Blog Image

Blog

Karski Quartet stelt Grażyna Bacewicz voor: ‘Niet omdat ze Pools of vrouw is maar omdat haar werk fantastisch is’

Notities Posted on 19 september 2026 13:30

In Polen is de componiste en violiste Grażyna Bacewicz (1909-1969) alom bekend. Maar in België, waar ze nochtans bij de Koningin Elisabethwedstrijd en in Luik prijzen won, verdween ze bijna helemaal uit beeld. Het Pools-Belgische Karski Quartet brengt haar toegankelijke, energieke muziek opnieuw naar het publiek met een cd en concerten op onder meer het Leuvense Festival 20•21 (samen met pianist Brecht Valckenaers). Dat doen ze niet uit vaderlandsliefde of genderbewustzijn, maar ‘gewoon omdat haar werk fantastisch is’. Een gesprek met violiste Kaja Nowak en altviolist Diede Verpoest over een Pools rolmodel – of twee rolmodellen.

© Filip Verpoest

Violiste Kaja Nowak en altviolist Diede Verpoest lachen ontkennend wanneer ik hun vraag of het de opzet van het Karski Quartet is om vooral Poolse componistes/n uit te voeren. Het kwartet bestaat immers voor driekwart uit Poolse muzikantes: naast Kaja Nowak ook de zussen Natalia (viool) en Julia Kotarba (cello). Bovendien is het ensemble vernoemd naar de Poolse verzetsstrijder Jan Karski. 

Die naam blijkt gesuggereerd door hun docent Philippe Graffin aan het conservatorium van Brussel, waar de vier elkaar leerden kennen. ‘Philippe Graffin is heel gepassioneerd door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en heeft ook een festival georganiseerd rond vergeten en vervolgde componisten’, legt Kaja Nowak uit. ‘Jan Karski had echter niets met muziek te maken. Philippe leerde hem kennen via de documentaire Shoah van Claude Lanzmann, waarin Karski een belangrijke rol speelde. Als verzetsfiguur in het bezette Polen was hij benaderd door Joodse mensen die hem vroegen om het getto van Warschau te gaan bekijken. Volkomen geschokt door wat hij daar en later ook in de concentratiekampen zag, besloot hij het Westen daarvan op de hoogte te brengen. Hij memoriseerde een rapport en ging op gevaar voor eigen leven naar het buitenland om erover te spreken met Britse en Amerikaanse politici. Die missie heeft weliswaar, tot zijn groot verdriet, niet veel opgeleverd.’

Klimaat

‘Hoewel ons kwartet uit drie Poolse muzikantes bestaat, was het echter helemaal niet ons opzet om de Poolse cultuur te gaan promoten, integendeel. Het eerste werk dat we samen speelden, was trouwens een strijkkwartet van Claude Debussy. We hebben dan ook getwijfeld over die naam. Maar Karski’s persoonlijkheid – meelevend, integer en moedig – en zijn waarden spraken ons alle vier ernorm aan. We willen dat onze muziek niet op zichzelf staat, maar een reflectie is van het leven en de samenleving. We willen onze stem laten horen.’

‘Ons maatschappelijk engagement vertalen we in onze programmering’, vult Diede Verpoest aan. ‘Onlangs hebben we bijvoorbeeld een programma samengesteld dat vooral rond natuur draait. Daar zit veel volksmuziek in, omdat daar veel natuurelementen in voorkomen. Op die manier vragen we aandacht voor de klimaatproblematiek. We verdiepen ons dan wel in de muziek, maar we zijn ook mensen die met de maatschappij bezig zijn.’

Geen tijd voor zelfmedelijden

Grażyna Bacewicz kreeg geregeld brieven gericht aan ‘de heer Bacewicz’.

