Blog Image

Notities van een amateurpianiste

Stem vrouw!

Notities Posted on 4 februari 2021 00:01

Twee jaar na elkaar voelde ik me genoodzaakt mijn ongenoegen te ventileren over de totale afwezigheid van vrouwelijke componistes in de Klara Top 100, en vooral in de keuzelijst opgesteld door de muzieksamenstellers van de openbare omroep. ‘Natuurlijk wint Clara de Klara Top 100 niet’, luidde in 2018 de titel van mijn opiniebijdrage in De Standaard. Ook dit jaar zal Clara Schumann met 100 procent zekerheid níét winnen. Maar zij en met haar nog opmerkelijk veel andere componistes hebben nu toch ten minste de kans gekregen om aan de start te verschijnen. Dank, Klara, als het goed is zeggen we het ook. Nu is het aan de luisteraar/ster/s: stem vrouw! 

Eigenlijk was ik opgelucht toen Klara afgelopen herfst geen Top 100 organiseerde. Het jaarlijkse evenement ‘verzoeknummers’ indienen was ingeruild voor een vijfdaags feestje voor de twintigste verjaardag van de zender. Daarbij stond het iedereen vrij een werk naar eigen keuze aan te vragen, zonder gebonden te zijn – of toch in een bepaalde richting gestuurd te worden – door een vooraf door Klara opgestelde keuzelijst, zoals dat bij de Top 100 het geval is. Daardoor was pakweg Pourque les fleurs murissent cet été van Karel Goeyvaerts, maar ook Notturno van Fanny Mendelssohn eens te horen, zelden of nooit geprogrammeerd en toch heerlijke muziek. 

Ik was opgelucht omdat ik niet opnieuw moest gaan turven of er deze keer wel gehoor gegeven was aan mijn pleidooi in mijn opiniestuk om vrouwelijke componistes eindelijk eens een plaats te geven in de ‘preselectie’. En ik was vooral opgelucht omdat ik niet hou van dat soort wedstrijdjes. Al te vaak komt zo’n top neer op het in stand houden van een vermaledijde canon. Mensen hebben nu eenmaal de neiging te gaan voor wat ze al goed kennen. Maar goed, Klara wil de ‘succesformule’ blijkbaar toch nog niet lossen. In de aanloop naar het Top-weekend van 20 en 21 februari heb ik dus opnieuw mijn huiswerk gemaakt.

Schudden aan de boom

Natuurlijk zijn de werken die een top halen niet slecht, integendeel. Maar wat een voorspelbaarheid, die eeuwige strijd tussen een Bach, Mozart of Beethoven. Jaja, ik weet wel: bijvoorbeeld een Pergolesi en Pärt spelen ook wel mee in de hoogste regionen – bij de jongste editie in 2019 behaalden ze respectievelijk zelfs goud en zilver. In de hele rangschikking waren er toen ook wel wat ‘nieuwkomers’ (Fauré, Satie, Glass) en ‘opvallende stijgers’, om in het jargon te blijven. Luisteraar/ster/s bleken toch wel aan de boom te willen schudden. Klara had daarvoor ook zijn best gedaan: in de lijst waaruit gekozen kon worden, doken nu ook namen op als Ryuichi Sakamoto, Wim Mertens, Steve Reich en Ludovico Einaudi. Hoewel het nethoofd van Klara suste dat ik me er maar beter bij neerlegde dat de ‘canon is wat ie is’ – hoe betreurenswaardig we dat beiden ook vinden – eraan morrelen mocht en kon dan toch.

Alleen…. dat verbreden kon blijkbaar alleen maar in de richting van – wat ik gemakshalve nu maar even noem – easy listening. Geen verbreding in de verleden tijd, maar richting onze tijd. En dan toch weer alleen voor mannen. De vier (!) geprivilegieerde vrouwen uit de keuzelijst van de editie 2018 (Clara Schumann, Francesca Caccini, Marie Jaël, Eleni Karaindrou) kregen een jaar later het gezelschap van welgeteld één (!) extra vrouw: Caterina Assandra – waarom precies deze onbekende Italiaanse non, dat mag Joost me vertellen. Opnieuw geen Fanny Mendelssohn, geen Rebecca Clarcke, geen Cécile Chaminade, geen Mel Bonis, geen Nadia of Lili Boulanger, geen geen geen. Daartegenover stonden wel 13 nieuwe werken van mannen. Op een totaal van 327 werken waaruit luisteraar/ster/s konden kiezen, kregen vrouwen daarvan nog steeds maar een schamele 1,27 procent toebedeeld. Ontgoocheld en boos was ik. Mijn opiniestuk van 2018 had dus niet het geringste effect gehad, ik kon het een jaar later vrijwel ongewijzigd opnieuw publiceren.

Een voorstel

Ik ventileerde mijn ongenoegen ook rechtstreeks bij Klara. Een muzieksamensteller reageerde dat het ‘voor de keuzelijst van de Klara Top 100 niet zo veel uitmaakt of er nu 5 of 80 vrouwen in staan. Het komt er vooral op aan dat veel mensen op hetzelfde nummer stemmen. Sta me daarom toe om je een voorstel te doen: wil jij volgend jaar onze luisteraar mee aanzetten om massaal op vrouwelijke componisten te stemmen?’

De Stem Vrouw-campagne van Femma voor de jongste verkiezingen.
De Stem Vrouw-campagne van Femma voor de lokale verkiezingen van 2018.

Het mag duidelijk zijn dat ik het niet eens ben met zijn stelling dat het aantal vrouwen in de keuzelijst er niet toe doet. Als je ze daarin niet terugvond, dan kon je er ook niet op stemmen. Het argument dat je zelf ook suggesties kon doen (overigens ná eerst gestemd te hebben), gaat niet op. De kans dat een vrouwelijke componiste op die manier wél de top zou halen, is uiteraard nog veel kleiner. Dat zo veel mogelijk mensen op hetzelfde nummer moeten stemmen, klopt natuurlijk wel.

Toch maar meespelen

Ik zei al dat ik niet echt van het ‘spelletje’ hou. Maar als het dan toch georganiseerd wordt, overweeg ik dan niet beter om maar mee te spelen, precies om het evenwichtiger, eerlijker, mooier, verrassender te maken? Ik heb dus toch maar besloten in te gaan op de oproep van de muzieksamensteller: mensen oproepen om op de voorgeschotelde vrouwelijke componistes te stemmen. Dat is geen discriminatie, dat is positieve actie: vrouwen die zonder enige twijfel goed zijn, dat noodzakelijke zetje geven. Net zoals ik nu al vijf jaar op mijn piano ook nog alleen maar werk van vrouwen speel. Bach, Mozart, Fauré, Debussy… allemaal fantastische componisten, maar ze hoeven geen extra ondersteuning of applaus meer. En wees gerust, ik doe mezelf er niet te kort mee, want die vrouwen hebben óók fantastische muziek gecomponeerd.

Het is evenmin valsspelen. Einaudi is vorige keer ook maar in de top geraakt omdat een leraar aan een muziekacademie zijn leerlingen aangespoord had collectief te stemmen op de Italiaan. De gustibus et coloribus enzovoort, maar het toont de relativiteit van een rangschikking en zegt niets over wie het allerallerbeste werk gecomponeerd heeft.

Goed nieuws

En dan nu het goede nieuws: Klara heeft dit jaar wél zijn best gedaan om veel vrouwen op te nemen in de keuzelijst. Het wordt zelfs met trots aangekondigd op de website. Dat moet ongetwijfeld makkelijker geworden zijn doordat de lijst nu bestaat uit net geen 1.000 werken. De criteria zijn onduidelijk en ik kan niet nagaan hoe hoog het percentage vrouwen daarin nu is. Je krijgt op de website immers slechts 50 werken te zien, als ‘suggestie’, ‘ter inspiratie’, een selectie die overigens geregeld blijkt te wisselen. Maar ik heb een steekproef gedaan, onder meer aan de hand van mijn boek Vrouw aan de piano en mijn eigen muziekbibliotheek. Op enkelen na (*) staan ze er tot mijn aangename verrassing allemaal in, soms zelfs met meer dan één werk (**). Op basis van de suggesties van Klara kwam ik daarnaast nog een reeks ook voor mij onbekende namen op het spoor. Dat gaf dit toch wel goed gestoffeerde (en mogelijk dus nog onvolledige) lijstje van een kleine 50 componistes:

Fanny Mendelssohn, Clara Schumann, Mel Bonis, Cécile Chaminade, Nadia en Lili Boulanger, Ethel Smyth, Nannerl Mozart, Louise Farrenc, Ina Boyle, Rebecca Clarke, Germaine Tailleferre, Vítězslava Kaprálová.
  • Agathe Grøndahl
  • Alma Mahler
  • Amy Beach
  • Amy Woodforde-Finden
  • Anna Bon di Venezia
  • Anne Vanschothorst
  • Augusta Holmès
  • Barbara Strozzi
  • Caterina Assandra
  • Cécile Chaminade
  • Clara Schumann
  • Eleni Karaindrou
  • Els Van Laethem
  • Emilie Mayer
  • Ethel Smyth
  • Fanny Mendelssohn
  • Florence Price
  • Francesca Caccini
  • Francine Aubin
  • Germaine Tailleferre
  • Giselle Galos
  • Hania Rani
  • Heike Beckmann
  • Hélène De Montgeroult
  • Henriette Bosmans
  • Hildegard von Bingen
  • Isabella Leonarda
  • Isabelle Aboulker
  • Joan Trimble
  • Kaija Saariaho
  • Leonora Duarte
  • Lera Auerbach
  • Lili Boulanger
  • Louise Farrenc
  • Luise Adolpha Le Beau
  • Maddalena Lombardini
  • Maria Szymanowska
  • Maria Theresia von Paradis
  • Marie Jaëll
  • Mel Bonis
  • Nadia Boulanger
  • Patricia Kopatchinskaya
  • Pauline Viardot
  • Rebecca Clarke
  • Rita Strohl
  • Roxanna Panufnik
  • Sofia Gubaidulina
  • Sophia Corri

Succes baart succes

Wie nu nog durft te beweren ‘er zijn er geen’, loopt dus hopeloos achter of is van slechte wil. Al maak ik me weinig illusies: Clara zal de Klara Top 100 nog steeds niet winnen en zelfs niet in de top 10 geraken. Daartoe moeten deze vrouwen eerst nog veel bekender worden. Klara doet daarvoor in de gewone programmatie ondertussen echt wel zijn best, waarvoor ik nog maar eens mijn dank wil uitdrukken. Want dat blijft een belangrijke stap: hun werk moet aan bekendheid winnen, dat verdienen ze. De waardering zal dan ongetwijfeld volgen. En dan zullen ze ook wel zonder dat extra zetje in die vermaledijde Top 100 raken. Die zal er dan weer voor zorgen dat ze nog meer aan bekendheid en waardering winnen. Want zo gaat dat met die al even vermaledijde canon: succes baart succes. Maar nu is dat zetje dus nog nodig. Daarom, luisteraar/ster/s, speel het spelletje mee: stem vrouw!

