Blog Image

Blog

Mozart dreimal anders

Notities Posted on 26 oktober 2025 23:24

Bij het Konzerthausorchester Berlin aan de Gendarmenmarkt in hartje Berlijn stond vandaag o.l.v. Reinhard Goebel Mozart op het programma. Drie keer zelfs, maar dan wel telkens een andere. Een concertverslagje uit Berlijn.

Het Konzerthasu aan de Gendarmenmarkt in Berlijn. © Veerle Janssens
© vja

Vader Leopold Mozart mocht de spits afbijten met de symfonie Neue Lambacher. (Ook zijn toen 13-jarige zoon Wolfje componeerde tijdens eenzelfde reis in het Benedictijnerklooster Lambach een symfonie, maar zijn Alte Lambacher zou volgens kenners merkwaardig genoeg minder ‘modern’ klinken.)

Klassisch Anders. © Veerle Janssens
© vja

Wolfgang stond uiteraard ook op het programma, al moest hij de eer delen met zijn tijdgenoot Franz Gleissner die tekende voor een orkestbewerking van Wolfgangs Bläserserenade (Gran Partita).

De verrassing was evenwel het tweede pianoconcert (op. 25) van Wolfgang Amadeus Mozart der Jüngere, geboortenaam Franz Xaver Mozart, de jongste van de zes kinderen van Wolfgang en Constanze. Geen vijf maanden oud was hij toen zijn vader overleed, en zijn leven lang zou het hem veel (vergeefse) moeite kosten om onder de schaduw van Wolfgang senior uit te geraken. Dit concerto getuigt echter van zijn groot talent, ook als virtuoos pianist. De Oostenrijkse pianist Aaron Pilsan had vandaag trouwens ook geen enkel probleem met de virtuoze partituur. Heerlijk ‘mozartiaans’ stuk!

En Maria Anna?

Dergelijke programma’s tonen eens te meer aan dat er nog zoveel meer te ontdekken valt buiten de canon. Wat zou het dan ook mooi geweest zijn wanneer er nóg een Mozart te horen was geweest: Maria Anna ofte Nannerl Mozart, Wolfgangs vijf jaar oudere zus. Ook zij was een zeer goede pianiste én zeker en vast ook componiste. Wolfgang bewonderde haar trouwens zeer, maar ‘uiteraard’ ging hij met alle aandacht lopen. Helaas is er geen werk van haar bewaard gebleven.

© vja
© vja
© vja

_______________

• Lees ook: Met Emilie Mayer en vele Mendelssohns in Berlijn.



Het geheime dagboek van Duitslands belangrijkste componiste Emilie Mayer

Notities Posted on 5 augustus 2025 20:00

We weten niet of de Duitse componiste Emilie Mayer dagelijks noteerde wat haar bezighield. Over haar persoonlijke leven weten we zelfs zo goed als niets. Toch is onlangs haar geheime dagboek verschenen. Een fictief dagboek dan wel, maar erg geloofwaardig en lezenswaardig. Het werd geschreven door Gitta Martens, met wie ik door een gelukkig toeval kennismaakte tijdens mijn vakantie in Mecklenburg-Vorpommern. Ze richtte ook mee het Emilie Mayer Gesellschaft op. Die vereniging wil de veel te lang vergeten componiste en haar opmerkelijke oeuvre opnieuw in de belangstelling brengen. Gitta Martens’ roman is daartoe een origineel en welgekomen initiatief.

Sowieso had ik me voorgenomen om tijdens onze vakantie in Meckelburg-Vorpommern, de noordoostelijke regio van Duitsland tegen de Poolse grens aan, op zoek te gaan naar sporen van Emilie Mayer (1812-1883). Op deze blog schreef ik eerder al een uitgebreid portret over haar. Hoewel ik me ervan bewust was dat er van deze opmerkelijke vrouw, die inmiddels beschouwd wordt als de belangrijkste 19de-eeuwse componiste van Duitsland en misschien wel van Europa, weinig terug te vinden is, hoopte ik onder meer in de omgeving van haar geboortestadje Friedland toch nog ‘iets’ te kunnen opsnuiven. 

De Marienkirche in Friedland toen en nu.

Toen ik ter plekke nog eens wat googelde, kwam ik tot mijn verrassing uit bij het nog jonge Emilie Mayer Gesellschaft. Bovendien stelde ik vast dat er onlangs een nieuw boek verschenen was: Emilie Mayer, Componistin – Sinfonie eines Lebens, van de hand van Gitta Martens. Groot nieuws, want afgezien van een academische studie (Almut Runge-Woll: Die Komponistin Emilie Mayer – Studien zu Leben und Werk, 2003) was tot nog toe maar één enkele biografie over haar gepubliceerd: Emilie Mayer: Europas größte Komponistin (2021) van journaliste Barbara Beuys, waarop ik mij baseerde voor het portret op mijn blog.

Mayerei

Reinhard Gagel en Gitta Mayer richtten in Friedland het Emilie Mayer Gesellschaft op. © Veerle Janssens

Benieuwd naar dat nieuwe boek, dat me van opzet bijzonder origineel leek, nam ik prompt contact op met de Emilie Mayer Gesellschaft. Twee dagen later zaten Dirk en ik tegenover de schrijfster Gitta Martens en haar partner Reinhard Gagel, beroepspianist en kunstenaar. Ze wonen in een deelgemeente van Friedland in een verbouwde boerderij waarin ze ook een lokaal kunstencentrum openden. Eind 2022 richtten ze mee de vereniging ter nagedachtenis van Emilie Mayer op, met als doel haar werk onder de aandacht te brengen.

