aan de mazurka’s van de Pools-Franse Frédéric (eigenlijk Fryderyk) Chopin. Een mazurka is van oorsprong een volksdans uit de historische regio Mazovië in Polen.

Socialistisch-realistisch

Onder de Duitse bezetting werkte Bacewicz nauw samen met het Poolse verzet. Ze werd lid van de ondergrondse muzikantenbond en streed voor het behoud van de waardigheid van Poolse kunstenaars. Na de oorlog volgde voor kunstenaars nog geen bevrijding en werden ze onderworpen aan de socialistisch-realistische doctrine van de USSR die kunst wilde inzetten voor politieke doeleinden. Kunst moest ‘volkseigen’ zijn. Aangezien Bacewiz al traditionele vormen en genres integreerde in haar composities, had ze het niet zo moeilijk om in de pas te lopen en de censuur te omzeilen. Haar werken werden regelmatig uitgevoerd door het Pools Radio Orkest, het Nationaal Filharmonisch Orkest en andere orkesten die haar compositieopdrachten gaven.

Kaja: ‘Het bleef ook voor haar een lastige periode, maar ze integreerde die “gezonde wortels van de natie” op een mooie, oprechte en intelligente manier. Ze zag zichzelf niet als een groot vernieuwer. Ze was wel geobsedeerd door vorm en wilde onderzoeken hoe ver die haar kon brengen. Want een componist moest volgens haar wel evolueren en niet een heel leven in dezelfde stijl blijven hangen.’

Experimenteren

Grażyna Bacewicz hield niet van hokjes en labeltjes en haar stijl is, los van die volksmuzikale insteek, dan ook moeilijk eenduidig te omschrijven. Haar eerste periode mag neoclassicistisch genoemd worden. Maar later is ze ook beginnen te experimenteren, naar het voorbeeld van de westerse mode. Die leerden zij en haar Poolse collega’s pas kennen na 1953, toen de Poolse Communistische Partij na de dood van de Sovjet-Russische secretaris-generaal Leonid Brezjnev meer vrijheid toestond. Bacewicz nam toen mee het initiatief voor het Internationaal Festival voor Hedendaagse Muziek, dat in 1956 voor het eerst georganiseerd werd in Warschau en het einde betekende van het Poolse isolement ten aanzien van de nieuwe muzikale stromingen uit het Westen. De Polen maakten er voor het eerst kennis met de muziek van bv. Stockhausen en Schönberg. 

In de composities van Bacewicz konden dan ook subtiele veranderingen opgemerkt worden, weg van de tonaliteit en met grotere focus op instrumentale klankkleur (sonorisme). Tegelijk leren we uit haar correspondentie met haar broer in de VS dat ze haar bedenkingen had bij de westerse avant-garde. Ze was in België tot het besef gekomen, zo schreef ze, dat componisten ‘experimenteren met geluiden, kleuren, interessante ritmes enzovoort, maar er is nog steeds geen muziek’. Eigenlijk zijn ze ‘met al die avant-garde op een doodlopend spoor beland’. ‘Sterker nog: de composities bevielen zelfs de componisten zelf niet meer (uitzonderlijke genieën daargelaten). Muziek is een prachtige kunstvorm; wat er geschreven werd, was dat niet.’ 

Emotionele muziek

Diede Verpoest: ‘Bacewicz heeft een zeer eigen, unieke stijl.’ © Filip Verpoest

Bacewicz besloot dat er een nieuwe weg gevonden moest worden en zocht die in een vereenvoudiging van de muzikale taal. Bovendien wilde ze voortaan ‘emotionele muziek’ schrijven, want ‘componisten lijken zich te schamen voor hun emotionele kant’. 

Dat alles leidde volgens Diede Verpoest en Kaja Nowak tot Bacewicz’ zeer eigen, unieke stijl. Kaja: ‘Op het einde van haar leven schreef ze weliswaar zeer experimentele muziek, maar ze experimenteerde niet om het experimenteren zelf. En door al die enorme stijldiversiteit heen zie je nog één duidelijk kenmerk: een ongelooflijke manier van communiceren met de luisteraar. Die is heel direct, of het nu om een experimenteel stuk gaat of om een neoclassicistisch werk met volksmelodieën. Daardoor reageren mensen na een concert ook dat Bacewicz’ muziek veel toegankelijker is dan ze verwacht hadden.’