Maar nu staat dan toch een Poolse componiste op het programma. Niet omdat ze Pools is of omdat ze vrouw is, zegt Kaja. ‘De muziek van Grażyna Bacewicz is gewoon geweldig. En mij gaat het vooral daarom. Al geven we toe dat we meesurfen op de toegenomen aandacht voor vrouwelijke en vergeten componistes/n. De tijdsgeest zit zeker mee.’

Bacewicz zelf zou volgens haar biografe Diana Ambache niet zo bezig geweest zijn met man-vrouwverhoudingen. Toch beschreef de componiste in een gesprek met Nadia Boulanger (dat ze weergeeft in een vroeg essay, opgenomen in de na haar dood gepubliceerde bundel Znak szczególny (A Distinguishing Mark)) hoe zwaar ze het leven van een vrouw vond: het was onmogelijk om tegelijkertijd echtgenote, moeder, huisvrouw en creatief te zijn. De illustere pedagoge Boulanger, bij wie Bacewicz in de jaren 30 in Parijs ging studeren aan de École Normale de Musique, zou daarop geantwoord hebben ‘dat er, om te slagen in deze in wezen mannelijke wereld, geen tijd was voor zelfmedelijden en zwakke momenten’ (*).

Haar vrouwzijn heeft het Bacewicz hoe dan ook niet gemakkelijk gemaakt. Zo schreef een criticus in 1949 na een uitvoering van haar pianoconcert in Wenen dat het een ‘bekend feit is dat in de schaduw van Grażyna Bacewicz een man staat die haar composities voor haar schrijft’ (*). Brieven werden geregeld geadresseerd aan ‘de heer Bacewicz’.

Kaja: ‘Als componiste werd ze aanvankelijk uitgelachen. Medestudenten vroegen dan: “Ben je verdwaald? Dit is het lokaal voor compositie, hoor.” Later werd ze door haar collega’s wel enorm gewaardeerd en kreeg ze compositieopdrachten van vooraanstaande musici. Ook als violiste had ze een fantastische carrière. Wat een rijk leven heeft ze toch gehad! Overigens niet alleen als componiste en violiste, ze was ook moeder, zus en dochter, en zorgde altijd voor haar familie.’ Daarbovenop was ze nog auteur van vier romans, korte verhalen, essays, televisie-, radio- en theaterstukken.

Rolmodel

Na een ernstig verkeersongeval in 1954 moest ze het concerteren vaarwel zeggen en legde ze zich met nog meer ijver toe op het componeren. Ze werd jurylid bij vooraanstaande vioolwedstrijden en in de jaren 60 vicevoorzitster van de Poolse componistenbond. Volgens de componiste Bernadetta Matuszczak (1937-2021) werd Bacewicz als eerste vrouwelijke componiste in Polen door haar mannelijke collega’s als gelijke geaccepteerd en maakte ze de weg vrij voor anderen. ‘In Polen plaveide Grażyna de weg voor vrouwelijke componistes. Ze had het moeilijk, maar ze slaagde; dankzij haar grote talent verwierf ze faam… Voor ons lag de weg daarna open en keek niemand meer vreemd op: “Mijn hemel, wéér een vrouwelijke componiste!” Bacewicz was ons immers voorgegaan, dus ook de volgende had recht van bestaan.’ (*)

Kaja Nowak: ‘In Polen kent iedereen Grażyna Bacewicz. Vreemd dat ze in België zo weinig bekend is.’ © Filip Verpoest

‘Ja, ook voor ons is Bacewicz absoluut een rolmodel’, glundert Kaja desgevraagd. ‘Maar de geschiedenis heeft de neiging om vrouwen snel te vergeten, zelfs als ze bij leven een bloeiende carrière hadden. Bacewicz won zelfs prijzen in België: in Luik de eerste prijs voor haar vierde strijkkwartet en later de tweede voor haar vijfde strijkwartet. In 1966 won ze bij de Koningin Elisabethwedstrijd voor compositie de tweede prijs en de prijs van de Belgische regering met haar zevende vioolconcerto. Vreemd dus dat ze hier zo weinig bekend is. Zelfs niet in het conservatorium, tenzij misschien onder violisten met wat solostukken.’