Dat doen ze onder meer met een ‘Mayerei’, een reeks concerten die ze afgelopen mei voor de tweede keer organiseerden op verschillende locaties in de omgeving. Ze zijn vastberaden daar een tweejaarlijkse traditie van te maken. Want deze dochter van de streek verdient herontdekking.

Bewust ongehuwd

Emilie Mayer.

Emilie Mayer kende een opmerkelijke levensloop. Ze bleef bewust ongehuwd om zich volledig te kunnen wijden aan de muziek. Wellicht als eerste vrouw in de geschiedenis gaf ze zich uit als ‘beroepscomponiste’. Haar omvangrijke oeuvre omvat bijzonder veel kamermuziek en – vrij uitzonderlijk voor een vrouw – ook veel orkestwerk (zeker acht symfonieën en misschien wel vijftien ouvertures). In haar tijd genoot ze brede erkenning en stond ze zelfs bekend als de ‘vrouwelijke Beethoven’ (*). Toch werd ze volledig genegeerd in de muziekgeschiedenis. Hoe dat gebeurde, lichtte ik toe in mijn eerdere blogpost.

Hernieuwde belangstelling

Gelukkig en meer dan terecht geraakt ze stilaan opnieuw in de belangstelling. Die kwam voorzichtig op gang in 2012, naar aanleiding van Emilies 200ste geboortedag, vertelt Gitta Martens bij een kop koffie en zelfgebakken chocoladecake. De Neubrandenburger Philharmonie o.l.v. Stefan Malzew voerde toen Emilies vierde symfonie uit. In 2019 bracht dat orkest, gevestigd in de 30 km van Friedland gelegen stad Neubrandenburg, die symfonie uit op een dubbel-cd, samen met nog ander knap werk zoals haar heerlijke pianoconcerto, een pianosonate en een strijkkwartet.

De Emilie-Mayer-Weg in Friedland. © vja

Vervolgens bracht een vrouwenkoor uit Friedland enkele van Emilies liederen in concert. Die dames konden het stadsbestuur er ook toe bewegen een nog naamloos straatje Emilie-Mayer-Weg te dopen. Voorts kwam er een gedenktegel te midden van wat nu een grote, versteende Marktplatz is maar waar ooit de apotheek van Emilies vader gevestigd was. Emilie woonde er tot haar 28ste, het jaar waarin haar vader zich van het leven benam en zij met een erfenis als startkapitaaltje naar Stettin (de huidige Poolse stad Szczecin) en vervolgens Berlijn trok om zich verder te bekwamen in de muziek.

Stoeptegel op de Marktplatz: ‘Friedländer Ratsapotheke – Geburtshaus der Komponistin Emilie Mayer’. © vja

Internationale Vrouwendag

Terwijl de Friedlanders Emilie Mayer stilaan begon te ontdekken, kwam ook Gitta Martens – die geboren werd in Bremen, met haar partner woonde en werkte in onder meer Keulen, Wenen en Berlijn, en pas in 2015 naar de regio verhuisde – haar op het spoor. Dat gebeurde in het kader van de in Duitsland breed gevierde Internationale Vrouwendag. Voor een muzikaal omlijste lezing die ze mee organiseerde, zochten ze naar werk van vrouwen. Het was het in vrouwelijke componistes gespecialiseerde Furore Verlag dat hen Emilie Mayer tipte. 

Omdat er nu toch wel behoorlijk wat nieuwsgierigheid rees naar deze weinig bekende streekgenote, besloot Gitta, die een verleden heeft in de theaterwereld, een hoorspel rond haar op te zetten. Reinhard speelde een muziekcriticus, een collega-pianiste vertolkte Emilie Mayer, Gitta interviewde haar. Dat hoorspel werd een opstapje naar Gitta’s recent verschenen boek. Drie jaar lang stak ze al haar tijd en energie in bronnenonderzoek, vertelt ze enthousiast. Reinhard lacht: ‘Ik was al die tijd getrouwd met twee vrouwen: Gitta en Emilie.’

Roman

Gitta noemt het resultaat van al haar opzoekwerk bewust een roman, geen biografie of non-fictie. Bij gebrek aan overgeleverde egodocumenten is het immers niet te achterhalen hoe Emilie zich werkelijk staande heeft gehouden in een mannenwereld die niet te wachten zat op een componerende vrouw en al zeker niet op een ongehuwd gebleven vrouw die van dat componeren haar beroep maakte. Tegelijk bood dat haar ghostwriter veel ruimte om die leemtes op te vullen. ‘Ik heb er veel plezier aan beleefd’, glundert Gitta.

Wie de biografie van de hand van Barbara Beuys las, zal niettemin veel ‘feiten’ in Gitta’s boek herkennen. En genieten van de manier waarop Gitta een en ander ‘verwerkt’ heeft. Wat Emilie Mayer, Componistin – Sinfonie eines Lebens zo fijn om te lezen maakt, is de originele vorm die Gitta ervoor bedacht. We maken kennis met ‘Emmie’ aan de hand van haar dagboek. Een fictief dagboek dus, maar uiterst geloofwaardig. Ze, Emilie dus, schrijft ‘zelf’ dat ze het geheim wil houden, zodat ze haar persoonlijke besognes van zich af kan schrijven zonder dat iemand die ooit te lezen krijgt. Wat in de realiteit dus ook gebeurd is, mocht ze wel degelijke een dagboek bijgehouden hebben. Dat zou overigens niet verbazen. Dagboekschrijven was in die tijd immers een gangbare praktijk. Denk maar aan de vele bladzijden die Fanny Mendelssohn en Clara Schumann volgepend hebben.