Een lijstje dan maar

De ‘oorlog’ is niet bij voorbaat verloren. Maar laten we dan niet in verspreide slagorde aan de start verschijnen – moge het geval-Einaudi een les zijn. Daarom heb ik voor mijn medespeelsters/spelers dan maar een lijstje opgesteld met werken waarvan ik vermoed dat ze het meeste kans maken. Noodgedwongen hield ik daarbij in de eerste plaats rekening met de relatieve bekendheid van de componistes. Dan ligt het voor de hand dat bijvoorbeeld Clara en Fanny hoog scoren. Niet dat ik ze nu per se ‘de beste’ vind – ik weiger nog altijd in die termen over muziek na te denken – maar mede door hun achternaam hebben zij wel een voetje voor in de publieke aandacht. Wat Clara betreft, is daar nog haar feestjaar bovenop gekomen naar aanleiding van haar 200ste geboortejaar in 2019 – onmiskenbaar ook een katalysator geweest voor de belangstelling voor meer vrouwelijke componistes. 

Isata Kanneh-Mason speelt Clara Schumann.

Uiteindelijk laat ik Clara ‘winnen’ met haar pianoconcerto, al was het maar om ook van het vooroordeel af te raken dat vrouwen alleen maar solowerken of kamermuziek gecomponeerd hebben. En om de jonge uitvoerster Isata Kanneh-Mason een hart onder de riem te steken natuurlijk. Bij andere componistes zou ik overigens soms een ander dan het voorgestelde werk gekozen hebben – maar daaraan beginnen morrelen lijkt me nog zinlozer dan nieuwe namen suggereren.

Daar gaan we:

  • Clara Schumann: Concerto in a voor piano en orkest: 3. Allegro non troppo
  • Clara Schumann: Pianotrio in g op.17: 3. Andante
  • Fanny Mendelssohn: Pianotrio in d op. 11: 2. Andante espressivo
  • Henriette Bosmans: Impressions: 2. Nuit calme
  • Nadia Boulanger: Trois Pièces pour violoncelle et piano
  • Emilie Mayer: Pianotrio in D op. 13: 3. Scherzo
  • Lera Auerbach: 24 Preludes voor viool en piano op. 46: Andante
  • Eleni Karaindrou: Eternity and a Day
  • Louise Farrenc: Sextet in c voor piano, fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot op. 40: 2. Andante sostenuto
  • Rebecca Clarke: Passacaglia on an old English Tune
  • Mel Bonis: Sonate in cis voor fluit en piano op. 64: 1. Andantino con moto
  • Lili Boulanger: D’un matin de printemps
  • Hildegard von Bingen: Caritas abundat (voor 3 harpen)
  • Leonora Duarte: Sinfonia de Duodesimi toni
  • Germaine Tailleferre: Concertino voor harp en orkest: 3. Rondo


En nu gauw surfen naar Klara en stemmen maar. Deze blog breed delen kan uiteraard ook helpen. Afspraak op zaterdag 20 en zondag 21 februari.

__________

(*) Enkele namen uit mijn muziekbibliotheek die het niet haalden: Amanda Röntgen-Maier, Anna Bon di Venezia, Annelies Van Parys, Claude Arrieu, Dora Pejačević,  Elfrida Andrée, Elisabeth von Herzogenberg, Elisabetta de Gambarini, Ester Mägi, Grete von Zieritz, Grażyna Bacewicz, Jacqueline Fonteyn, Joke Van Oirschot, Laura Y, Laura Netzel, María Teresa Carreño, Vítězslava Kaprálová, Wilhelmine von Bayreuth. Uiteraard zijn er ook mannelijke componisten die voor de keuzelijst uit de boot gevallen zijn. Ik vermeld deze namen maar om aan te geven dat er nóg veel meer vrouwelijke componistes zijn.

(**) De mannelijke confraters blijven uiteraard in de meerderheid én staan er ook in met veel meer werken. Wat uiteraard ook niet zo vreemd is: hun productie was nu eenmaal – door allerlei omstandigheden – veel groter. Een kleine steekproef: Bach (71 werken), Mozart (62), Händel (37), Haydn (27), Chopin (28), Beethoven (36), Tsjaikovski (21), Haydn (27), Brahms (18), Dvořák (18), Felix Mendelssohn (11), Robert Schumann (7).

Lees meer notities

Krijg updates in uw mailbox



Met Clara in feestend Leipzig

Notities Posted on 8 september 2019 14:53

De 200ste geboortedag van Clara Schumann, vrijdag 13 september, is een geschenk. Eindelijk krijgt deze pianiste en componiste de volle aandacht die ze verdient. Het gerespecteerde Schumann-Verein bijvoorbeeld windt er geen doekjes om: in het heringerichte Schumann-Haus in Leipzig krijgen Robert en Clara voor het eerst evenveel aandacht. Ook in het Mendelssohn-Haus laten ze intussen recht geschieden: Felix’ oudere zus Fanny heeft er een hele verdieping gekregen. Een hoopvol verslag uit de muziekstad bij uitstek en nog wat andere Duitse steden die de jarige letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes zetten.

In Leipzig kan je dit jaar niet aan Clara voorbij.

Nogal wat Duitse steden zijn dit jaar in een muzikale feeststemming. In de eerste plaats Leipzig, de stad waar wonderkind Clara Wieck exact 200 jaar geleden het levenslicht zag en waar ze de eerste 25 jaar van haar leven doorbracht onder de hoede van haar strenge vader, de muziekpedagoog Friedrich Wieck, en aan de zijde van haar negen jaar oudere man, de componist Robert Schumann. Niet minder dan 60 cultuurinstellingen in de stad hebben een jaarprogramma met meer dan 200 evenementen samengesteld. 

Het hoogtepunt vormt de Festwoche die donderdag 12 september van start gaat met de uitvoering van Clara’s pianoconcerto in het Gewandhaus. Daar speelde ze zelf in 1835 op haar 16de de première onder leiding van Felix Mendelssohn. 12 september is ook de huwelijksdag van Clara en Robert. Op 12 september 1840, een dag voor Clara’s 21ste verjaardag, konden ze elkaar na een felle gerechtelijke strijd tegen vader Wieck eindelijk het ja-woord geven. Vrijdag 13 september barst dan in de Inselstrasse, waar het jonge kunstenaarskoppel vier jaar gewoond heeft, een meerdaags straatfeest los. Het Schumann-Haus in de Inselstrasse heropent zaterdag. Ook de ernaast gelegen Clara Schumann-basisschool neemt deel aan de festiviteiten.

Eine gleichberechtigte Darstellung

Van mijn eerste bezoek aan het Schumann-Haus, negen jaar geleden, herinner ik me onder meer het huwelijksdagboek dat Clara en Robert er hebben volgepend. Je zag er toen ook al een paspop met een concertjurk van Clara. Om maar te zeggen dat ze niet geheel afwezig was. Ik kocht in de bescheiden museumshop trouwens een boekje over de twee musici, het eerste van vele waarmee ik me in haar leven begon te verdiepen. Maar de focus lag toch overduidelijk op Robert. Daar komt nu dus, volkomen terecht, verandering in, vertelden me Gregor Nowak van het Schumann Verein Leipzig en Franziska Franke-Kern, persverantwoordelijke van het feestjaar Clara19, tijdens mijn (werf)bezoek. Eine gleichberechtigte Darstellung – zeg maar: een gelijkwaardige voorstelling – von Clara und Robert: die woorden zijn het meest blijven hangen. 

De nieuwe opstelling zal de verschillende rollen belichten die deze opmerkelijke vrouw in de muziekgeschiedenis gespeeld heeft: als pianiste, concertmanager, componiste, muziekuitgeefster, pedagoge, muze en nog zoveel meer. In een van de heringerichte kamers van wat ‘misschien wel het modernste museum van Duitsland’ belooft te worden, zullen Clara’s concertreizen – met de (post)koets tot in Kopenhagen, Sint-Petersburg en Moskou – rijkelijk geïllustreerd worden. Alleen al in deze Reiseraum wordt duidelijk wie van hen beiden destijds met veruit de meeste aandacht ging lopen. 

De reizen waren overigens aanleiding tot conflict tussen de echtelieden. Had het van Robert afgehangen, dan was zijn jonge bruid Klärchen na een carrière als wonderkind en Königliche-Kaiserliche Kammervirtuosin huisvrouw geworden. Eventueel mocht ze nog wel in privékring pianospelen en componeren, maar ze zou toch vooral hém als scheppend kunstenaar moeten laten voorgaan. Voortdurend geldgebrek bleek Clara’s redding: wat zij op de Bühne kon verdienen, was nu eenmaal noodzakelijk om een gezin met acht kinderen draaiende te houden. Alleen al met de inkomsten uit haar concerten in Rusland hadden ze in Leipzig nog 18 jaar huur kunnen betalen. Robert profiteerde overigens ook nog op een andere manier van Clara’s volharding: zij zorgde ervoor dat zijn composities bekend werden.

Een moderne vrouw

Clara wist goed wat ze wilde: een leven voor de muziek. Zowel dankzij als ondanks haar tirannieke vader had ze geleerd voor zichzelf op te komen. Ze wist wat ze waard was en bleef daarvoor gaan, tot op haar oude dag. In die zin kan je haar een ‘geëmancipeerde vrouw’ noemen. Al kan je erover redetwisten of een dergelijk anachronisme gepast is, Eine moderne Frau im Frankfurt des 19. Jahrhundert lijkt me dan ook een goedgekozen titel voor die andere tentoonstelling die ik bezocht in Frankfurt am Main. 