Diede Verpoest bevestigt: nog vóór hij met de drie Poolse muzikantes in zee ging, had hij al wel haar Caprice polonais gespeeld, een van haar bekendere stukken. 

Voor Poolse musici is Bacewicz daarentegen een constante in hun muzikale leven, weet Kaja. ‘Ik denk dat elke violist/e in Polen wel minstens één stuk van haar gespeeld heeft. Ook haar orkest- en kamermuziek is er vrij populair. In Polen kent tegenwoordig echt iedereen haar naam. Er zijn straten naar haar vernoemd, en ook het conservatorium in haar geboortestad Łódź draagt haar naam en die van haar broer Kiejstut.’ (Grażyna’s beide broers, Kiejstut en de naar de VS uitgeweken Vytautas, waren ook componist en pianist. Hun zus Wanda was dichteres.)

Toegankelijk

20ste-eeuwse muziek heeft al eens de reputatie wat minder makkelijk in het oor te liggen dan pakweg de muziek uit de klassiek of de romantiek. Maar telkens wanneer het Karski Quartet Bacewicz’ werk uitvoert, krijgen ze zeer positieve reacties van het publiek, zegt Diede. ‘Zeker wanneer men haar muziek live hoort, want die is heel levendig. Bovendien zijn we een kwartet dat met veel energie en dynamiek speelt. Overigens kwam onze cd-opname onlangs als beste naar voren in een blind-listening programma op de Poolse radio waarbij een panel zes opnames van haar vierde strijkkwartet vergeleek.’

Wat haar werk toegankelijk maakt, is dat het vaak door volkmuziek geïnspireerd is. Zeker de Polen herkennen er deuntjes vol energie in, zegt Kaja. ‘Maar zelfs als ze de melodie niet herkennen, herkennen ze wel de buigingen en de klemtonen. Het is typische Poolse folklore.’

Die volkse insteek is overigens eigen aan het werk van wel meer Poolse componisten. Denk maar aan de mazurka’s van de Pools-Franse Frédéric (eigenlijk Fryderyk) Chopin. Een mazurka is van oorsprong een volksdans uit de historische regio Mazovië in Polen.

Socialistisch-realistisch

Onder de Duitse bezetting werkte Bacewicz nauw samen met het Poolse verzet. Ze werd lid van de ondergrondse muzikantenbond en streed voor het behoud van de waardigheid van Poolse kunstenaars. Na de oorlog volgde voor kunstenaars nog geen bevrijding en werden ze onderworpen aan de socialistisch-realistische doctrine van de USSR die kunst wilde inzetten voor politieke doeleinden. Kunst moest ‘volkseigen’ zijn. Aangezien Bacewiz al traditionele vormen en genres integreerde in haar composities, had ze het niet zo moeilijk om in de pas te lopen en de censuur te omzeilen. Haar werken werden regelmatig uitgevoerd door het Pools Radio Orkest, het Nationaal Filharmonisch Orkest en andere orkesten die haar compositieopdrachten gaven.

Kaja: ‘Het bleef ook voor haar een lastige periode, maar ze integreerde die “gezonde wortels van de natie” op een mooie, oprechte en intelligente manier. Ze zag zichzelf niet als een groot vernieuwer. Ze was wel geobsedeerd door vorm en wilde onderzoeken hoe ver die haar kon brengen. Want een componist moest volgens haar wel evolueren en niet een heel leven in dezelfde stijl blijven hangen.’