Motorek

Bacewicz zei van zichzelf dat ze zich tijdens het componeren nooit moe voelde en klanken in haar hoofd zo snel mogelijk op papier wilde zetten. Haar energie dankte ze aan wat ze haar motorek noemde: ‘Ik heb een klein, onzichtbaar motortje in me, en dankzij dat klaar ik een taak in tien minuten waar anderen een uur of langer over doen; ik stap normaal gesproken niet, maar ik ren; ik praat snel; zelfs mijn hartslag is sneller dan die van anderen en ik ben geboren in de zevende maand. Ik ben geboren voor actie, niet voor holle praatjes… Er is maar één essentiële vereiste: ‘motorek…’ – zonder dat heeft het geen zin.’ (*) Haar oeuvre omvat niet minder dan 12 concerti waaronder 7 voor viool, 4 symfonieën, koorwerken, kamermuziek enzovoort. En dan heeft ze nog veel stukken weggegooid, streng als ze voor zichzelf was.

Een aangename kennismaking biedt alvast de cd van het Karski Quartet, met daarop haar eerste pianokwintet en haar vierde strijkkwartet. Live tijdens Festival 20•21 in Leuven brengen ze dat strijkkwartet en het eerste en het tweede pianokwintet. Daarvoor krijgen de vier dan het gezelschap van artist in residence Brecht Valckenaers, die ons vorige jaar ook al verblijdde met de Russische componiste Galina Oestvolskaja (lees op deze blog: Galina Oestvolskaja: tussen piano, pijn en protest).

Voorts raadt Kaja het al eerder genoemde Pools caprice (Kaprys polski, 1949) voor viool solo aan, het Concerto voor Strijkorkest (Koncert na orkiestrę smyczkową, 1948) – ‘een prachtig werk met geweldige harmonieën en ritmes’ – en het Kwartet voor 4 violen (Kwartet na 4 skrzypiec, 1949). Uit Bacewicz’ latere periode is haar Altvioolconcerto (Koncert na altówkę i orkiestrę, 1968-69) het ontdekken waard.

Zelf heb ik me voorgenomen me aan mijn piano eens te verdiepen in de Kindersuite (Suita dziecięca, 1933), acht korte werkjes in veeleer neoclassisistische stijl. Bacewicz componeerde ze toen ze 23 jaar was, in de periode dat ze studeerde bij Nadia Boulanger. Vergis u niet: anders dan de titel kan doen vermoeden, bieden deze stukken toch nogal wat technische uitdagingen…

___________________  

  • (*) Geciteerd in de biografie Grażyna Bacewicz The First Lady of Polish Music van Diana Ambache.
  • Tijdens Festival 20•21 speelt het Karski Quartet samen met Brecht Valckenaers het concert Polish(ed) Power op 13 oktober om 20.30 uur in het Iers College.
  • Werk van Grażyna Bacewicz staat naast ander werk ook nog op het programma tijdens concerten in Brakel (3/10), Zomergem (4/10), Gent (26/10), Wetteren (30/10) en Brugge (31/10). Meer info bij het Karski Quartet.
  • Op de cd Bacewicz: String Quartet No.4, Piano Quintet No.1 krijgt het Karski Quartet het gezelschap van pianist Jâms Coleman.
  • Dit artikel is ook verschenen bij Klassiek Centraal.



Componistes voor het voetlicht – op een andere manier

Notities Posted on 20 juni 2026 21:40

Je kunt een boek schrijven over componistes, je kunt er lezingen over geven, je kunt werk van hen laten horen op de radio en in de concertzalen. Allemaal prima en nodig om hen eindelijk uit de vergetelheid te halen.

Dani van Steen doet het op haar manier: ze tekende en schilderde een hele reeks portretten van hen. Het schitterende resultaat is op 20 en 21 juni te zien in zaal Da Capo in Hove, waar de laatstejaars van de kunstacademie hun eindwerk tonen.