In die stad heeft Clara op haar 59ste voor het eerst een vaste aanstelling aanvaard, als erste Klavierlehrerin aan het pas opgerichte Hoch’s Konservatorium. Ze onderhandelde goed over de voorwaarden. Met uitzondering van Clara wenste de directeur geen vrouwen aan te werven: ‘Mme Schumann kann ich eben wohl als Mann rechnen’, antwoordde hij aan een solliciterende vrouw. Clara’s dochters Marie, Elise en Eugenie, die haar assisteerden bij het lesgeven, vergat hij dan ook maar even.

Toen Clara in Frankfurt ging wonen, stond ze er als weduwe al jaren alleen voor. Robert overleed in 1856 in een krankzinnigengesticht. Een zoontje was nog voor zijn tweede verjaardag overleden, ook twee andere zonen en een dochter zouden haar ontvallen. Haar vierde, aan reuma lijdende zoon belandde morfineverslaafd in een instelling, waarna Clara ook nog eens de hoede over zijn zes kinderen op zich nam. Je vraagt je af hoe ze het allemaal klaar bleef spelen, zelfs al kreeg ze hulp van haar drie overlevende dochters en van dienstmeiden.

Bach op het programma

Terug naar Leipzig, want daar lopen momenteel nog meer boeiende tentoonstellingen. Het Bach-Museum naast de Thomaskirche presenteert de kleine Sonderausstellung Anna Magdalena Bach – Fanny Hensel – Clara Schumann – Drei Künstlerinnen im Blick. Alledrie hadden ze iets met de grote Bach. De eerste uiteraard als vrouw van, zonder wie hij nooit die productiviteit aan de dag had kunnen leggen. Als eveneens muzikaal erg begaafde vrouw was Anna Magdalena onder meer Bachs kopiiste. Fanny Hensel (geboren Mendelssohn) en Clara Schumann bestudeerden zijn werk met het oog op hun eigen composities en waren als uitvoersters grote pleitbezorgsters van de door Felix Mendelssohn herontdekte grote meester.

Op hetzelfde concert in het Gewandhaus waarop de 16-jarige Clara in 1835 haar eigen concerto creëerde, klonk voor het eerst ook Bachs concerto voor drie piano’s BWV 1063, met naast Clara ook Felix Mendelssohn en ene Louis Rakemann aan de toetsen. Bij de talloze concerten die volgden, zou Clara Bach nog vaak op het programma zetten.

De Stein-vleugel waarop Clara als negenjarige leeftijd debuteerde in het Gewandhaus in Leipzig, staat in het Robert Schumann-Haus in Zwickau.

Een tentoonstelling over die concerten en concertreizen in het Robert Schumann-Haus in Zwickau, de geboortestad van Robert, is inmiddels afgelopen. Dat museum bewaart meer dan 1.300 programma’s van (openbare) concerten. In de vaste collectie kan je onder meer de Stein-vleugel bewonderen waarop Clara als negenjarige debuteerde in het Gewandhaus in Leipzig.

Voor een andere tentoonstelling over Clara’s concerten kan je nog tot eind september terecht in Bonn. De bijbehorende 400 pagina’s tellende catalogus On tour – Clara Schumann als Konzertvirtuosin auf den Bühnen Europas is indrukwekkend.

Die alleinreisende Pianistin

Na de dood van Robert stond Clara bekend als ‘die alleinreisende Pianistin’. Niet alleen met haar solorecitals baarde ze opzien. Ook met haar repertoire was ze vernieuwend en ‘trendsettend’. Zij was het die de standaard zette voor het pianorecital zoals we dat nog steeds kennen. Hoe virtuoos haar spel ook was, ze liet alle bravoure achterwege in de keuze en de uitvoering van werken van Beethoven (de Waldsteinsonate!), Chopin, Brahms, Mendelssohn en natuurlijk ook Robert Schumann. Kunst werd in haar handen heilig, de uitvoerster trad terug achter de componist. 

Fanny, die erste Pianistin

Of achter de componiste. Want ook liederen van de door haar zeer gewaardeerde Fanny Mendelssohn kregen een plaats in het repertoire van Clara. Door het onderzoek voor mijn boek wist ik al dat de twee vrouwen elkaar goed gekend hadden. Toch was ik verrukt door de aandacht die ook Fanny nu mag genieten. Net zoals in het Schumann-Haus was in het Mendelssohn-Haus in Leipzig negen jaar geleden nauwelijks iets te vinden over de vrouwelijke naamdrager. ‘Waar is Fanny?’, kregen ze in het Mendelssohn-Haus vaak te horen, vertelde een suppooste me. Onder de slagzin … Und wo ist Fanny? heeft Felix’ oudere zus sinds twee jaar nu een hele verdieping voor zichzelf gekregen.

Eigenlijk had Fanny, zoals ik schreef in Vrouw aan de piano, een museum verdiend in haar thuisstad in Berlijn. Maar op de plaats waar ze in het Gartenhaus de druk bijgewoonde Sonntagsmusiken organiseerde, staat tegenwoordig de Bondsdag. En de tentoonstelling in de Mendelssohn-Remise in de Jägerstrasse besteedt vooral aandacht aan de bankiersfamilie. In Leipzig hebben ze er daarom niet beter op gevonden dan dat feeërieke Gartenhaus met zijn muziekkamer te evoceren in het Mendelssohn-Haus. Heel geslaagd! Leidraad voor de tentoonstelling is Fanny’s bundel Das Jahr, met voor elke maand een pianowerk, mooi geïllustreerd met ‘vignetten’ van haar man, de hofschilder Wilhelm Hensel. Wees maar zeker dat ik in dit mooie kader minutenlang met koptelefoon op heb staan luisteren, in het bijzonder naar September, dat momenteel ook op mijn piano staat.

Clara Schumann noemde Fanny, die van haar vader en broer het verbod gekregen had om van de muziek haar beroep te maken, ‘die erste Pianistin’. Tekenend voor de achting die Clara voor haar 14 jaar oudere collega voelde, was dat ze haar heerlijke pianotrio opus 17 aan haar opdroeg. In 1847 verwachtte Clara het werk elk moment van de drukker, toen ze het bericht kreeg dat Fanny tijdens een zondagsmatinee geveld was door een beroerte. Het onverwachte overlijden van Fanny – enkele maanden later gevolgd door dat van Felix – betekende een zware klap voor de Schumanns.

Over de intense samenwerking tussen Clara en dirigent-pianist-componist Felix loopt in het Gartenhaus van het Mendelssohn-Haus in Leipzig nog tot eind september de tijdelijke tentoonstelling Clara & Felix.

Notenspur

Alle muziekplekken in Leipzig – en dat zijn er nog veel meer dan die paar die ik hier heb opgesomd – zijn met elkaar verbonden door een Notenspur. Met een kaart in de hand en een blik op het voetpad volg je een traject van zo’n 5 kilometer door het stadscentrum. Het leidt je bijvoorbeeld ook langs de Nikolaischule, waar in de kelder een permanente tentoonstelling te zien is over geboren Leipziger Richard Wagner. Of je loopt langs een gedenkplaats voor Edvard Grieg, ‘kotstudent’ bij een van de vele muziekuitgevers die de stad in de 19de eeuw rijk was, zoals C.F. Peters, Hofmeister en Breitkopf & Härtel. Met die laatste hield ook Clara intensief contact, onder meer voor de uitgave van het verzameld werk van Robert. 

Clara zag nauwgezet toe op de drukproeven. ‘Bitte recht genau nachsehen’, schreef ze op de partituur van Roberts Fantasiestücke die ik te zien krijg tijdens een rondleiding in het Sächsische Staatsarchiv. Dat bewaart niet alleen het archief van Breitkopf & Härtel, maar ook de processtukken van de rechtszaak van Robert en Clara tegen Friedrich Wieck. 

Bloemen voor Robert

Breitkopf & Härtel viert dit jaar overigens ook een jubileum. De muziekuitgeverij werd 300 jaar geleden opgericht en is daarmee wellicht de oudste ter wereld. Ter gelegenheid van het eigen en Clara’s feestjaar brengt Breitkopf & Härtel een wel erg bijzonder boek uit: een facsimile van een bloemendagboek van Clara. In de jaren dat Robert verpleegd werd in een instelling, verzamelde Clara op elke gedenkwaardige plek waar ze kwam bloemen die ze in een soort herbarium stak. De bedoeling was het te schenken aan Robert wanneer hij genezen zou zijn. Hij heeft het nooit gezien.

Omdat de veelzijdige Clara dus ook iets met bloemen had – tijdens concerten droeg ze vaak een kransje in haar haar – is voor dit feestjaar ten slotte een zakje bloemenzaad uitgebracht. Leipzigers kunnen met de origineelste aanplantingen een prijs winnen.

Je kan in Leipzig dezer dagen dus niet aan Clara voorbij. Overal zie je de affiches. Zelfs via de kassabon van een supermarktketen word je uitgenodigd aan de festiviteiten deel te nemen. Een bakker herdoopte het traditionele Leipziger Lerche-gebakje tot Clärchen, als zoete hommage aan de componiste. Het Clara-jaar doet Leipzigers eens te meer beseffen in wat voor een prachtige muziekstad ze leven, zei Gregor Nowak van het Schumann Verein me. Het is ook nog op een andere manier een geschenk. De aandacht die Clara – en Fanny – nu krijgen, kan een katalysator zijn voor de studie naar nog meer vrouwelijk talent. Want de overtuiging dat vrouwen nooit tot muzikaal hoogwaardige prestaties in staat waren, mag nu wel definitief naar het rijk der leugens verwezen worden.

Ik moet terug

Tot slot: Leipzig heeft nog veel meer te bieden. Genoeg van muziek? Dan is er nog het Museum für Druckkunst. De tentoonstelling over het drukken van partituren is intussen afgelopen, maar er is nog wel een tijdelijke over 100 jaar Bauhaus, nóg een jubileum dus. Het stedelijk museum in het Alte Rathaus schetst de veelzijdige geschiedenis van de Messestadt, waarbij niet voorbijgegaan wordt aan de nazitijd en de moeilijke jaren onder DDR-bewind. In het Museum in der Runden Ecke gruwel je over de Stasi-praktijken. In de Nicolaikirche herdenkt een kleine, pretentieloze tentoonstelling 30 jaar Wende. Ook het Museum der bildenden Künste buigt zich tot begin november onder de noemer Point of No Return over de Wende und Umbruch der ostdeutschen Kunst. Buiten de stad kan je je vergapen aan het kolossale Völkerslachtdenkmal

Eén ding weet ik zeker: ik móét terug naar Leipzig. Alvast naar het heringerichte Schumann-Haus om die gleichberechtigte Darstellung von Clara und Schumann te zien. Om de gipsafdruk van haar uitzonderlijk grote hand te zien. En om te doen alsof ik met haar hand pianospeel, want ook dat zou in dit multimediale museum mogelijk zijn. Benieuwd hoeveel boeken en cd’ ik dan nog uit de museumshop zal meenemen om toe te voegen aan de stapel die ik in augustus al verzameld heb. Het Mendelssohn-Haus heeft me alvast beloofd Vrouw aan de piano op te nemen in zijn bibliotheek.