Om zich de schrijfstijl van die tijd eigen te maken heeft Gitta Martens ettelijke van dat soort (dag)boeken gelezen, zoals de briefroman Die Günderode van Bettina von Arnim over haar vriendschap met de dichteres Karoline von Günderrode. Gitta moet er dan ook om lachen dat een Duitse recensente net struikelde over bepaalde formuleringen en woordkeuzes in haar boek, terwijl die het net zo authentiek maken. Ikzelf had er alvast geen moeite mee – al is het Duits natuurlijk niet mijn moedertaal en voel ik die nuances minder aan. Ook de enkele zinnetjes in het Plattdeutsch – naar alle waarschijnlijkheid sprak Emilie Mayer, die slechts een basisopleiding aan de plaatselijke dorpsschool genoot, geen Hochdeutsch – waren in de context vlot verstaanbaar. Je gelooft echt dat je Emilies dagboek leest.

Recht op geheimen

De kritiek op de recente biografie over Clara Schumann indachtig, waarbij Christine Eichel haar benadert als een hedendaagse vrouw (lees mijn bespreking Clara Schumann, modern icoon in de 19de eeuw), informeerde ik of Gitta Martens geen kritiek kreeg dat ze van een historische figuur een (roman)personage maakte. Nee, verzekerde ze me. Haar uitgeverij, dezelfde overigens als degene die de biografie van Barbara Beuys publiceerde, ging helemaal mee in het concept. 

Toch was ze zich ervan bewust dat je voorzichtig moet zijn met historische figuren. In het inleidende hoofdstuk, dat ze de titel ‘Das Geheimnis der Emilie Mayer’ gaf, citeert ze Heinrich Böll: ‘Ieder mens heeft recht op waardigheid en geheimen, ook een fictief personage.’ En ze geeft toe: ‘Ik weet niet hoe ‘Emmie’ leefde en liefhad in een tijd waarin burgerlijke vrouwen zich moesten bekwamen in de de rol van huisvrouw en moeder van talrijke kinderen, en het pianospel enkel diende ter vermaak van het gezin.’ 

Fanny’s pianotrio

Niettemin hoopt ze dat ze met haar boek aanschouwelijk heeft kunnen maken hoe het geweest zou kúnnen zijn, hoe Emilie Mayer de kracht heeft kúnnen vinden om een zo groot(s) oeuvre te scheppen. In dat opzet is ze volgens mij glansrijk geslaagd. Door de ogen van Emilie krijg je een omvattende kijk op de levensomstandigheden in haar tijd, de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, de moeilijkheden en vooroordelen waarmee vrouwen te maken hadden, hoe zij daar als zelfbewuste vrouw mee omging, enzovoort. Naar de suffragettes in Engeland kijkt ze met verbazing. Ze vindt hun soms gewelddadige strijd voor gelijkheid gedurfd maar wel nodig. Zij doet het op haar manier, door via haar muziek aan te tonen dat vrouwen alles kunnen als ze willen en niemand hen hindert. 

Ook de verwijzingen naar haar collega’s-componisten vond ik mooi gedaan en erg zinvol om haar te plaatsen in een ruimer kader. In Berlijn laat Gitta haar een van de door Fanny Mendelssohn georganiseerde Sonntagsmusiken bijwonen, waarop Clara Schumann Fanny’s pianotrio in première brengt. Van die ontmoeting noch van die première bestaat historisch bewijs, maar het zou zeker zo gegaan kunnen zijn. 

En hoe stond Emilie Mayer bijvoorbeeld tegenover de nieuwlichterij à la Wagner? Ze begrijpt haar intieme vriendin niet, die dweept met de revolutionaire componist en de Bayreuther Festspiele de belangrijkste muzikale bijdrage van hun tijd vindt. Wat haar dan weer wel doet filosoferen over haar eigen muziek.

MeToo

Voor de hedendaagse lezer/es blijkt Emilies levensloop zowaar een liefdes- en een MeToo-verhaal te bieden. Was ze stiekem verliefd op haar mentor, de componist Carl Loewe bij wie ze les ging volgen in Stettin? Of had haar relatie met Elfie, de vriendin die Gitta aan haar zijde plaatst, een diepere betekenis? En wat was het geheim van haar vader, die haar steunde in haar artistieke ambities en aan wie ze ook na zijn zelfgekozen dood warme herinneringen bewaarde? Tegelijk is het knap hoe Gitta Martens in het midden laat wat de ware toedracht van die verhalen geweest kan zijn.

Want, wie weet, zo besluit ze haar inleiding, ‘misschien wordt de befaamde schoendoos vol documenten ooit nog eens op zolder gevonden, met het verhaal dat alles toen compleet anders was’.