Dani maakte eerder al portretten van componisten, vertelde ze me, tot ze zich vorig jaar plots realiseerde dat dat altijd maar mannen waren. ‘Ik heb jarenlang muziekacademie gevolgd (piano, gitaar, viool en compositie). Plots werd ik me ervan bewust dat ik nooit één werk van een vrouw gespeeld heb. Daarom ben ik naar hen op zoek gegaan.’

Toen ze dan ook nog eens een thema moest kiezen voor haar eindwerk aan de kunstacademie, stond haar besluit vast: ze zou vrouwelijke componistes portretteren. Haar docenten probeerden haar nog even op andere gedachten te brengen, want ‘je moet daar wel een heel jaar mee bezig zijn, hoor’. Onder verstaan: zoveel componistes zullen er wel niet zijn… Maar ze zette door en ontdekte er gaandeweg alleen maar meer – ten dele geïnspireerd door mijn boek Vrouw aan de piano, waar ze zich vorig jaar in verdiepte nadat ze een lezing van me had bijgewoond.

Al die opgedane kennis verwerkte ze ook nog eens in een uniek krantje én zette ze, samen met muziekvoorbeelden en nog meer portretten, op een website. Een multidisciplinaire project dus, dat in Hove opvallend veel geïnteresseerden trok aan wie Dani met veel enthousiasme telkens opnieuw haar verhaal en dat van de componistes vertelde.

Ik hoop van harte dat ze de kans vindt om eens álle portretten te tonen – want in Hove was de haar toebedeelde ruimte beperkt. En wie weet, zit er dan nog wel meer ‘muziek’ in…

_________________

• Dani Van Steens ‘groeiende atlas van vrouwelijke componisten en hun werk’.



Op veilig spelen en onwetendheid hinderen doorbraak componistes

Notities Posted on 17 maart 2026 22:00

Het Komponistinnenfestival her:voice in Essen, dat ik afgelopen week voor de derde keer bijwoonde, is niet alleen aantrekkelijk voor zijn concerten met herontdekte werken. Ook de lezingen en debatten zijn meer dan de moeite waard. En in de rand van het festival liep ik bij de Essener Philharmoniker zelfs een ‘oude bekende’ uit Antwerpen tegen het lijf. Het moment voor een vergelijking tussen tien jaar geleden en nu, en tussen Vlaanderen en Duitsland: is er nu meer belangstelling voor vrouwelijke componistes? Samen met Chloë Herteleer en spreeksters tijdens het symposium ging ik op zoek naar antwoorden.

Chloë Herteleer was jarenlang verantwoordelijk voor de programmatie van de klassieke concerten in deSingel. Ik interviewde haar destijds voor mijn boek Vrouw aan de piano. Een kleine tien jaar later wilde ik van de huidige Leiterin Programmplanung bij Theater und Philharmonie Essen (TuP) wel eens weten hoe ze nu kijkt naar de plaats van vrouwelijke componistes in het muzieklandschap en of ze een verschil ervaart tussen Vlaanderen en Duitsland. 

Concertorganisatoren, zo legde ze me toen in deSingel uit, zijn wat de grote, erg gewilde namen en orkesten betreft afhankelijk van wat die zelf aanbieden. ‘Muzikanten reizen rond met twee à drie programma’s per seizoen. In het beste geval kan je daar een keuze uit maken. Zelf zullen ze niet makkelijk onbekend werk aanbieden, want ze weten dat zalen op veilig spelen. Programmatoren stellen concerten samen met werk dat het publiek al kent’, vertelde ze me. En: ‘Het publiek wil herkenning en herhaling. Mensen die nieuwsgierig zijn, vormen een absolute minderheid.’ (Vrouw aan de piano, p. 247-248)

Besparingen

Chloë Herteleer verruilde deSingel in Antwerpen voor de Philharmonie in Essen. © vja

Aan een tafeltje in een koffiebar tegenover haar nieuwe werkplek slaat ze vrij snel mijn hoop dat er intussen sprake is van enige verbetering aan diggelen. Toch als we kijken naar het publiek en de programmator*innen (de elegante schrijfwijze in het Duits om zowel naar mannen als naar vrouwen te verwijzen – in gesproken taal hoort men zelfs een subtiele pauze voor *innen). 