Op vrijdag 13 september vertel ik meer over de jarige Clara Schumann in ‘Maestro’, van 14 tot 16 uur op Klara.
Deze uitzending is intussen hier integraal te herbeluisteren.



Moeder en dochter aan de joik

Notities Posted on 7 augustus 2019 15:21

In mijn vorige notitie vertelde ik over de ‘Joiks’ of de ‘Lappländische Weisen’ van de Estse componiste Ester Mägi. Ik zou tijdens onze zomervakantie in Lapland naar de bron van deze etnische muziek gaan. Ik kwam terug met andere joiks, oude en nieuwe, gezongen door een moeder en een dochter op de verrassend hip klinkende cd Ođđa Áigodat (New Times). Dit debuut van de groep Solju werd onlangs verdiend bekroond met de Canadese award voor ‘Best International Indigenous Release’.


Welke cd met joiks ze me kon aanraden, vroeg ik de medewerkster van het SIIDA, het cultuurcentrum van de Sami in Inari, in het hoge noorden van Finland. De museumshop presenteerde een vrij uitgebreide collectie cd’s met joiks, de traditionele muziek van de Sami en een van de oudste muziekvormen in Europa. Oude en nieuwe joiks, maar geen enkele titel of uitvoerder zei me iets. Probeer een mix van oud en nieuw, suggereerde de jonge vrouw me. En ze liet me net voor sluitingstijd snel wat tracks van haar persoonlijke favoriet beluisteren: Ođđa Áigodat. Het klonk me allemaal als… hm … Chinees in de oren. Maar dat achter de bandnaam Solju – vernoemd naar de traditionele broche van Sami-vrouwen – een moeder en een dochter schuil bleken te gaan, was de ultieme verleidingstruc om me tot kopen aan te zetten.

De cd-speler in de auto maakte ons meteen enthousiast. Oneindig veel enthousiaster dan over de cd die ik gekocht had in Ainola, het heerlijke buitenhuis niet ver van Helsinki van die andere, veel bekendere Fin Jean Sibelius. Zijn eigen composities konden ons in deze uitvoering van zijn kleindochter Satu Jalas, nochtans ter plekke gespeeld op zijn eigen instrumenten, helaas niet bekoren. 

Ođđa Áigodat zetten we tijdens onze lange autoreis meerdere keren op, waarbij de cd-speler telkens ongevraagd in herhaling ging en we voor de rest van de dag met de openingstrack in ons hoofd zaten.

Solju, de titel van het debuutalbum, verwijst naar de traditionele broche van Sami-vrouwen.

Oud en nieuw verzoend

De zangeressen Ulla Pirttijärvi en dochter Hildá Länsman slagen erin oud en nieuw, traditie en moderniteit op een verbluffende manier te verzoenen. Ze kregen daarbij de assistentie van Samuli Laiho (o.m. synthesizer en piano) en Teho Majamäki (o.m. percussie). Nog bijzonder aan deze cd is de inbreng van het Tsjechisch Nationaal Symfonieorkest. De traditionele muziek krijgt daardoor nog een extra, ‘klassieke’ toets. 

Het cd-boekje biedt gelukkig vertalingen van het Sami. In de titelsong Ođđa Áigodat – New Times luidt het, erg treffend:

We still hear the yoik
we stil hear the herd
how much longer
before they disappear

Ođđa Áigodat, met het fijne, wat obstinate arrangement van het Tsjechisch orkest, is sinds zeer kort te beluisteren via YouTube. Ook een aantal andere songs van de cd vind je daar, al dan niet in live-uitvoering, zoals:
de echte traditional Áimejoga Jovnna, over een man die met zijn boot vaart over het meer dicht bij Angeli, het geboortedorp van Ulla Pirttijärvi op de Zweeds-Finse grens,
het bezwerende Ealloravddas – By the Reindeer Herd,
het andere rendierlied Heargevuoddji – Reindeer Driver,
het swingende Muhtumin – Some Day,
het dromerigere Suoivaniid eatnamii – To the land of shadows,
en Áille Luohti – Wolf Joik, waarin je Ulla Pirttijärvi en Hildá Länsman kan horen ‘joiken’ als wolven (in de tweede helft).

Titelsong Ođđa Áigodat en Heargevuoddji waren voor het eerst te horen op 6 februari, de nationale feestdag van de Sami die gevierd wordt in Finland, Zweden, Noorwegen en Rusland, de vier landen waar vandaag zo’n 130.000 Sami wonen. Kort na de release in april werd het hele debuutalbum bekroond met de Canadese award voor ‘Best International Indigenous Release 2019’.

Misschien een tip voor miXmass, het avontuurlijke en nog te weinig bekende muziekfestival van Pieter Theuns en zijn compagnons van B.O.X., begin januari in deSingel?

Ulla Pirttijärvi en Hilda Länsman bij hun deelname aan de Finse preselecties voor Eurosong in 2015.

Eurosong

Volledigheidshalve dit nog. Googelend kwam ik erop uit dat Solju in 2015 deelgenomen heeft aan de Finse preselecties voor het Eurovisiesongfestival. In een blog legden Hilda Länsman (1994) en Ulla Pirttijärvi (1971) uit waarom: ‘We want to encourage people to be who they truly are.’

Met hun song Hold Your Colours wilden de Sami-vrouwen vertellen dat ‘je trots mag zijn op je cultuur’. ‘We want to encourage people to be who they truly are and let it shine. We get a lot of pressure from surroundings to blend in. Let’s hold on to our colours and diversity. The world and people are beautiful with their differences.’

Een jurylid noemde hun song de ‘verborgen schat’ onder de bijdragen aan de wedstrijd. ‘I’m loving the Sami inspired ethnic singing in the song,’ verklaarde een ander, er echter aan toe voegend: ‘would have been amazing to hear some ethnic Sami sounds as well.’ 

Dat is nu net wat ze doen op Ođđa Áigodat. Ik denk dat wij – en zij – blij mogen zijn dat ze in de Eurosong-selectie gestrand zijn op de vierde plaats en dat ze het commerciële pad van afgelikte songs van dertien in een dozijn niet verder in geslagen zijn. Op Ođđa Áigodat klinken ze zoveel meer ‘who they truly are’, zoveel authentieker.

Info
Website van Solju
• Bekijk ook een interview met moeder en dochter. 



Naar mägisch Lapland met Ester Mägi

Notities Posted on 31 mei 2019 00:05

Onze zomervakantie krijgt stilaan vorm. Dirk en ik trekken in juli naar Lapland. Fins, Zweeds en Noors Lapland, met als ultieme bestemming de Noordkaap. Maar eigenlijk vertoef ik al bijna een jaar in Lapse sferen, meer bepaald aan mijn piano. Sinds de vorige zomervakantie neemt Ester Mägi me geregeld mee naar het hoge Noorden met haar Lappländische Weisen. Over deze Estse componiste wil ik het in deze blog dan ook graag hebben, ook al omdat ik dit werk zondag speel op een leerlingenconcert van de Helistudio in de Theatergarage.

Wie de eerste was die me op het spoor gebracht heeft van de – laten we eerlijk zijn – hier totaal onbekende Ester Mägi, weet ik niet meer zo goed. Was het Heli Jakobson, mijn van geboorte Estse pianolerares? Of was het Jan Brokken, met zijn schitterende boek Baltische zielen, dat ons vorig jaar door Estland-Letland-Litouwen gegidst heeft?

Brokken vernoemt Ester Mägi zeer kort in zijn hoofdstuk over de intussen wél erg bekende en bejubelde Arvo Pärt, waarbij ook hij toegeeft dat hij nog nooit van haar gehoord had. Hij verhaalt over een kerstconcert dat hij bijwoont in de muziekschool van Rakvere, het stadje waar Arvo Pärt opgroeide. Het is een mooi concert met liederen van Brahms en Mahler, schrijft hij,

(…) maar ik veer pas op als de taal Ests wordt en ik het onstuimige, soms gesproken en dan weer gezongen Kolm setu muinasjutulaulu van Ester Mägi hoor.
‘Een jonge componist’, vraag ik [directrice, vj] Rita Mets na afloop.
‘Niet zo jong meer.’
Haar pretoogjes doen me vermoeden dat ik een blunder bega. Later op de avond hoor ik dat Ester Mägi in 1922 geboren is, nog leeft en over enkele weken [in 2010] haar achtentachtigste verjaardag hoopt te vieren. Ze heeft magistrale koorwerken op haar naam staan, zo wordt me door verschillende muziekleraren verzekerd, en sfeervolle miniaturen voor piano die geïnspireerd zijn door Laplandse melodieën.

Gesloten wegens schoolvakantie

Die sfeervolle miniaturen, dat zijn dus inderdaad die Lappländische Weisen die nu op mijn piano staan. Ik tikte de partituur vorige zomer eerder toevallig op de kop in de muziekwinkel van de Estse hoofdstad Tallinn, waar Jan Brokken me naartoe geleid had. Met een flinke omweg weliswaar, want de ‘ouderwetse winkel bij de stadspoort aan de Nunne’ waar hij over schrijft, bleek intussen verhuisd naar de benedenverdieping van de Estse Academie voor Muziek en Theater (Eesti Muusika- ja Teatriakadeemia, het voegere conservatorium), een eind weg van het toeristische stadscentrum. Daar aangekomen stelden we bovendien vast dat de zaak gesloten was wegens schoolvakantie. Maar de deur stond op een kier en de eigenaar, misschien onder de indruk van mijn beteuterde gezicht, liet ons binnen.