Experimenteren

Grażyna Bacewicz hield niet van hokjes en labeltjes en haar stijl is, los van die volksmuzikale insteek, dan ook moeilijk eenduidig te omschrijven. Haar eerste periode mag neoclassicistisch genoemd worden. Maar later is ze ook beginnen te experimenteren, naar het voorbeeld van de westerse mode. Die leerden zij en haar Poolse collega’s pas kennen na 1953, toen de Poolse Communistische Partij na de dood van de Sovjet-Russische secretaris-generaal Leonid Brezjnev meer vrijheid toestond. Bacewicz nam toen mee het initiatief voor het Internationaal Festival voor Hedendaagse Muziek, dat in 1956 voor het eerst georganiseerd werd in Warschau en het einde betekende van het Poolse isolement ten aanzien van de nieuwe muzikale stromingen uit het Westen. De Polen maakten er voor het eerst kennis met de muziek van bv. Stockhausen en Schönberg. 

In de composities van Bacewicz konden dan ook subtiele veranderingen opgemerkt worden, weg van de tonaliteit en met grotere focus op instrumentale klankkleur (sonorisme). Tegelijk leren we uit haar correspondentie met haar broer in de VS dat ze haar bedenkingen had bij de westerse avant-garde. Ze was in België tot het besef gekomen, zo schreef ze, dat componisten ‘experimenteren met geluiden, kleuren, interessante ritmes enzovoort, maar er is nog steeds geen muziek’. Eigenlijk zijn ze ‘met al die avant-garde op een doodlopend spoor beland’. ‘Sterker nog: de composities bevielen zelfs de componisten zelf niet meer (uitzonderlijke genieën daargelaten). Muziek is een prachtige kunstvorm; wat er geschreven werd, was dat niet.’ 

Emotionele muziek

Diede Verpoest: ‘Bacewicz heeft een zeer eigen, unieke stijl.’ © Filip Verpoest

Bacewicz besloot dat er een nieuwe weg gevonden moest worden en zocht die in een vereenvoudiging van de muzikale taal. Bovendien wilde ze voortaan ‘emotionele muziek’ schrijven, want ‘componisten lijken zich te schamen voor hun emotionele kant’. 

Dat alles leidde volgens Diede Verpoest en Kaja Nowak tot Bacewicz’ zeer eigen, unieke stijl. Kaja: ‘Op het einde van haar leven schreef ze weliswaar zeer experimentele muziek, maar ze experimenteerde niet om het experimenteren zelf. En door al die enorme stijldiversiteit heen zie je nog één duidelijk kenmerk: een ongelooflijke manier van communiceren met de luisteraar. Die is heel direct, of het nu om een experimenteel stuk gaat of om een neoclassicistisch werk met volksmelodieën. Daardoor reageren mensen na een concert ook dat Bacewicz’ muziek veel toegankelijker is dan ze verwacht hadden.’

Motorek

Bacewicz zei van zichzelf dat ze zich tijdens het componeren nooit moe voelde en klanken in haar hoofd zo snel mogelijk op papier wilde zetten. Haar energie dankte ze aan wat ze haar motorek noemde: ‘Ik heb een klein, onzichtbaar motortje in me, en dankzij dat klaar ik een taak in tien minuten waar anderen een uur of langer over doen; ik stap normaal gesproken niet, maar ik ren; ik praat snel; zelfs mijn hartslag is sneller dan die van anderen en ik ben geboren in de zevende maand. Ik ben geboren voor actie, niet voor holle praatjes… Er is maar één essentiële vereiste: ‘motorek…’ – zonder dat heeft het geen zin.’ (*) Haar oeuvre omvat niet minder dan 12 concerti waaronder 7 voor viool, 4 symfonieën, koorwerken, kamermuziek enzovoort. En dan heeft ze nog veel stukken weggegooid, streng als ze voor zichzelf was.

Een aangename kennismaking biedt alvast de cd van het Karski Quartet, met daarop haar eerste pianokwintet en haar vierde strijkkwartet. Live tijdens Festival 20•21 in Leuven brengen ze dat strijkkwartet en het eerste en het tweede pianokwintet. Daarvoor krijgen de vier dan het gezelschap van artist in residence Brecht Valckenaers, die ons vorige jaar ook al verblijdde met de Russische componiste Galina Oestvolskaja (lees op deze blog: Galina Oestvolskaja: tussen piano, pijn en protest).