Vertaling

Terwijl in Duitsland de belangstelling voor Emilie Mayer groeit, blijft ze bij ons vrijwel onbekend. Nederlandstalige boeken over bijvoorbeeld Clara Schumann en Fanny Mendelssohn zijn inmiddels beschikbaar, maar voor Emilie Mayer moet men het Duits machtig zijn. Daarom hoop ik dat een uitgeverij bij ons het aandurft dit boeiende en hoogst lezenswaardige boek van Gitta Martens te vertalen. Zowel de componiste als haar ghostwriter verdient het.

Faust en Gretchen

Intussen is het hoog tijd dat ik zelf eens werk van Emilie Mayer speel. Gitta en Reinhard herinnerden me aan haar Faust-Ouvertüre, waarvan ze ook een bewerking voor piano vierhandig liet uitbrengen. De componiste gaf de muziekpedagoog Berthold Knetsch daartoe de opdracht, om ook de huiskamer te bereiken. Ik heb de partituur meteen besteld bij Furore Verlag en kijk ernaar uit dit werk in het nieuwe schooljaar met mijn lerares Axelle in te studeren.

De bewerking voor piano vierhandig van Emilie Mayers Faust-Ouvertüre door Berthold Knetsch.

Benieuwd hoe deze krachtige ouverture klinkt op piano – ik vond nog geen opname van de bewerking. Bij de première in 1881 werd het orkestwerk alleszins enthousiast onthaald en het kende vele opvoeringen, tot in Wenen en Praag toe. Volgens een criticus ‘ademde het de opwinding van hevige stormen en passionele gevechten’, terwijl vrouwen nochtans niet in staat werden geacht uitdrukking te geven aan passie en strijd. Gitta laat Emmie in haar dagboek evenwel opmerken dat het haar helemaal niet te doen was om de figuur van Faust – die overigens wel indruk op haar maakte bij Wagner. ‘Gretchen is de heldin; zij toont ware grootheid. De wereld zal niet genezen door de Duitse geest, maar door vrouwen’, merkt ze samen met haar ghostwriter op. En ze beseft: ‘Ik had mijn symfonieën niet alleen aan beroemde mannen moeten opdragen, maar ook aan mannelijke helden. Dan had ik mogen razen, stormen en vechten. (…) Ach, soms ben ik die constante subtiele of harde miskenning als componiste zo beu.’ 

Akademie für Alte Musik

De Faust-Ouvertüre staat deze herfst op het programma van een meerdaags festival van de Akademie für Alte Musik in Berlijn. Gespreid over drie concerten worden in primeur alle bewaard gebleven orkestwerken van Emilie Mayer uitgevoerd: vijf symfonieën, vier ouvertures en het concerto voor piano en orkest met Alexander Melnikov als solist. Ik denk dat ik maar eens gauw een citytrip naar Berlijn boek.

______________

• Gitta Martens: Emilie Mayer, Componistin – Sinfonie eines Lebens, Barton Verlag, 2025, 203 p.
• Emilie Mayer Gesellschaft
• Website van Gitta Martens.
• Akademie für Alte Musik: Ein Festival für Emilie Mayer, 24 oktober tot 1 november 2025 in de Pierre Boulez Saal in Berlijn.
(*) Update: dat haar tijdgenoten Emilie Mayer een vrouwelijke Beethoven noemden, wordt betwist. Veeleer zou dat een hedendaagse marketingtruc zijn. Lees: Emilie Mayer was wie ze was – geen ‘vrouwelijke Beethoven’ (18.8.2025).








Clara Schumann, modern icoon in de 19de eeuw

Notities Posted on 26 juni 2025 23:46

Over het leven, het werk en de betekenis van Clara Schumann is al lang zeer veel bekend. Ze is veruit de best gedocumenteerde componiste en pianiste uit de negentiende eeuw – waar ze overigens zelf mee voor gezorgd heeft. Toch vond de Duitse journaliste Christine Eichel het de hoogste tijd om nog een nieuwe biografie te schrijven. Een biografie waarin ze nieuwe accenten legt en vooral: Clara beoordeelt volgens 21ste-eeuwse normen en waarden. Gewaagd, al doet het wel lezen en wil je het graag geloven. De bewondering en het respect voor deze unieke vrouw wordt er alvast niet minder op.

Nog een Clara Schumann-biografie erbij in mijn boekenkast. © vja

Eerlijk gezegd was ik niet geneigd om nog maar eens een biografie te lezen over Clara Schumann. Wat zou ik nog voor nieuws kunnen vernemen nadat ik voor mijn eigen boek Vrouw aan de piano en vervolgens ook voor lezingen en cursussen haar leven en werk al grondig bestudeerd had? Ik las onder meer het vroege referentiewerk The Artist and the Woman (1991) van Nancy B. Reich en het recentere Clara Schumann. Ihr Leben. Eine biographische Montage (2015) en Clara Schumann – Musik als Lebensform (2019), beide van prof. Beatrix Borchard, volgens mij nog altijd dé Clara-experte bij uitstek. Voorts grasduinde ik uitvoerig in de vele bewaard gebleven dagboeken van Clara (en Robert) Schumann. 

Cover van de Nederlandse vertaling / Christine Eichel. © Thomas Kierok/ Siedler Verlag

De schrijfster van de meest recente biografie en haar uitgeverij beloofden evenwel een nieuwe kijk op de componiste. Volgens de flaptekst van Clara – Het leven van Clara Schumann: wonderkind, carrièrevrouw, cultureel icoon ‘rekent Christine Eichel af met de clichés’. De journaliste en filosofe, die eerder ook al een ophefmakende biografie schreef over Beethoven onder de titel Der empfindsame Titan, zou dat doen op basis van een nieuwe lezing van de vele bronnen. Geprikkeld door de vijf sterren die De Standaard ‘deze ongemeen goed vertelde biografie’ toekende, ging ik dan toch overstag.