Niet wetende wat ik precies zocht, bladerde ik snel door de bakken bladmuziek voor piano. Op een spiekbriefje had ik drie namen genoteerd: Arvo Pärt, zijn leraar Heino Eller en Ester Mägi. Van alle drie vond ik een partituur waarvan ik hoopte dat ik er iets mee kon. En o ja, Dmitri Sjostakovitsj kon ik uiteraard ook niet laten liggen. Later stelde ik trouwens vast dat Ester Mägi aan het conservatorium van Moskou gestudeerd had bij Vissarion Sjebalin, een leerling van Sjostakovitsj. Een mooi samenhangend kwartet dus. Via Messenger verzekerde Heli Jakobson me dat ik een heel goeie keuze gemaakt had.

In de schaduw

Wie is de op 10 januari 1922 geboren Ester Mägi? Schaars is de informatie die ik terugvind over deze ‘eerste Estse componiste’. In The Norton Grove Dictionary of Women Composers, hét naslagwerk van vrouwelijke componistes, krijgt ze geen aandacht. Toch is ze in Estland wel degelijk een grote naam, verzekert Heli me. Al is ze ook daar altijd in de schaduw gebleven van Arvo Pärt (1935) en Erkki-Sven Tüür (1959), twee gangmakers van de hedendaagse Estse klassieke muziek. Omdat ze vrouw is?

Ester Mägi studeert aanvankelijk piano, maar vanaf 1946 legt ze zich aan het conservatorium van Tallinn toe op compositie. Haar leraar is Mart Saar (1882-1963), stichter van de nationale school voor Estse muziek. In zijn spoor trekt Ester Mägi het land in om zijn verzameling Estse volksliederen aan te vullen. Vermoedelijk krijgt ze daarbij steun van de Sovjet-autoriteiten. Die vinden het belangrijk dat de bevolking haar culturele achtergrond in ere houdt – althans voor zover dat hun eigen belangen niet schaadt.

In 1951 zet ze haar studies voort aan het conservatorium van Moskou. Haar leraar Vissarion Sjebalin voelt zich eveneens aangetrokken tot de volksmuziek. De overheidsinstanties vinden haar composities, met name die voor koor, echter te complex (‘formalistisch’) om goedgekeurd te worden. De cantate Kalevipoja teekond Soome (Kalevipoegs reis naar Finland) waar ze in 1954 mee afstudeert, gaat pas in 1961 in Estland in première, onder leiding van dirigent Neeme Järvi.

Dertig jaar lang, tot 1984, doceert ze muziektheorie aan het conservatorium van Tallinn. Ze valt herhaaldelijk in de prijzen en in 1999 krijgt ze een eredoctoraat van de Estse Academie voor Muziek.

Zingende revolutie

Ester Mägi heeft composities voor diverse bezettingen op haar naam staan: een vioolconcerto (1958), een (erg Sjostakoviaans klinkende) symfonie (1968), Bukoolika of Bucolische fantasie voor orkest (1983), een concerto voor orgel en cembalo (1980), twee strijkkwartetten (1964 en 1965), het bijwijlen melancholische en liefelijke Cantus voor cello en gitaar (1987), een saxofoonkwartet (1994) en nog veel meer kamermuziek. Voor piano componeert ze onder meer een sonate (1949), een trio (1950) en een concerto (1953). Erg geliefd voor dit instrument is volgens Heli, naast de Lappländische Weisen (1987), ook Vana Kannel of Alten Kannel (1985). Een kannel is een traditioneel getokkeld snaarinstrument uit de citerfamilie. Hierin komt eens te meer tot uiting hoezeer ze inspiratie zoekt in de folklore.

Volksmelodieën liggen ook vaak aan de basis van haar liederen en koorwerken. En ook daar heeft ze er veel van. Niet zo verwonderlijk in een land met een enorme koortraditie. Tekenend daarvoor is hoe de Esten nog voor de val van de Muur al zingend hun onafhankelijkheid hebben afgedwongen. Het hoogtepunt van de ‘Zingende revolutie’ was de 600 km lange mensenketting van Tallinn over de Letse hoofdstad Riga tot Vilnius in Litouwen, waaraan op 23 augustus 1989 zo’n 2 miljoen mensen deelnamen.

Juoigos, joiud, joik?

Met de Lappländische Weisen für Klavier verlaten we de Baltische staten en trekken we nog veel noordelijker. Samen met Heli Jakobson heb ik het afgelopen jaar dit voor klassiek geschoolde musici toch wat mysterieuze werk proberen te doorgronden. En dat begon met … het ontcijferen van de titel, waar ik aan mijn computer enige tijd zoet mee was. In de Duitse uitgave van de partituur staan er niet minder dan drie:
Lappländische Weisen für Klavier
Lappische Juoigos-Melodien
Lapimaa joiud

Lapimaa is Ests voor Lapland – dat is duidelijk. Heli bevestigde dat joiud een soort volksliederen zijn. Wanneer ik meer probeerde te weten te komen, gaf Google echter niet thuis. De anders alwetende zoekmachine en haar broertje Google Translate blijken jouid niet te kennen, net zo min als Juoigios uit de tweede Duitstalige titel. Tijdens de pianoles bij Heli had ik gelukkig ook het enkelvoud genoteerd: joik. De Engelstalige titel luidt overigens:
Lapland Joiks

Daarover wisten Wikipedia en een academische studie over de Sámi Joik – Music and Imagination in Arctic Norway me te vertellen dat joik een van de oudste muziekvormen in Europa is. Het is de traditionele muziek van de Sami, die ook een plaats had in hun religie. Wellicht is dat de reden waarom ze door de christenen verboden werd. In de jaren 1950 was het zingen van de joik ook op de scholen in Noorwegen verboden.

Vandaag wordt joik weer gebruikt in Samische kerkdiensten, al blijft er toch nog discussie over. Zo boog een parochieraad in Kautokeino (een plaatsje in Noord-Noordwegen dat op onze reisplanning staat) zich anno 2014 nog over de vraag of ze de muziek wel konden toelaten in de kerk.

Joik blijkt voorts een werkwoord te zijn. Tot slot: ‘Een joik gaat over de essentie van hetgeen dat of degene die bezongen wordt. Een joik wordt niet óver iets of iemand gezongen, maar een joik wordt naar iemand of iets toe gezongen.’

Vergeet wat je geleerd hebt

Ik heb niet kunnen achterhalen of Ester Mägi ooit in Lapland geweest is. Haar joiks dateren van 1987, vóór de val van de Muur dus. En in hoeverre de Lapse volksliederen in Esters joiks ook echt herkenbaar zijn voor de Sami, kan ik uiteraard al helemaal niet beoordelen. Overigens gaat de componiste volgens het boekje bij de cd Ester Mägi – Ein musikalisches Porträt doorgaans op een vrije manier om met haar bronnenmateriaal. Ze wil het karakter en het wezen van de volksmelodieën bewaren, maar doet dat op een heel persoonlijke manier. Ze toont vooral ‘de warmte en de breekbaarheid’ ervan. Haar werken getuigen volgens de auteur soms van een nostalgie naar de cultuur van de voorvaderen, maar ze voorkomt dat het pathetisch wordt.

In ieder geval heb ik even mijn weg moeten zoeken toen ik via YouTube het werk de eerste keer beluisterde. De partituur bleek niet onoverkomelijk moeilijk, maar de taal was me toch wat vreemd. Heli bleek een uitstekende gids in deze magische-Mägische muziekwereld.

‘Vergeet wat je geleerd hebt in de klassieke muziek’, was een van de eerste adviezen die ze me gaf. In het eerste deeltje moest ze me erop wijzen dat het geen maatstrepen telt. ‘Dit is geen Mozart of Beethoven, begin dus niet te helder en concreet. Laat het meer Scandinavisch zijn: mist, eenzaamheid, regendruppels. Wandel met het stuk, van rustteken tot rustteken. Je ademhaling leidt je vanzelf naar het juiste tempo.’

Over het tweede en het derde deel zei ze me dat ik vooral niet mooi moest willen spelen. ‘Het moet karakter hebben. Speel de fortes met volle overtuiging. Creëer klank-blokken, met lange pedalen die de klank nog verlengen. En zorg voor diepe contrasten, in trappen. Hou van de sprongen die je moet maken, leef ernaartoe. Vergeet Czerny en ga voor klank. Denk aan Prokofiev en Bartók. Of zelfs The Elephant Man: lelijk, maar op het einde vind je de lelijkheid mooi.’

Niet dat deel twee en drie echt ‘lelijk’ zouden zijn, integendeel zelfs. Maar misschien wel hard, luid en scherp. Dat wordt dan weer helemaal goed gemaakt door de diepe warmte van deel zes, dat ook refereert aan het begin. Deel vier en vijf sla ik voorlopig over, en zeven en acht laat ik ook nog voor wat ze zijn.


Eén, twee, drie en zes vormen intussen voor mij een mooi geheel waarin ik me steeds meer thuis voel. Ik droom weg naar eenzame maar groene landschappen, waar je de wind hoort fluiten, de lucht zwanger is van regen, maar toch ook de zon steevast door de wolken breekt. En waar plots een kudde rendieren opduikt of een eland op de weg staat. Of wie weet: een beer.

Nog een flinke maand en we zijn in Sami-land.


Achtergrondinfo

  • Lapland Joiks is terug te vinden op de verzamel-cd Estnische Klaviermusik (Eres, 1994), gespeeld door Peep Lassmann, destijds ook de eerste uitvoerder van het werk.
  • Het zesde deel van Lapland Joiks staat ook op de cd bij het boek Baltische zielen van Jan Brokken (Atlas Contact, 2017), in een uitvoering van Marcel Worms. Ook te beluisteren via YouTube.
  • Een bloemlezing van werk van Ester Mägi biedt de cd Ester Mägi – Ein musikalisches Porträt (Antes, 1998) bij het Estonian Music Information Center.
  • Het leerlingenconcert van de Helistudio, waarop ik vier delen van de Lappländische Weisen speel, vindt plaats op zondag 2 juni om 19 uur in de Theatergarage, Bouwhandelstraat 72 in Borgerhout.



Natuurlijk wint Clara de Klara top 100 niet

Notities Posted on 23 november 2018 10:02

(Deze notitie verscheen ook als opiniebijdrage in De Standaard)

Welke muziek dit jaar in de Klara Top 100 op 1 prijkt, weten we zondagavond. Alvast geen van een vrouw. Op de overige 99 plaatsen zal evenmin een vrouw prijken. Dat is kansrekenen: in de preselectie van 314 werken die Klara ons voorschotelde, zijn er vier gecomponeerd door vrouwen, een beschamende 1,27 procent. Clara Schumann kent u hopelijk, misschien ook Francesca Caccini of Marie Jaël. Maar Eleni Karaindrou?