Voorts raadt Kaja het al eerder genoemde Pools caprice (Kaprys polski, 1949) voor viool solo aan, het Concerto voor Strijkorkest (Koncert na orkiestrę smyczkową, 1948) – ‘een prachtig werk met geweldige harmonieën en ritmes’ – en het Kwartet voor 4 violen (Kwartet na 4 skrzypiec, 1949). Uit Bacewicz’ latere periode is haar Altvioolconcerto (Koncert na altówkę i orkiestrę, 1968-69) het ontdekken waard.

Zelf heb ik me voorgenomen me aan mijn piano eens te verdiepen in de Kindersuite (Suita dziecięca, 1933), acht korte werkjes in veeleer neoclassisistische stijl. Bacewicz componeerde ze toen ze 23 jaar was, in de periode dat ze studeerde bij Nadia Boulanger. Vergis u niet: anders dan de titel kan doen vermoeden, bieden deze stukken toch nogal wat technische uitdagingen…

___________________  

  • (*) Geciteerd in de biografie Grażyna Bacewicz The First Lady of Polish Music van Diana Ambache.
  • Tijdens Festival 20•21 speelt het Karski Quartet samen met Brecht Valckenaers het concert Polish(ed) Power op 13 oktober om 20.30 uur in het Iers College.
  • Werk van Grażyna Bacewicz staat naast ander werk ook nog op het programma tijdens concerten in Brakel (3/10), Zomergem (4/10), Gent (26/10), Wetteren (30/10) en Brugge (31/10). Meer info bij het Karski Quartet.
  • Op de cd Bacewicz: String Quartet No.4, Piano Quintet No.1 krijgt het Karski Quartet het gezelschap van pianist Jâms Coleman.
  • Dit artikel is ook verschenen bij Klassiek Centraal.



De boulangerie van Nadia

Notities Posted on 6 mei 2021 22:52

Het aantal werken dat vrouwelijke componistes uit voorgaande eeuwen ons hebben nagelaten is veel kleiner dan de erfenis van hun mannelijke collega’s. Dat kunnen we niet ontkennen. Maar dat betekent geenszins dat hun rol en hun betekenis in het muziekleven te verwaarlozen waren. Neem nu Nadia Boulanger. Zelf noemde ze haar composities ‘nutteloos’ en een ‘blijk van onbekwaamheid’. Al hoeven we het daar geenszins mee eens te zijn, als muziekpedagoge verdient ze zeker nog veel meer respect. Met haar boulangerie leverde ze (wereldvermaarde) musici af als broden. De Nederlandse violiste Merel Vercammen en de Russische pianiste Dina Ivanova eren haar nu met hun gloednieuwe cd The Boulanger Legacy. Behalve composities van Nadia en haar zus Lili staat er werk op van haar studenten Leonard Bernstein, Grażyna Bacewicz en Astor Piazzolla. Een pareltje van een cd waarmee het jonge duo ons (andermaal) op ontdekkingsreis stuurt.

Nadia en Lili Boulanger. © Centre international Nadia et Lili Boulanger


Hoewel ze in 1908 de tweede prijs behaalde in de prestigieuze wedstrijd Prix de Rome, zag Nadia Boulanger (1887-1979) zichzelf niet als componiste. Zeker niet nadat haar jongere zus Lili, als eerste vrouw in de geschiedenis, er vijf jaar later in geslaagd was wel de eerste prijs te winnen. Na het vroegtijdige overlijden van Lili (1893-1918) stopte Nadia met componeren. De rest van haar lange leven zou ze zich toeleggen op het promoten van het werk van haar zus. Wereldwijd vermaard werd ze echter als muziekpedagoge. Ze gaf les aan de École Normale de Musique de Paris en het Conservatoire Américain in Fontainebleau, waarvan ze van 1948 tot 1978 directrice was. Legendarisch waren haar woensdagmiddagklassen in haar appartement, waarbij ‘Mademoiselle’ – ze bleef ongehuwd – voor een menigte liefhebbers aan haar piano composities analyseerde.