‘Die programmator*innen spelen nog altijd, of zelfs meer dan vroeger, op veilig’, stelt Chloë Herteleer nu vast. Dat heeft alles te maken met besparingen ingevolge de tijdsgeest. ‘Op veel plaatsen in Duitsland wordt er minder geïnvesteerd in cultuur, want de levensstandaard is gedaald. Er moet meer in gezondheidszorg, infrastructuur en defensie geïnvesteerd worden. En zelfs waar de budgetten voor cultuur nog goed zijn – met dank ook aan het bedrijfsleven dat in Duitsland nog opvallend goed sponsort – gaat men er zelden nog iets extravagants mee doen omdat men vreest dat het publiek niet volgt. De inkomsten uit ticketverkoop worden steeds belangrijker en dat leidt ertoe dat zalen minder avontuurlijk gaan programmeren.’ 

‘Hier en daar zijn er nog wel lichtpuntjes, zoals het Emilie Mayer Festival van de Akademie für Alte Musik, afgelopen najaar in Berlijn. Of ons eigen Komponistinnenfestival her:voice, dat drie jaar geleden voor het eerst plaatsvond. Maar ik vraag me af of dergelijke evenementen de volgende jaren nog een kans maken. Ik vermoed zelfs dat er momenteel meer zin voor initiatief te vinden is in Vlaanderen, Nederland of het Verenigd Koninkrijk.’

Pro bono

Bij de musici daarentegen ervaart ze in vergelijking met tien jaar geleden wel meer openheid en bereidheid om onbekendere wegen te verkennen en dus op zoek te gaan naar vrouwelijke componistes. ‘Maar ze krijgen hun voorstellen, om de genoemde reden, moeilijk verkocht aan de zalen. Daarom organiseren ze dan maar zelf kleinschalige, lokale concerten of festivals met bevriende musici die vaak pro bono mee willen doen. Dan zijn ze vrijer in hun keuze van programma, al verdienen ze er niks aan.’ 

Die interesse bij musici voor onbekend werk kunnen we ook opmaken uit de cd-opnames van de voorbije jaren, merk ik op. Er gaat haast geen week voorbij of er komt weer een schijfje met ‘vergeten’ of minder bekend werk van vrouwelijke componistes uit. Maar ook daarover tempert Chloë mijn enthousiasme enigszins. ‘Cd-opnames of streamings leveren de musici niet veel op. De grote platenlabels bieden alleen nog maar kansen aan musici die veel volgers hebben op de sociale media. Ik las een interview met iemand van Deutsche Grammophon die daar zelfs openlijk voor uitkwam.’

In de rij

Het zijn uitzonderingen voor wie de marketingmachine wel nog draait, zoals iemand als Olafur Arnalds of de zussen en broers uit de Engelse muzikale familie Kanneh-Mason. Wat opnames van componistes betreft, mag de Duitse celliste Raphaela Gromes zich gelukkig prijzen met een platencontract. 

Zij opende het Komponistinnenfestival met een celloconcerto van Maria Herz (1878-1950), een werk dat ze leerde kennen dankzij de kleinzoon van de de volslagen vergeten componiste. Ze nam het vorig jaar ook als eerste op voor haar dubbel-cd Fortissima, waarop o.m. ook nog een prachtig celloconcerto van Marie Jaëll (1846-1925) te ontdekken valt. Voorts publiceerde ze eveneens onder de titel Fortissima samen met musicologe Susanne Wosnitzka een boek. Het gaat over Verdrängte Komponistinnen und wie sie meinen Blick auf die Welt verändern, zoals de ondertitel luidt. Drie jaar eerder bracht ze de al even fel gewaardeerde dubbel-cd Femmes uit met niet minder dan 33 werken van vrouwen. Tijdens de pauze en na het concert in de Philharmonie in Essen stonden mensen ervoor in de rij. Haar voorraad meegebrachte boeken en cd’s bleek veel te klein.