Dus geen Fanny Mendelssohn, Cécile Chaminade, Mel Bonis, Nadia en Lili Boulanger, Ethel Smyth of Rebecca Clarke. Des te merkwaardiger omdat Klara deze keer zijn best deed met ‘nieuwe’ namen: Ryuichi Sakamoto, Wim Mertens, Steve Reich, Einaudi…

Die vrouwen zijn natuurlijk niet goed genoeg, zullen sceptici opwerpen. Ze zullen wel met reden niet doorgedrongen zijn tot de ‘canon’.

Te mooi voor woorden
Vrouwen waren altijd muzikaal actief. Of hun talent alle kansen kreeg, is de vraag. Een muzikale carrière uitbouwen paste niet. Fanny Mendelssohn was even getalenteerd als haar broertje Felix maar werd op haar zestien door haar vader tot de orde geroepen. Ook Felix verhinderde zijn zus naar buiten te treden. Terwijl hij haar liederen ‘te mooi voor woorden’ vond en ze opnam in zijn eigen bundels.

Vrouwen zaten ook vast in huwelijk en moederschap. ‘Clara kent haar hoofdberoep van moeder, zodat ik meen dat ze gelukkig is in deze verhoudingen, die nu eenmaal niet te veranderen zijn’, oordeelde Robert Schumann over zijn vrouw, de bejubelde concertpianiste én componiste Clara Wieck.

Een eeuw later vond Rebecca Clarke ‘niets opwindender dan componeren’, maar ze stopte ermee omdat ‘ik dat niet kan doen – dat is misschien waarin vrouwen anders zijn – tenzij het het eerste is waaraan ik denk wanneer ik wakker word en het laatste voor ik ga slapen. Als er te veel andere dingen zijn, ben je er niet toe in staat.’ Voor mannen bleek – en blijkt? – het toch makkelijker én aanvaardbaarder zich te focussen en de rest te vergeten.

Muziekopleidingen waren tot eind 19de eeuw ook nauwelijks toegankelijk voor vrouwen, al zeker niet het vak compositie. Vrouwen componeerden vanuit eigen inzicht. Dat ze kozen voor kleinere bezettingen, is logisch. In vele burgerlijke huiskamers stond een piano. Vrouwen moesten er het huis niet voor uit en hun man kon de controle houden. Een viool, cello of fluit in vrouwenhanden verhitte te veel de fantasie. Voor symfonieën en opera’s hadden vrouwen geen financiële middelen.

Die ‘grote werken’ kregen echter steeds meer aandacht in een tijd die componisten als genieën op een piëdestal plaatste. De ‘huiskamerwerkjes’ werden niet opgemerkt door critici, en bijgevolg niet door uitgevers. Dat moedigde vrouwen evenmin aan. Niet verwonderlijk ook dat veel verloren ging.

Objectief?
Maar doorstaat dat werk van vrouwen de vergelijking met dat van mannen? Aan Jozef De Beenhouwer danken we de ontsluiting van het pianowerk van Clara Schumann. Toen ik hem interviewde voor mijn boek ‘Vrouw aan de piano’ waarschuwde de concertpianist me: ‘Clara is níét beter dan Robert. Blijf objectief.’ Hoezeer ik ook van haar werk geniet, ik wil mij daar wel bij neerleggen. Maar, hoe ‘objectief’ kan je muziek beoordelen? Was ze niet vernieuwend genoeg? Vele mannelijke tijdgenoten evenmin. Is dat een reden om hen te vergeten?

Bovendien hangt het er maar van af met wie je hen vergelijkt. In zijn roman Orfeo doet Richard Powers een rake vaststelling: 25 componisten tekenen voor acht tiende van wat in de concertzalen gespeeld wordt. 25 mannen natuurlijk. Hun namen kent iedereen: Bach, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn (niet Fanny), Schumann (niet Clara), Chopin, Brahms…

Het is ook hun werk dat steeds opnieuw wordt opgenomen. Terwijl er al honderden cd’s van bestaan en er nog zoveel pareltjes te ontdekken vallen. Een muzieksamensteller bij Klara legde de vinger op de wond: wij zijn afhankelijk van goede opnames, van werk van vrouwen bestaan er minder, daarom hoor je ze weinig. Een concertprogrammatrice zei me dat ze meer werk van vrouwen wilde laten horen, maar uitvoerders hebben het nauwelijks op hun repertoire. Op onbekend werk komt immers weinig volk af. Voor uitvoerders en organisatoren is het sop de kool niet waard.

Vicieuze cirkel doorbreken
Dat is een self-fulfilling prophecy. Omdat het publiek het niet kent en er dus niet op afkomt, doen muzikanten geen moeite, waardoor het publiek het niet leert waarderen, enzovoort.

Die vicieuze cirkel doorbreken is een opdracht voor muzikanten, programmamakers, concertorganisatoren én het muziekonderwijs. Het publiek zal volgen, want aan de kwaliteit van de muziek ligt het heus niet.

Zijn er geen dringender strijdpunten? De Klara top 100 wil luisteraars toch alleen laten genieten van mooie muziek? Dat is pleiten voor een status-quo. Niet alleen missen we zo veel, ook voor de vele meisjes aan de academies is dat geen stimulans.

Annelies Van Parys vertelde me over de twijfel die haar overviel tijdens haar masteropleiding: ‘Ik heb pas zeer laat beseft dat ik geen vrouwelijke voorbeelden kende. Als kind wilde ik al componeren, maar plots vroeg ik me af of dat wel hoorde. Hoe haalde ik het toch in mijn hersens?’ Gelukkig heeft ze doorgezet en doet ze nu concertzalen vollopen. Maar ook zij werd niet geselecteerd voor de top 100.

Tot 12 uur vandaag, vrijdag 23 november, kunnen we stemmen. Misschien er nog voor zorgen dat minstens één Clara de Klara Top 100 haalt?



Leonora, componerende buurvrouw van Rubens

Notities Posted on 19 augustus 2018 20:40

Er moeten nog veel componistes zijn van wie we nog nooit gehoord hebben maar die wel degelijk, zelfs in de openbaarheid, actief waren. Schrijvend aan Vrouw aan de piano ben ik daar steeds meer van overtuigd geraakt. Quod erat demonstrandum: niet lang nadat mijn boek verschenen was, dook ene Leonora Duarte (1610-1678) op. Deze zomer brengen het Museum Vleeshuis en het Snijders/Rockoxhuis in Antwerpen de buurvrouw van Rubens (1577-1640) onder de aandacht met een kleine, tweevoudige expo en een cd.

Terwijl Rubens’ palazzo aan de Wapper in de zeventiende eeuw het centrum van de schilderkunst was, was het stadspaleis van de familie Duarte op de Meir (ter hoogte van de latere stadsfeestzaal) het centrum van het Antwerpse muziekleven. Leonora Duarte was de oudste van de zes kinderen van Gaspar Duarte en Catharina Rodrigues.

Eind 16de eeuw had de joodse (sefardische) familie, die weliswaar onder druk bekeerd was tot het katholicisme, Portugal verruild voor het verdraagzamere Antwerpen. Daar zette ze een goed draaiende handel in juwelen en diamanten op. Vader Gaspar was lid van de rederijkerskamer De Violieren. Hij en zoon Diego (1612-1691) bouwden ook een rijkelijke kunstcollectie met Vlaamse, Hollandse en Italiaanse meesters uit.

Alle zes de kinderen kregen een gedegen muzikale opvoeding. Ze zongen en speelden klavecimbel, virginaal, luit, viool, theorbe en viola da gamba. In hun huis stonden vijf klavecimbels of virginalen en een claviorganum. De familie onderhield trouwens een warm contact met de befaamde klavecimbelbouwers Ruckers en Couchet – waarvan er instrumenten te bewonderen vallen in Museum Vleeshuis. Zodra zijn dochters Leonora, Catharina en Francisca oud genoeg waren, organiseerde Gaspar huisconcerten waarop hij samen met hen musiceerde.

Zeven sinfonie

Tijdens de huisconcerten waren ook eigen composities te horen, van Leonora en broer Diego. Voor één keer is eens werk bewaard gebleven van de zus, terwijl die van de broer allemaal verloren gegaan zijn. Van Leonora is een handschrift met zeven vijfstemmige sinfonie overgeleverd. Ze schreef ze tussen 1630 en 1640, de periode waarin Diego hofjuwelier was van de Engelse koning Charles I. De bibliotheek van Christ Church College in Oxford bewaart er een kopie van. De titels bij elk werk zijn in het handschrift van vader Gaspar.

Die zeven werken in Engelse consortstijl voor vijf viola da gamba’s vormen de ruggengraat van de cd The Duarte Circle – Antwerp 1640, in opdracht van Museum Vleeshuis opgenomen door het barokensemble Transports Publics onder leiding van Thomas Baeté. De andere werken op de cd zijn composities die mogelijk te horen waren op de huisconcerten van de Duarte’s, zoals van John Bull, de Engelse hoofdorganist van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en vermoedelijke compositieleraar van Leonora, en van Constantijn Huygens, de bekende Haagse dichter en diplomaat die als een echte homo universalis ook componist was. Ongetwijfeld kwamen deze heren ook over de vloer bij de familie Duarte.

Antwerpse Parnassus

Terwijl Huygens nogal neerkeek op de muziekcultuur van zijn eigen land, schreef hij in zijn omvangrijke correspondentie met warmte over la famille musicale en la maison musicale van de Duarte’s en noemde hij hun huis een Antwerpse Parnassus. De muzikale kring van de Duarte’s was een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en voor de nieuwste Europese stijlen. Ze had belangstelling voor de Nederlandse en de Engelse muziek, maar ook voor de Franse en Italiaanse. De kunsten vormden voor de familie een universele taal waarmee religieuze en geografische grenzen konden worden overstegen.