Hoeveel musici ze precies heeft opgeleid, is niet bekend. Maar ze waren met zeer velen. Verwijzend naar haar achternaam had men het lachend over haar boulangerie, waar ze componisten, musici en docenten aan de lopende band afleverde als waren het broden. Ze kwamen uit alle windstreken, zelfs uit verschillende muziekrichtingen, en velen bepaalden mee het muzikale gezicht van de 20ste eeuw: van Darius Milhaud over Leonard Bernstein, John Eliot Gardiner en Aaron Copland, tot Astor Piazzolla, Quincy Jones, Michel Legrand, Daniel Bahrenboim en Philip Glass. Ned Rorem vroeg zich zelfs ironisch af of hij misschien de enige Amerikaanse componist was die niet bij haar in de leer was gegaan.

Gezien haar bescheiden compositorische erfenis zijn er niet zoveel cd’s met haar eigen werk te vinden. Er is de intussen bijna 30 jaar oude cd Thème et Variations van haar laatste student, Emile Naoumoff, die nog meer dan aan Nadia een huldebetoon is aan Lili. Composities van Nadia zijn sporadisch ook te horen op verzamel-cd’s. Eigenlijk was het wachten tot 2017 vooraleer er een (dubbel-)cd uitkwam die exclusief aan haar gewijd was: Mademoiselle – Première Audience, met daarop zowaar ook Unknown Music of Nadia Boulanger. 

In stijgende lijn

Sindsdien lijkt de belangstelling voor de legendarische Française in stijgende lijn te gaan, al ligt de focus nog steeds amper op haar compositorische kwaliteiten.

Vorig jaar bracht het label Decca onder de titel Nadia Boulanger – Icon vijf historische elpees opnieuw uit als cd. Het gaat om opnames van Nadia’s vocale en instrumentale ensemble waarmee ze in de jaren vijftig als dirigente onder meer Monteverdi onder de aandacht bracht. 

Eveneens vorig jaar stelde celliste Astrig Siranossian de cd Dear mademoiselle: A tribute to Nadia Boulanger samen, met werk voor cello en piano van Nadia’s collega-docent en levenslange vriend Igor Stravinsky (op wie haar invloed niet te onderschatten is) en haar studenten Elliott Carter, Aster Piazzolla, Philip Glass, Quincy Jones en Michel Legrand. Van Nadia zelf zijn uitsluitend haar Trois Pièces voor cello en piano te horen. Aan de piano: oud-student Daniel Barenboim.

De beste versie van zichzelf

En nu is er dus de gloednieuwe cd van de Nederlandse violiste Merel Vercammen en de Russische pianiste Dina Ivanova. Ook daarop slechts één stuk van Nadia: het eerste deel van de Trois Pièces voor cello en piano, die Merel – bij gebrek aan vioolwerk van Nadia – transcribeerde voor haar eigen instrument. Zeer geslaagd – die ijle klank! – en jammer dus dat delen 2 en 3 er niet bij zijn. Daarnaast trakteert het duo ons op drie werken van zus Lili: Nocturne, Cortège (waarvan ikzelf momenteel de versie voor piano solo instudeer!) en D’un matin de printemps. Maar de focus ligt ook hier op Nadia’s studenten, met name de Amerikaan Leonard Bernstein, de Poolse componiste Grażyna Bacewicz en ook hier de Argentijn Astor Piazzolla.

Merel Vercammen: ‘Het is bijzonder om te zien dat ze zoveel jonge kunstenaars heeft geïnspireerd. Het meest fascinerende aan Boulanger is dat haar vele studenten allemaal erg van elkaar verschillen. Ze moedigde hen aan om de beste versie van zichzelf te worden.’