Tussen haakjes

Tussen haakjes: qua opzet toont het boek van Gromes veel gelijkenissen met Vrouw aan de piano (2018). Zoals ik verslag uitbracht van mijn ontdekkingstocht als (amateur-)pianiste, doet zij dat als professionele celliste. Beiden verwonderden we ons erover dat we eerder in onze opleiding nooit gehoord hadden over vrouwelijke componistes en wilden we die onrechtvaardigheid rechttrekken op een voor een breed publiek toegankelijke manier.

Wanneer men mij vroeg of er geen vertaling van mijn boek gepland was, reageerde ik dat daar in Duitsland (of Frankrijk of het VK) volgens mij wellicht geen interesse voor zou bestaan omdat men daar immers al véél verder staat in onderzoek en er ook al veel monografieën over vrouwelijke componistes verschenen zijn. Wanneer ik nu echter vaststel hoe goed Gromes scoort met een gelijkaardig boek – ‘Von der Nummer 1 der Klassik Charts’, prijkt op de cover – dan begin ik daaraan te twijfelen…

Intendante Merle Fahrholz. © vja

Niet uitverkocht

Interesse bij het aanwezige publiek was er dus zeker. Al kon ook wel opgemerkt worden dat de (weliswaar vrij grote) Alfried Krupp Saal van de Philharmonie geenszins uitverkocht was. Het verraste ook festival-intendante Merle Fahrholz, zo vertelde ze me, want bij eerdere concerten had Gromes meer volk getrokken. ‘Mogelijk ligt het dan toch aan het programma. Sowieso is de interesse van het publiek veel moeilijker in te schatten dan vóór corona. Mensen reserveren ook veel later (een vaststelling die ook in Vlaanderen te horen valt, vja). Maar dat geldt evenzeer voor pakweg Mozart. Programmeren wordt daardoor veel moeilijker. Al biedt het ook wel kansen. Want als zelfs de klassiekers niet meer pakken, dan is er misschien meer bereidheid om eens onbekende namen aan te bieden.’

Die Fritjof-Saga van Elfrida Andrée en Selma Lagerlöf in een regie van Anika Rutkofsky. © Matthias Jung/TUP

Fritjof-Saga

Voor de onbekende Fritjof-Saga in het Aalto-Theater zat de zaal alvast wel goed vol. Deze opera van de Zweedse componiste Elfrida Andrée (1841-1921) op een libretto van Nobelprijswinnares Selma Lagerlöf (1858-1940) kende meer dan 120 jaar na zijn ontstaan in Essen zijn scenische Uraufführung en oogstte ook lovende perskritieken. Bijzonder en vrij uniek aan deze opera over vikings is dat het creatieve duo erachter focust op het perspectief van de vrouwelijke hoofdpersonages. Knappe regie ook van Anika Rutkofsky. Uitkijken naar de aangekondigde cd-release van deze meeslepende uitvoering.

Netwerkmoment

Raphaela Gromes (l.) in gesprek met studentes die het leven en werk van Maria Herz onderzochten. © vja

Wat mij dan weer verraste was dat er, afgezien van de spreeksters en sprekers, ook dit jaar weinig volk afkwam op het nochtans bijzonder interessante en zelfs gratis symposium van het Komponistinnenfestival. Niettemin toonde Fahrholz zich erg tevreden. ‘We slagen er met ons festival in vergeten componistes en werken bekend te maken. Al zijn we geen museum. We gaan telkens na wat een werk in onze tijd nog kan betekenen. Daarnaast is dit festival een belangrijk netwerkmoment voor de academici die rond het thema werken – de ideeën vliegen over en weer. Voor het randprogramma werken we samen met de universiteit van Wenen. We bereiken ook jongeren: studentes van de universiteit van Zürich hebben het leven en werk van Maria Herz onderzocht en haar voorgesteld met een tentoonstelling en een Gesprächskonzert. Voor de uitvoering van de tweede symfonie van Louise Farrenc (1804-1875) kregen we, net zoals twee jaar geleden voor de opera Fausto van Louise Bertin (1805-1877), sponsoring door het Palazzetto Bru Zane in Venetië. En de Fritjof-Saga wordt mede ondersteund door de Zweedse ambassade.’

Die samenwerkingen én financiële ondersteuning voor haar festival heeft de intendante goed op orde gekregen, en dat meteen voor vier jaar. Daarmee is ook de vierde editie, van 4 tot 7 maart 2027, gegarandeerd. Maar nadien, in de zomer van 2027, wordt het contract van Merle Fahrholz bij het Aalto-Theater niet verlengd.