Legendevorming

Ik kan al meteen zeggen dat ik wat de historische feiten betreft niet veel nieuws geleerd heb. Uit eerdere biografieën vernam ik zelfs nog meer over Clara én haar entourage. Al rijst meteen wel de vraag wat ‘feiten’ zijn… Wat waren de feiten en wat was legendevorming, ook door Clara zelf? Beatrix Borchard illustreerde eerder al hoezeer Clara zich er levenslang van bewust was dat ze ‘bekeken’ werd. Al toen ze een kind was en nog niet kon schrijven, hield haar vader Friedrich Wieck in haar naam een dagboek bij. Door zijn ogen kunnen we volgen hoe het wonderkind de Europese concertpodia veroverde, welke inspanningen hij daarvoor leverde en hoe hij er ook flink aan verdiende. Op latere leeftijd nam Clara zelf de pen ter hand, voor haar eigen dagboeken, voor het huwelijksdagboek met Robert Schumann en voor de uitgebreide correspondentie met collega’s en vrienden, onder wie natuurlijk Johannes Brahms, met wie ze een (al dan niet platonische) relatie had.

Christine Eichel is evenwel de mening toegedaan dat Clara in haar schrijfsels niet altijd oprecht was. Dat was ze overigens niet zonder reden. Immers, had Robert haar niet ooit toevertrouwd dat hij met de gedachte speelde zijn gehele correspondentie te publiceren, ervan overtuigd dat hij de muziekgeschiedenis zou ingaan als een genie? Hoe kon ze er dan zeker van zijn dat hun journal intime nooit door derden gelezen zou worden?

Daarom deed Clara er volgens Eichel alles aan om de schijn van het perfecte kunstenaarskoppel hoog te houden. ‘De manier waarop hun huwelijk werd gezien en beschreven zou Clara Schumann met diepe voldoening hebben vervuld,’ vermoedt Eichel, ‘zoals ze ook genoten zou hebben van de talrijke biografieën die de mythe van hét droompaar van de romantiek laten voortleven en die Clara verheerlijken als een tragische heldin.’ Over de schaduwkant van dat succesverhaal had men het liever niet: ‘de verloocheningen, de eenzaamheid, het rusteloze leven van een kunstenares die met mislukkingen net zo vertrouwd is als met doorslaande successen’.

Huisvrouw

Als je de volledige briefwisseling goed leest, zo stelt Eichel, ‘onthult de voorgeschiedenis van dit huwelijk een verbitterde strijd tussen de seksen. Aan beide kanten.’ Zoals bekend heeft Clara gevochten, tot voor de rechtbank toe, om tegen de wil van haar vader te kunnen trouwen met de negen jaar oudere Robert. 

Clara Wieck kort voor haar huwelijk met Robert Schumann in 1840.

Nochtans had ook zij haar twijfels: Robert liet er in zijn brieven geen misverstand over bestaan dat ze in het eerste jaar van haar huwelijk en misschien wel definitief het concerteren, ja zelfs de kunstenares in haar, zou moeten vergeten. Hoezeer hij haar pianistiek talent ook bewonderde én nodig had – eigenlijk was ze letterlijk zijn rechterhand voor het uitvoeren van zijn eigen composities – ze zou in de eerste plaats huisvrouw moeten worden. Aan de jonge vrouw die nooit iets in het huishouden had moeten doen – op zich al een unicum in die tijd – schonk hij nog voor hun bruiloft een kookboek. Met de haar typerende vasthoudendheid deed ze wel degelijk haar best om het haar onbekende terrein van de kookkunst te veroveren. Ze legde op hun eerste adres in Leipzig zelfs een moestuin aan, wat haar luidens het huwelijksdagboek ‘het grootste plezier’ bezorgde. ‘Het ontbreekt me werkelijk aan niets voor mijn geluk’, schreef ze, maar meteen voegde ze daar relativerend aan toe: ‘als daar niet af en toe een melancholieke blik op de toekomst zou zijn, die mij verdrietig stemt’. 

Labiele man

Hun woonst in de Inselstrasse (nu het zeer bezoekenswaardige museale Schumann Haus annex Musik- und Kunstschule Clara Schumann) ervoer ze als een gevangenis, terwijl ze ‘in artistiek opzicht dakloos’ geworden was nu ze niet meer mocht optreden. Robert, haar ‘sentimenteel opgehemelde held’ uit de naïeve dromen van haar meisjesjaren, bleek bovendien al gauw een labiele man die in toenemende mate een last voor haar betekende, culminerend in zijn zelfmoordpoging en zijn opname in een krankzinnigengesticht. Dat hij Clara toch aanmoedigde om te componeren, ach, dat was waarschijnlijk ‘omdat het een huiselijke bezigheid is’.

Clara en Robert Schumann in 1847.