Nadia Boulanger en Astor Piazzolla (1955).


Van Piazzolla (1921-1992), die halverwege de jaren vijftig contact zocht met Nadia Boulanger, weten we bijvoorbeeld dat ze hem aanmoedigde zijn eigen tanguero-kleuren niet te verwaarlozen. Piazzolla nam haar advies ter harte en versmolt tango met jazz en stijlelementen uit de klassiek muziek, wat leidde tot zijn herkenbare stijl. Piazzolla, dit jaar 100 jaar geleden geboren, droeg zijn bekende Grand Tango oorspronkelijk op aan de vermaarde cellist Mstislav Rostropovich. Merel speelt ook hier dus een bewerking voor viool, geschreven door de Russische componiste Sofia Goebaidoelina. Om het juiste gevoel voor ritme en timing te krijgen ging ze les volgen bij bandoneonist Leo Vervelde. Zeer zuiver, mooi! (Luister hier).  

Leonard Bernstein (1918-1990) was een van de laatsten die Nadia gesproken hebben vooraleer ze in 1979 op 92-jarige leeftijd overleed. De zevendelige vioolsonate op de cd schreef hij in 1939 in zijn puberjaren, en behoort eigenlijk niet tot Boulangers legacy, want toen kenden ze elkaar nog niet. Hoe dan ook zou Mademoiselle een sturende rol spelen in zijn carrière. Hij hergebruikte de melodie van de vioolsonate, zijn enige werk voor viool, in zijn tweede symfonie, The Age of Anxiety. Voor mij is het een aangename kennismaking met werk van de man die we ons toch vooral herinneren als dirigent en componist van de Broadway-musical West Side Story. 

Meest ondergewaardeerde componiste

Grażyna Bacewicz.

De cd van Merel Vercammen en Dina Ivanova heeft me nu vooral aangemoedigd me te verdiepen in de Poolse Grażyna Bacewicz (1909-1969). Ik had wel al een vijftal cd’s met werk van haar, maar ze konden me tot nog toe niet echt bekoren – excuus Krystian Zimerman en co. De sonate die Merel en Dina hier uitvoeren spreekt me daarentegen wel aan. Wellicht heeft de puike uitvoering daar veel mee te maken. (Beluister hier een fragment.) Bij deze zet ik Grażyna Bacewicz nog wat hoger op mijn lijstje ‘te ontdekken componistes’.

Merel Vercammen vindt Bacewicz alvast de ‘meest ondergewaardeerde componiste van de 20ste eeuw’. Wist u dat de Poolse, die zelf violiste was, onder andere zeven vioolconcerti, vier symfonieën, twee celloconcerti, een pianoconcerto, zeven strijkkwartetten, vijf vioolsonates en nog een reeks solowerken voor viool gecomponeerd heeft? Met haar vierde strijkkwartet won ze in 1951 de eerste prijs in de Internationale Competitie in Luik. Haar vierde symfonie werd in Polen bekroond en haar zevende vioolconcert kreeg in 1965 zowaar de tweede prijs voor compositie bij de Koningin Elisabethwedstrijd.

Er valt dus wel wat te ontdekken op deze cd. Heerlijk toch, jonge muzikantes die de begane paden durven te verlaten en ons nieuw of althans onbekend werk – en dan nog van vrouwelijke componistes – voorschotelen.

Haute-couture voor Brits koninklijk huis

Het is trouwens niet de eerste keer dat ze dan doen. Ook op hun eerste cd, Symbiosis uit 2019 (gerealiseerd dankzij crowdfunding), staan twee schitterende composities van vrouwen, eveneens ontdekkingen, zowel de werken als de componistes.   