Mary Ellen Kitchens van Archiv Frau & Musik. © vja

Educatie

De vraag waarom vrouwelijke componistes hoe dan ook, ondanks het toenemende onderzoek en de groeiende interesse, op de Bühne nog steeds een uitzondering blijven, lag ook voor tijdens een debat op het symposium. ‘Onwetendheid’, antwoordde Mary Ellen Kitchens zonder aarzelen. Daarom zet zij met het Archiv Frau & Musik in op pedagogische projecten. Dit AFM in Frankfurt am Main is niet alleen het wereldwijd omvangrijkste archief met partituren, opnames en literatuur over componistes, muzikantes en dirigentes van de 9de tot de 21ste eeuw. Het draagt volgens Kitchens ook bij aan het aanpassen van leerplannen – ‘maar dat heeft tijd nodig’ – en zorgde er bijvoorbeeld al voor dat in een nieuwe muziekbundel voor beginnende pianistjes als vanzelfsprekend werken van vrouwen opgenomen werden. Als dirigente stelt Kitchens ook vast dat Gesprächskonzerte zeer goed werken. Dat zijn concerten waarbij verteld wordt over de werken die te horen zijn. Iets waarvoor de concertreeks Poèmes d’amour van het ensemble Triotique met mezelf als vertelster inderdaad ook veel bijval gekregen heeft. 

Repertoire

Geraakt een werk eenmaal herontdekt, dan blijft het nog een uitdaging het ook in het repertoire te krijgen. Voor Uraufführungen zijn sponsors nog relatief makkelijk te vinden, stelt Merle Fahrholz vast. ‘Want daar kunnen ze mee uitpakken – wat overigens ook geldt voor onbekend werk van mannen. Nog beter vinden ze het wanneer er nog geen opname van is.’ Ook bij musici merkt Mary Ellen Kitchens dat tweede uitvoeringen minder begeerd zijn. Als ze bij het Archiv op zoek zijn naar werken van componistes, dan vragen ze expliciet naar iets dat nog nooit uitgevoerd is.

Babyconcerten

Nog even terug naar Chloë Herteleer, want niet toevallig kwam educatie ook ter sprake in ons gesprek daags voor het festival. Met lede ogen zag ze hoe in deSingel de programmatie van onder meer kamermuziek werd afgebouwd en daarmee een trouw publiek in de kou werd gezet. ‘Er wordt nu alles aan gedaan om jongeren binnen te halen, maar die hebben geen tijd noch financiële middelen om naar concerten te komen. Terwijl je dat kernpubliek, met wel tijd en geld, zou moeten koesteren en bedienen. En dan uiteraard jongeren daarbij proberen te betrekken. De sleutel daartoe is educatie. Rond Emilie Mayer (1812-1883) bijvoorbeeld zou ik best nog een Discovery Day (een hele dag met lezingen en concerten rond één componist/e) hebben willen organiseren. Maar ook dat educatief programma is in Antwerpen stopgezet.’

Enthousiast samenspel van dirigente Nil Vendetti, celliste Raphaela Gromes en de Essener Philharmonie. © vja

‘Hier in Duitsland is die educatie echt heel goed’, vindt ze. ‘Er zijn projecten voor scholen. Of concerten waarbij kinderen voor de pauze een aparte inleiding krijgen, waarna ze het tweede deel van het concert bijwonen in de zaal. Er zijn zelfs babyconcerten!’

Tot slot wees Chloë Herteleer op de ongeziene toename van het aantal vrouwelijke dirigentes. Zowat alle orkesten zijn actief op zoek naar vrouwen op de bok, in die mate dat de slinger misschien wel aan het doorslaan is. En al is het volgens Chloë niet bewezen dat dirigentes extra publiek aantrekken, het was een plezier om in het concert met Raphaela Gromes de Turks-Italiaanse dirigente Nil Vendetti aan het werk te zien. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en stemde vrolijk, niet alleen het publiek maar naar verluidt ook het orkest.

___________________________



Volgende »