Nee, Robert komt allesbehalve mooi uit het verhaal zoals Eichel het schetst. Al snel na haar bruiloft besefte Clara dat ze getrouwd was met ‘een man die ongeschikt is voor een relatie, die zich meestal in stilzwijgen hult, zich urenlang opsluit in zijn werkkamer en zijn avonden het liefst in de kroeg doorbrengt. Zonder haar. Van steun voor haar artistieke interesses is geen sprake. Robert verwacht dat ze hem van dienst is en heeft geen oog voor haar eigen behoeftes.’ 

Maar ook voor Clara is de biografe bijwijlen streng: ze heeft haar troefkaarten verspeeld en Roberts waarschuwende woorden in de wind geslagen. Zelfs op seksueel vlak wist ze heel goed waar ze aan toe was, toen ze Roberts brieven las: ‘Het zal je hoe dan ook moeilijk vallen het beroemde instrument [Clara’s erotische aantrekkingskracht] over mij te hanteren, ik zal jou, wildebras die je bent, weten te temmen.’ 

De financiële toestand van het weldra kroostrijke gezin – Clara zou acht kinderen op de wereld zetten – betekende Clara’s redding. Omzichtig laverend dwong ze af dat ze toch weer kon gaan toeren. De ooit zo zelfstandige en alom gerespecteerde vrouw slaagde er dan toch in uit de haar opgelegde cocon te breken.

Clara’s verhaal is daarmee bijlange na niet ten einde – voor een korte versie verwijs ik graag naar Vrouw aan de piano, voor een gedetailleerde wil ik zeker deze zeer vlot leesbare monografie van Christine Eichel aanbevelen.

Desperate housewife

Maar wat maakt Eichels werkstuk nu zo anders, behalve dat ze aandachtig tussen de regels van Clara’s schrijfsels leest?

Johannes Brahms in 1853, toen hij zich kwam voorstellen aan Clara en Robert.

Al vanaf de eerste bladzijden valt haar eigenzinnige aanpak op. Toegegeven, haar inleiding (Preludium) las ik nog met enige scepsis. Niet in de laatste plaats door Eichels modieuze woordkeuze en psychologische typeringen, die me niet alleen verrasten maar soms ook wel deden grinniken. Zo omschrijft ze Clara onder meer als een working mom die vocht voor haar worklifebalance en niettemin opmerkelijk goed slaagde in networking. Na de geboorte van haar eerste kind vertoonde ze tekenen van babyblues, al bracht ze die ‘postnatale stemmingen’ geenszins daarmee in verband. Ze voelde zich in haar ‘toxische relatie’ afgewezen door haar man. Ze was een desperate housewife, die leed aan het ‘stockholmsyndroom’. Tegelijk was ze bezorgd over wat de buitenwereld ervan zou vinden dat zij meer verdiende dan Robert, want dat was ‘een typisch geval van downdating’. Net zoals haar relatie als statige sterpianiste met de mooie blonde, 14 jaar jongere Johannes Brahms. 

Zes van de acht kinderen die Clara op de wereld zette.

En dat ze egocentrisch was en een ‘frappante kilheid’ vertoonde ten aanzien van haar kinderen? Dat is volgens Eichel tekenend voor regretting motherhood, ‘het lang als taboe beschouwde berouw van vrouwen die spijt hebben van hun moederschap’ – wat overigens perfect verklaarbaar was, omdat Clara als kind van gescheiden ouders zelf nooit ouderliefde had ervaren én omdat het nooit haar ambitie was om een gezin te stichten. Niet alleen Robert ervoer ze steeds meer als last, ook haar kinderen waren dat. Dat zou volgens Eichel de reden kunnen geweest zijn voor haar twee abortussen. (Uit eerdere biografieën onthield ik dat het om twee miskramen ging, maar Eichel meent te kunnen stellen dat Clara die welbewust heeft uitgelokt.)

Voorts zijn er nog de ‘queere aspecten van Clara’s leven’: Roberts moeilijk te onderdrukken biseksualiteit die hij consumeerde met ‘zonnejongelingen’ (in eerdere biografieën zag ik ook die nooit zo duidelijk aangehaald) en de lesbische relatie van een van haar dochters. Robert wordt door Eichel overigens gediagnosticeerd als iemand met een ‘histrionische’ persoonlijkheid, met narcistische trekjes en een hechtingsproblematiek.

Storytelling

Dat Clara na de dood van Robert tijdens haar concerten steevast met een rouwband en geheel in het zwart gekleed het podium betrad, duidt Eichel met een hedendaagse term als storytelling. ‘Schotel de mensen een emotioneel verhaal vol tragiek en drama voor, en je kunt ervan uitgaan dat je hun steun geniet.’ Terugkomend op hierboven: ‘Deze marketingstrategie [mijn cursivering] werkte echter alleen op basis van het sentimentele narratief [idem] dat zij en haar man tot zijn overlijden het perfecte huwelijk hadden, wat niet het geval was. Maar Clara wist hier wel iets op. Weldoordacht publiceerde ze alleen brieven die deze mythe [idem] aanwakkerden. Brieven over problematische onderwerpen bleven in de la liggen.’  

De vraag of er nu werkelijk sprake was van erotiek tussen de genieën Clara Schumann en Johannes Brahms vindt Eichel minder interessant: ‘Clara pakt wat ze nodig heeft (…). Als het op een gegeven moment moeilijk dreigt te worden, maakt ze een einde aan het samenwonen en laat ze het bij een vriendschap. Geen compromissen meer. Na zich te hebben bevrijd van haar strenge vader en haar problematische echtgenoot zal ze zich hoe dan ook nooit meer verlaten op een man, niet op een vaste partner en ook niet op de bescherming door een impresario. Ze gaat te werk als een zakenvrouw, een selfmade woman, die haar carrière in eigen hand neemt.’