Régine Wieniawski, alias Poldowski. © Bassano Ltd

De eerste is de sonate in D Minor van Poldowski, zowaar een in Elsene geboren componiste. Poldowski is het pseudoniem van Régine Wieniawski (1879-1932), dochter van de Poolse vioolvirtuoos en componist Henryk Wieniawski en een Britse moeder. Sommige werken heeft ze gepubliceerd onder de naam Irène Wieniawska, maar ze wilde niet voortsurfen op de naamsbekendheid van haar vader of haar man, een adellijke Brit. Als Lady Dean Paul verkoos ze daarom het pseudoniem Poldowski. Ze schreef laatromantische composities en als virtuoze concertpianiste reisde ze door heel Europa. Tegelijk ontwierp ze in haar nieuwe thuisland haute-couture voor het Britse koninklijke huis. Kortom, een (componisten)leven dat erom smeekt verder geëxploreerd te worden.

Het tweede werk is een creatie: Sprookjes van de Nederlandse componiste Mathilde Wantenaar (1993), een opdrachtwerk dat volgens de Volkskrant een ‘hit’ werd op Radio 4.

Ten slotte staat op Symbiose ook nog een veel bekender werk, maar in een loepzuivere uitvoering: de sonate in A van César Franck. Al sinds haar vijftiende is dat haar lievelingsstuk voor viool en piano, zegt Merel Vercammen daarover. ‘Ik heb aan deze sonate jarenlang met al mijn leraren geschaafd en ze daarna op vele concerten gespeeld, waardoor mijn interpretatie van dit stuk eigenlijk mijn gehele artistieke ontwikkeling omvat. Toen ik de sonate voor het eerst met Dina speelde, een ‘klavierleeuwin’ pur sang, voelde het zo natuurlijk. Het was vanaf het begin duidelijk dat we dit op cd moesten brengen.’

Merel Vercammen en Dina Ivanova.

Voordeel van de lockdown

Merel Vercammen (1988) studeerde onder meer aan het Royal College of Music in Londen. Haar medespeelster Dina Ivanova (1994) leerde ze in 2017 kennen op het Liszt Concours in Utrecht waar Dina de derde prijs en de publieksprijs won. 

Op de Internationale Vrouwendag in 2020 speelden ze tijdens een uitzending van Podium Witteman Lili Boulangers Nocturne. Daar kregen ze zin om zich verder te verdiepen in de zussen Boulanger. Omdat er geen vioolwerk van Nadia beschikbaar is, verruimden ze hun interesse naar haar studenten. Met de voorliggende cd The Boulanger Legacy tot gevolg. ‘Een voordeel van de lockdown’, zegt Dina daarover in dit promofilmpje, ‘we hadden veel tijd om te repeteren.’ 

In 2019 bracht Merel nog een opmerkelijke cd uit: The Zoo, met niets dan geïmproviseerde werken, waarbij ze telkens een andere medespeelster of -speler heeft. In een interview zei ze: 

‘De schoonheid zit juist in de imperfectie. Dat is wat muziek levendig maakt.’ Noch op deze cd, noch op de andere twee heb ik haar en haar compagnons kunnen betrappen op enige imperfectie, integendeel. Levendig en doorleefd is hun muziek hoe dan ook. 

Ten slotte wil ik Female Classical composers 20th & 21st century niet onvermeld laten, een afspeellijst op Spotify met Merels persoonlijke selectie van haar favoriete componistes. ‘Music written by awesome composers who happen to be female’, goed voor zomaar even 10 uur en 25 minuten muzikaal genot. Wie nu nog durft te beweren dat vrouwen geen prachtige muziek hebben geschreven… Ik vind er alvast zeer veel inspiratie in om mijn ontdekkingsreis voort te zetten.

__________
• Lees meer over Nadia en Lili Boulanger in mijn eerdere notitie Van Nadia naar Philip, leven in muziek.
• De cd The Boulanger Legacy is uit bij het label trptk en is, net zoals Symbiosis en The Zoo te bestellen via www.merelvercammen.com.
• De drie cd’s zijn ook te vinden op Spotify, The Zoo ook op YouTube.

Lees meer notities

Krijg updates in uw mailbox