Enkele andere getuigenissen uit die tijd:

‘Ik verheug mij reeds over het musiceren in het huis van de edele heer Duarte, omdat ik dat slechts zo heb meegemaakt in Venetië in het gezelschap van Claudio Monteverdi.’ (Giuliano Calandrini)

‘Ik was die avond uitgenodigd door de heer Duarte, een Portugees van geboorte en een buitensporig welgestelde handelaar van wie het paleis – naar ik kon vaststellen – bemeubeld was als dat van een prins. Zijn drie dochters vermaakten er ons met voortreffelijke muziek, zowel vocale als instrumentale, waarna we de avond afsloten met een aangename maaltijd.’ (John Evelyn)

‘Wat de heer de Warty [Duarte gespeld op zijn Engels, vj] en zijn dochters betreft: ik heb alles gehoord. Ze vormen een mooi en harmonieus consort van luiten, viola da gamba, virginalen en stemmen. Ik twijfel er niet aan dat u er veel genoegen bij zult ondervinden ze te horen spelen.’ (Willam Swann)

Muziekkamer

Wat bekend is over de familie Duarte komt veelal uit overgeleverde correspondentie. Is het daarom dat de tentoonstelling in Museum Vleeshuis veeleer bescheiden is? Zelfs over hun leven kom je er weinig te weten. Daarvoor moet je naar de website, waar nochtans wel veel biografische info te lezen valt. Op de expo zijn wat partituren en boeken te zien, evenals siervoorwerpen uit hun tijd. Voor meer wordt doorverwezen naar het Snijdershuis, waar een muziekkamer is ingericht. Daar zag ik eerder dit jaar enkele instrumenten van de familie. Een beetje vreemd en toch wat ontgoochelend dat het sowieso schaarse materiaal dus uiteen getrokken is. Al zijn het Snijdershuis en het aanpalende Rockoxhuis in de Keizerstraat natuurlijk ook een bezoek meer dan waard.

Wie meer te weten wil komen over de Duarte’s en over de composities van Leonora en haar tijdgenoten, raadpleegt dus het best de website of schaft zich de cd met bijbehorend boekje aan. De kinderen Duarte lieten geen nakomelingen na, hun kunstcollectie raakte verspreid, hun partituren (op die enkele van Leonora na) zijn verloren. Maar ‘via de muziek op deze opname kunnen we ons heel even te gast voelen bij de familie Duarte’, besluiten Thomas Baeté en conservator Timothy De Paepe in het cd-boekje.

Clara Schumann

Naar het Vleeshuis ga je natuurlijk ook voor de rest van de collectie, met in de eerste plaats de historische instrumenten (van de Antwerpse bouwers Ruckers, Couchet en Dulcken, maar ook van Conrad Graf, van wie Beethoven een klavier had). Maar het in de lente heropende museum wil meer bieden. Het geeft een beeld van het muziekleven in de stad, van de middeleeuwen tot nu. Zo is er in de kelderverdieping ook aandacht voor de beiaard, voor de bouw van kiosken en concertzalen, voor de toenemende populariteit van dansfestijnen, fanfares en café-orgels en zelfs voor de legendarische Antwerpse The Pebbles.

Aangenaam verrast was ik door de korte beeldmontage over de Filharmonie. Clara Schumann heeft wel degelijk opgetreden in Antwerpen, getuige het programma dat op scherm getoond wordt. De pianiste van sa majesté l’Empereur de l’Autriche speelde op het Grand Concert van 2 Mars 1861 weliswaar geen eigen composities, maar van tijdgenoten zoals Mendelssohn, Chopin, Beethoven en de Belg Servais.

Hoe dan ook een aan te raden culturele uitstap, vlak bij de deur.

Info

Duarte: een muzikale familie in Museum Vleeshuis.

Voorcaemer aan de Straete in het Snijders/Rockoxhuis.

Cd ‘The Duarte Circle Antwerp 1640’

Bent u dan toch in Antwerpen, bezoek in het MAS dan ook de schilderijententoonstelling van Michaelina Wautier (1604-1689), eveneens een tijdgenote van Rubens.

Illustraties

• Atelier Gonzales Coques (1614–1684): Familie Duarte, olieverf op doek, © Leipzig, Museum der Bildenden Künste

Links op het schilderij zit vader Gaspar I (ca. 1584–1653) te midden van zijn zonen Gaspar II (1616–1685), die een viola da gamba bespeelt, en Diego (1612–1691). Reschts staat moeder Catharina (1584–1644). Ze houdt een partituur in de ene hand terwijl ze in de andere hand een gitaar aanneemt die dochter Leonora (1610–1678) aanreikt.

• Eigen foto’s beeldmontage Vleeshuis.



Cherchez la femme (2) – et recevez l’homme en plus

Notities Posted on 28 juni 2018 00:07

In een vorige notitie haalde ik mijn vergrootglas boven om op zoek te gaan naar vrouwelijke componistes bij de samenstelling van mijn concertprogramma voor volgend seizoen. In Brugge zijn de concertorganisatoren van het Festival van Vlaanderen zélf op zoek gegaan. Tien dagen lang, van 3 tot 12 augustus, staat het MAfestival daar helemaal in het teken van cherchez la femme.

Het MAfestival – of Musica Antica zoals het vroeger voluit heette – koos dit jaar als thema heel bewust voor muziek van en over vrouwen. ‘Ik heb mijn collega’s wel moeten overtuigen’, vertrouwde muziekprogrammatrice en dramaturge Katherina Lindekens me toe. ‘Het is een heikel onderwerp. Het lijkt alsof iedereen zijn eigen gevoeligheden en stokpaardjes op de ‘vrouwenzaak’ projecteert. Maar met de #metoo-beweging is het meer dan ooit het moment. Wat zich aandiende als een inspirerend festivalthema is het voorbije jaar uitgegroeid tot een acute realiteit. Vrouwen hebben hun identiteit weer opgeëist. Ze zijn meer dan femme fatale of femme pure.’

Festivaldirecteur Tomas Bisschop treedt haar bij: ‘Eeuwenlang was de muziekwereld een mannenbastion. Hoewel daar gelukkig verandering in is gekomen, blijft er werk aan de winkel.’

Te magere invulling

Toch staat niet alleen werk ván vrouwen op het programma, of zijn er alleen maar vrouwen te horen. Dat vonden ze in Brugge dan weer een ‘te magere’ invulling.

‘Gelukkig staan vrouwen nu heel courant op het concertpodium. Daar hebben we dus niet de nadruk op gelegd, dat zou te gemakkelijk geweest zijn’, aldus de festivaldirecteur. ‘Als uitvoersters staan ze wel centraal in een historische context.’

Zo brengt het MAfestival een hommage aan Wanda Landowska (1879-1959), een Poolse pianiste en componiste die pionierde in de historische uitvoeringspraktijk. Ze zette het klavecimbel opnieuw op de kaart en herontdekte het 17de- en 18de-eeuwse repertoire voor dat instrument. De Amerikaanse klavecinist Skip Sempé brengt een bloemlezing uit haar ‘eclectische repertoire’, luidt het in het programmaboekje, ‘van Byrd naar Rameau, van Scarlatti naar Händel, van Purcell naar Bach – en terug’. Tiens, geen werk van een vrouwelijke componiste?

Elisabeth Jacquet de la Guerre (1665-1729), dé vrouwelijke klaveciniste en een van de belangrijkste componistes van vóór 1800, krijgen we wel te horen in het concert Portraits of a Lady. Daarin laat de Zweeds-Engelse klaveciniste Carole Cerasi haar het programma delen met François Couperin (1168-1733), van wie ze enkele van zijn verklankingen van vrouwelijke personages brengt (Les vestales, Les nonètes, La princesse de sens).

Dat doet het festival wel vaker: werk van mannen programmeren dat de vrouw als onderwerp heeft.

Invloed

Katherina Lindekens wijst erop dat vrouwen, zelfs als ze niet of minder gecomponeerd hebben, in de muziekwereld toch veel invloed hebben uitgeoefend. Aan het hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen bijvoorbeeld kwamen schilders, schrijvers en musici over de vloer en zelf stelde ze twee liedboeken samen met werk van (mannelijke) polyfonisten. En hoe vaak hebben vrouwen mannelijke kunstenaars niet geïnspireerd? Zoals Petrarca zijn muze Laura bezong in 366 gedichten, die op hun beurt verklankt zijn door talloze componisten.

Een bijzonder werk vindt Katherina Lindekens Venus and Adonis van John Blow (1649-1708), een Engelse organist en componist. ‘Venus is altijd afhankelijk van Adonis. Maar bij John Blows Venus and Adonis stuurt de liefdesgodin haar minnaar resoluut op jacht – met tragische gevolgen. Zou het toeval zijn dat het libretto geschreven is door een vrouw?’ De auteur van het libretto bleef overigens tot 2008 ‘anoniem’. Pas toen is de tekst toegewezen aan de Engelse dichteres Anne Finch (1661-1720), een van de eerste vrouwen wier werk in druk verscheen.

Twee rechtsnarige vleugels

Een ander vermaard duo dat in Brugge op het programma staat, is Pélleas et Mélisande. Niet het bescheiden pianowerk van Mel Bonis, waar ik in een eerdere notitie over schreef. Wel de opera van Claude Debussy in het arrangement voor twee piano’s, gespeeld door Jan Michiels en Inge Spinette en met sopraan Lore Binon als Mélisande. Ik hoorde hen al op de Piano Day(s) in Hasselt en kan dit concert zeker aanbevelen. Michiels en Spinette spelen op twee gloednieuwe rechtsnarige vleugels van Maene.

Lore Binon is ook te horen in een programma dat draait rond Mary Stuart (1542-1587). Het ensemble Imago Mundi plaatst muziek uit Mary’s tijd naast werken die aan haar zijn opgedragen, door componisten als Robert Schumann en Gaetano Donizetti.

Er is ook een ode met motetten van – jawel – mannelijke componisten aan de allereerste ‘feministe’ Christine de Pizan (1364-ca. 1430), schrijfster van Le livre de la Cité des Dames, een utopische stad bevolkt door alleen maar vrouwen.

En dan is er nog Sint-Cecilia, patrones van de muziek – o ironie. Maar andermaal zijn het mannen, Marc-Antoine Charpentier (1643-1704) en Henry Purcell (1695-1695), die haar bezingen.

Recevoir l’homme en plus

Het valt niet te betwisten dat vrouwen veel vaker onderwerp waren van kunst dan dat ze zelf kunst voortgebracht hebben. Toch mag het intussen duidelijk zijn: in vrijwel elk concert is het chercher la femme et recevoir l’homme en plus. Soms krijg je het gevoel dat musici en ensembles welkom waren als ze in hun programmavoorstel maar een link legden met het vrouwelijke. Geen probleem als ze het daarvoor wat (te) ver moesten zoeken. Zo krijgt bijvoorbeeld de sonate KV304 van Mozart een plaats omdat ze een in memoriam was voor zijn moeder, en de Tombeau van Locatelli omdat dat een eerbetoon was aan zijn overleden echtgenote.