En ze besluit: ‘Je zou kunnen zeggen dat Clara Schumann de Lady Gaga van de negentiende eeuw is: een zelfstandige kunstenares die haar eigen mythe creëert.’

Verrassend moderne vrouw

Aanvankelijk fronste ik dus de wenkbrauwen bij die op-en-top 21ste-eeuwse analyse van een 19de-eeuws leven, met bijbehorende (Engelstalige) typeringen. Maar gaandeweg ging ik er wel in mee. Sowieso hoefde ik al lang niet meer overtuigd te worden dat Clara veel meer was dan ‘vrouw van’ en dat haar strijd voor autonomie, op artistiek, menselijk en economisch gebied ‘uniek’ was. Vooral als je beseft dat ze geen noemenswaardige vrouwelijke voorbeelden had en het nog ruim vijftig jaar wachten was op de suffragettebeweging voor gelijke rechten. Clara beschouwde zich trouwens ‘in de eerste plaats juist niet als vrouw, echtgenote of moeder, maar als kunstenares’.

En al denk ik bij romantiserende biografieën in de eerste plaats aan de biopics die destijds vooral de driehoeksrelatie Robert-Clara-Johannes in de verf gezet hebben, ik kan Christine Eichel ook wel ergens begrijpen dat ze het tijd vond om ‘Clara’s verhaal opnieuw te vertellen, bevrijd van het vernisje van idealiserende interpretaties. Niet in de laatste plaats omdat ze, ook los van de historische context, een verrassend moderne vrouwenfiguur is’. Omdat Clara’s relatieproblemen ‘verbazingwekkend hedendaags’ overkomen, mogen ze volgens Eichel vanuit die optiek benaderd worden. ‘Clara schrijft over veel onderwerpen die vrouwen ook nu nog bezighouden – de kwestie van de eigen identiteit, de problematiek van de financiële afhankelijkheid, de maatschappelijk bepaalde machtsongelijkheid tussen man en vrouw, ook de wens om na de bruiloft haar professionele doelen te verwezenlijken. Maar in de eerste plaats gaat het gewoon om geld.’

Catalogus van de tentoonstelling in Frankfurt in 2019. Met Clara’s portret van Franz von Lenbach, 1878.

Eichel is niet de eerste die Clara portretteert als een ‘moderne vrouw’. Ik moest terugdenken aan een van de tentoonstellingen die ik bezocht in 2019, het jubileumjaar naar aanleiding van Clara’s 200ste geboortejaar. In Frankfurt am Main, waar Clara de laatste jaren van haar leven woonde en lesgaf aan het conservatorium, liep die expo onder de titel Clara Schumann – eine moderne Frau im Frankfurt des 19. Jahrhunderts. Een medewerkster vertrouwde me toen toe dat ze als historica niet gelukkig was met die omschrijving: je mag toch niet met hedendaagse maatstaven kijken naar het verleden? Dat is dus nét wat Christine Eichel wel doet, en met nog véél meer vastberadenheid.

Fake news

Dat wordt zeker niet overal geapprecieerd. Op het net las ik in een recensie van het Duitse origineel dat Eichels perspectief getuigt van ‘vooringenomenheid’. ‘Hoe psychologisch plausibel het boek ook lijkt, zo eenzijdig is de interpretatie van de autrice toch ook wanneer ze met hedendaags jargon toxische mannelijkheid en vrouwelijke zelfbekrachtiging tegen elkaar uit speelt.’

Nog strenger klonk het in een opiniebijdrage van de erevoorzitter van het Städtische Musikverein zu Düsseldorf, het orkest waar Robert (op een weinig succesvolle manier) dirigent was. Manfred Hill (80) is niet alleen ‘bezorgd dat het echtpaar Schumann wordt verguisd en in een licht wordt geplaatst dat niet overeenkomt met de bewijsbare feiten’. Hij meent ook dat Eichel verouderde edities van brieven gebruikte – waarmee hij eigenlijk wel toegeeft dat er eerder een probleem was met de bronnen – en hij verwijt haar dat ze geen bewijzen voorlegt. Wat zijn die ‘tot dusver veronachtzaamde bronnen’ waarop zij zegt zich te baseren? Hij betreurt dat ze ‘al lang achterhaalde clichés die op basis van de bronnen weerlegd zijn’ opnieuw bovenhaalt en vreest dat het fake news dat ze verspreidt een terugslag zal betekenen voor de serieuze muziekwetenschappers die al tientallen jaren onderzoek doen naar de familie Schumann. ‘Jammer dat persoonlijkheden worden aangevallen die zich niet meer kunnen verdedigen. En niet in de laatste plaats vraag je je af: waarom eigenlijk? Waarom worden voor zo’n sensationele roman echte personages gebruikt?’ Een ‘roman’ noemt hij het dus ook, geen objectieve wetenschappelijke tekst.  

‘Eigenlijk mag je geen aandacht besteden aan deze biografie, en ik koop ze sowieso niet’, luidde het in een van de reacties op Hills opinie. Iemand anders veroordeelde het ‘TikTok-niveau’, dat ‘volkomen ongepast en respectloos is ten aanzien van dit buitengewone kunstenaarspaar’.