Het enige concert in het hoofdprogramma dat integraal focust op een vrouwelijke kunstenares is dat rond de mystica Hadewijch. In de handen van An Pierlé en Psallentes belooft ze wel ‘heruitgevonden’ te worden in een ‘hybride soundscape’. Zeer benieuwd.

Op de fiets

Er zijn nog wel wat kleinere concertjes met exclusief vrouwen op het programma, maar daarvoor moet u de fiets op. De (helaas al volgeboekte) fietstocht onder het motto VéloBaroque – Femmes Fortes laat u onderweg kennismaken met de hymnes van Kassia, een negende-eeuwse Grieks-Byzantijnse dichteres en de ‘eerste westerse componiste wier muziek de tand des tijds doorstond’.

Voorts krijgen we hier gelukkig wel Francesca Caccini, Barbara Strozzi en Isabella Leonarda te horen, drie componistes uit de barok die op een dergelijk festival bezwaarlijk over het hoofd mochten worden gezien. Heugelijk vind ik voorts de programmatie van de zeven Femmes de légende van Mel Bonis. In het lichtere genre krijgen we ‘tijdloze songs van Edith Piaff, Ella Fitzgerald en andere onvergetelijke vrouwen’.

Helemaal hedendaags is ten slotte Fatata te miti (Près de la mer), een werk voor cello en electronics waarvoor de Finse componiste Kaija Saariaho (1952) zich liet inspireren door Paul Gauguin.

Wagonnetje

Eén concert pik ik er nog uit, datgene waar ik mijn wagonnetje aan mag hangen. Op vrijdagmiddag 10 augustus bouwen contralto Wiebke Lehmkuhl en pianiste Ulrike Payer een programma rond de liedcyclus Frauenliebe und -leben van Robert Schumann. Een werk dat te denken geeft over de man-vrouwverhoudingen: op teksten van de mannelijke dichter Adelbert von Chamisso en getoonzet door de mannelijke componist bezingt een vrouw al haar gevoelens voor haar man, van haar prille verliefdheid, over het huwelijksgenot en het moederschap, tot de onoverkomelijk pijn bij zijn dood.

Behalve met liederen van Franz Schubert wordt dit programma aangevuld met werk van Clara Schumann, Fanny Mendelssohn en Pauline Viardot. Ik heb het genoegen een inleidende lezing te mogen houden – waarin ik uiteraard zal focussen op het werk van deze vrouwen en bij uitbreiding op de muzikale context waarin ze moesten werken.

Earopener

Het MAfestival rolt de rode loper uit voor componisten ‘van Kassia tot Kaija’, zoals Katherina Lindekens het treffend verwoordt in haar inleiding tot de programmabrochure. In Brugge laten ze deze zomer de muziek van vrouwen ‘dialogeren met die van mannelijke voorlopers, tijdgenoten en nazaten’. Zonder twijfel een lovenswaardig initiatief. Wat mij betreft had het wel iets minder dialoog mogen zijn. Ik blijf reikhalzend uitkijken naar een festival dat echt en uitsluitend de muzikale stem van vrouwen durft te laten horen.

‘Wat je ook doet, je kunt nooit iedereen op zijn wenken bedienen’, zei Katherina Lindekens me nog. ‘Ons opzet was geen ‘reservaatprogramma’ met alleen maar werk van vrouwelijke componistes. Het gevaar bestaat dan dat de aandacht voor vrouwen na het festival voor lange tijd weer wegvalt. Dit moet echter een eerste stap zijn om automatisch aan vrouwen te denken – het is een oproep aan onszelf en aan het publiek.’

Laten we hopen dat het MAfestival minstens een ‘earopener’ zal zijn.



Cherchez la femme (1)

Notities Posted on 17 mei 2018 20:53

De jaarlijkse klus is geklaard, mijn concertprogramma voor volgend seizoen zit in elkaar. Oef. Elk jaar is het toch weer een paar uur doorbijten om de Singelpocket en andere programmabrochures door te pluizen op zoek naar die niet te missen parels.

Het selecteren begint traditioneel met een oplijsting van zowat alles waar mijn interesse naar uit gaat. Tot nog toe gebeurde dat op papier, dit jaar voor het eerst in een Google-spreadsheet. Het voordeel? Het blad is nooit te klein, er valt altijd wel iets chronologisch tussen te voegen, ik kan de links naar de website toevoegen, en als de uiteindelijke keuze gemaakt is, die ook makkelijk overzetten naar mijn elektronische agenda. Eveneens handig: afstemmen met broers en zussen in één en hetzelfde document. Jazeker, het heeft wat in, zo’n culturele planning.

Maar laat ik het vooral hebben over de inhoud. Waar ben ik volgende seizoen te vinden? Een enkele keer in de Koningin Elisabethzaal of in een van onze drie opera’s, in de Bijloke of het Concertgebouw Brugge, maar vooral in deSingel. Wat een onuitputtelijk aanbod toch elk jaar weer, zo dicht bij de deur.

Al jaren ben ik gefocust op kamermuziek, met af en toe een uitstapje naar orkestraal werk. In eerste instantie leverde dat voor volgend seizoen een lijst van niet minder dan 70 concerten en voorstellingen op. Daar moest en zou in geschrapt worden. Niet zozeer met het oog op de portemonnee, wel om te voorkomen dat het verzadigingspunt nu echt bereikt wordt. Het punt waarop ik samen met Bach zou zeggen: Ich habe genug. Wat een heerlijke cantate, echt! Maar op een gegeven moment mag het wel eens wat anders zijn dan altijd maar weer Bach op het concertpodium. Of Mozart, Beethoven, Chopin, Mendelssohn (Felix), Schumann (Robert), Brahms.

Verraad

Niets tegen die heren en hun terecht bejubelde oeuvre, maar kennen we dat inmiddels niet stilaan van buiten? Ik heb steeds minder behoefte aan de zoveelste uitvoering van pakweg de viool- of cellosonates van Beethoven, zelfs als ze, zoals volgend seizoen in deSingel, gespeeld worden door klasbakken als Isabelle Faust, Jean-Guihen Queyras en Alexander Melnikov. Ik weet het, dit is vloeken in de kerk – ik voel het zelf ook aan als verraad. Verraad aan steengoede componisten en dito uitvoerders.

Toch is dit willens nillens mijn criterium geworden bij de selectie voor mijn concertseizoen: krijg ik iets nieuws te horen?

Wolfgang Rihm (1952) bijvoorbeeld, daar wil ik volgend seizoen wel eens nader kennis mee maken. Of het zelden gehoorde pianokwintet van Edward Elgar, of dat van Mark-Anthony Turnage (1960), of Erich Korngolds suite voor piano linkerhand, drie werken gebracht door het Louisiana Boathouse Ensemble, niet toevallig een van die (te) zeldzame ensembles die zich toeleggen op nieuwe en minder bekende muziek.

Speld in een hooiberg

Voor wie de begane paden wil verlaten, blijft er dus zeker nog wel wat te ontdekken in het overvloedige concertaanbod. Maar – en nu komt de maar die u van mij kan verwachten – naar vrouwelijke componistes blijft het zoeken als naar een speld in een hooiberg.

Slecht tijdens één concert in deSingel krijgen we 19de-eeuwse componistes te horen. Sopraan Christiane Karg en pianist Malcolm Martineau brengen Ausgewählte Lieder van Clara Schumann, Fanny Mendelssohn, Marie Hinrichs en Josephine Lang. Ik ben niet uitermate zot van zang, maar daar kijk ik dus toch naar uit – ook al moeten de dames de helft van het programma delen met Robert Schumann.

In een ander liedprogramma, De allegorie van het verlangen met Zefira Torna en het Vocalconsort Berlin, spotte ik Hildegard von Bingen (1098-1179), de Duitse abdis en mystica die bekend staat als de eerste vrouwelijke componiste uit de geschiedenis van de klassiek. En dan hebben we het zowat gehad wat oude(re) muziek betreft.

Annelies, Sofia en… B-A-C-H

Wat hedendaagse componistes betreft, duikt al iets makkelijker een naam op. Zo kunnen we kennismaken met een werk van de Litouwse Raminta Serksnyte (1975). Van leeftijdsgenote Annelies Van Parys staat zelfs een wereldcreatie op het programma, Requiem. Vanaf september is deze Vlaamse overigens seizoenscomponiste in het Concertgebouw Brugge.

In deSingel krijgt één vrouwelijke hedendaagse componiste een dag lang de volle aandacht. In de reeks Mijlpalen van de 20ste eeuw staat een hommage aan Sofia Goebajdoelina (1931) op het programma. De Russische zal er in Antwerpen ook zelf bij zijn en geïnterviewd worden door Reinbert de Leeuw. Sofia Goebajdoelina is een van die componistes die ik in Vrouw aan de piano helaas niet meer heb kunnen bespreken. Ik kijk ernaar uit om dat in februari 2019 goed te maken.

Maar kijk! Bach zal die dag toch ook weer van de partij zijn. Hoewel Sofia Goebajdoelina een indrukwekkend oeuvre heeft waarmee ze moeiteloos een hele dag zou kunnen vullen, stond ze er naar verluidt op ook Bach te programmeren op ‘haar’ dag. ’s Avonds krijgen we van haar Reflections on the theme B-A-C-H te horen, evenals een meditatie op het koraal Vor Deinen Thron tret’ ich hiermit, BWV668. Die wilde ze graag confronteren met werk van de meester himself.

Chloë Herteleer, programmatrice van deSingel, wees me er in een interview voor mijn boek op hoe moeilijk het toch is concertgangers warm te krijgen voor onbekende componisten, laat staan voor hedendaagse, laat staan voor vrouwelijke. Dat Johann Sebastian dan maar een lokker mag zijn voor Sofia. O wee als de verstokte Bach-fanaten verstek laten gaan op 9-2-2019.

(In een volgende notitie trek ik naar Brugge. Daar doet het Festival van Vlaanderen tijdens het tiendaagse MAfestival in augustus op een weloverwogen manier aan Chechez la femme.)

Illustratie: Uit mijn Bach-fotoalbum, mei 2010. Ergens in zijn geboortestad Eisenach, Bach dus maar niet Bach. © vj



Volgende »