Tja. Terechte kritiek? Of een illustratie van wat Christine Eichel net wil aantonen: dat melomanen (van een oudere generatie?) het niet nemen dat geraakt wordt aan hun held, i.c. Robert Schumann? De website van Städtische Musikverein zu Düsseldorf lijst alleen de instemmende reacties op Hill op. Intussen is de biografie in Duitsland wel een verkoopsucces. 

Dubbelportret

Tot slot wil ik nog stilstaan bij nog een originele kijk van Christine Eichel. Zij kijkt met andere ogen naar de overgeleverde portretten van Clara Schumann. In haar marketingstrategie was Clara zich immers erg bewust van het toenemende belang van beelden (de zogenaamde iconic turn).

Dubbelportret (1846), gipsafdruk naar het origineel van Ernst Rietschel zoals het te zien was op de tentoonstelling in Frankfurt. © vja

Eerder schonken biografen al aandacht aan de constellatie op het bekende medaillon dat de Leipziger beeldhouwer Ernst Rietschel maakte. Voor dat dubbelportret eiste Robert dat hij vooraan geplaatst werd, omdat hij van oordeel was dat de scheppende kunstenaar (de componist) voorrang had op de uitvoerende (de pianiste). Volgens Christine Eichel was het enkel terwille van de lieve vrede dat Clara zich daarbij neergelegd zou hebben.

Deugdzaam mutsje

Zo ook zou ze haar kledingstijl hebben aangepast aan de wensen van Robert – en de verwachtingen aangaande haar nieuwe status als echtgenote. Droeg de jonge pianiste op een vroeg schilderij nog een witzijden jurkje ‘met een inkijkje’, dan zou ze voor latere portretten ‘op bevel van haar echtgenoot’ hooggesloten donkere jurken dragen en een deugdzaam mutsje dragen’. ‘Van de stralende jonge vrouw die aan de vleugel de wereld wilde veroveren, valt nauwelijks nog iets te bespeuren.’

Tekening door Wilhelm Hensel, 1847.

Op de portrettekening van 1847 gemaakt door de echtgenoot van Fanny Hensel-Mendelssohn valt Christine Eichel bovendien Clara’s ‘neergeslagen blik’ op, ‘alsof direct oogcontact ongepast is’. ‘Ze maakt een bescheiden indruk, ingetogen, met haar hoofd lichtjes opzij gebogen en een vaag aangeduide glimlach.’ Maar dat zou volgens Eichel slechts schijn zijn: ‘In werkelijkheid is er een roos van staal tot bloei gekomen. Want de vrouw die daar voor Wilhelm Hensel poseert, lijkt nauwelijks nog op de pasgetrouwde Clara. (…) Intussen is ze weer thuis op de grote concertpodia van Europa, gaat uitgebreid op tournee en treedt op voor gekroonde hoofden.’ 

Toch had ze dergelijke portretten met een vrouwelijk imago nodig, want ‘een reputatie van zelfbewuste manager of zelfs van manwijf zou haar alleen maar hebben geschaad’. Het vrouw-zijn was in de concertwereld haar beste troef. In 1853 is ze op een schilderij van Jean-Joseph Bonaventure Laurens overigens opnieuw te zien met een wit mutsje.

Portret door Jean Joseph Bonaventure Laurens, 1853.

In het bekendere portret van de hand van Franz von Lenbach van 1878 (zie hoger) kijkt Clara ons daarentegen minzaam tegemoet ‘als een ongewoon benaderbare oudere vrouw, die ondanks enkele tekenen van ouderdom iets meisjesachtigs heeft bewaard. (…) Hij portretteert haar als vrouw, als mens, zonder enige verheerlijking.’

Domesticatie

Ik vond die aandacht van Eichel voor de iconografie origineel en verhelderend. De heer Hill uit Düsseldorf vraagt echter bewijzen, inzonderheid over ‘het brave witte kanten mutsje’, dat volgens Eichel dient ter ‘domesticatie’. Dat mutsje komt herhaaldelijk terug in de biografie, maar op de weinige portretten die in het boek zijn afgedrukt, is het helaas niet te zien. Dan maar gezocht op het net. Ik kende al zeer veel afbeeldingen van Clara, en ook die met het bewuste mutsje moet ik wel al eens gezien hebben. Maar blijkbaar hebben ze geen blijvende indruk nagelaten – misschien omdat andere biografen ze toch niet zo relevant vonden en er nauwelijks of zelfs geen aandacht aan besteedden?

Minstens zo jammer is het dat Clara’s composities wat onderbelicht blijven. Niet dat ze geheel onvermeld blijven, maar ze worden zeker niet allemaal uitgebreid besproken. Terechte aandacht daarvoor had eventueel ondervangen kunnen worden met een lijst achteraan in het boek – zoveel zijn het er nu ook weer niet. Een gemiste kans. 

Verandering van perspectief

Maar goed, daar was het de biografe, hoewel ze zelf piano speelt, minder om te doen. ‘Er is hoe dan ook een verandering van perspectief nodig om op waarde te kunnen schatten wat Clara in de loop van haar leven heeft bereikt’, besluit ze. ‘Tot de kern van haar prestatie kun je pas doordringen door het verschuiven van de blik van een “werkgeschiedenis” naar een geschiedenis van cultureel handelen.’ 

In de eerste plaats wilde ze dus – eens te meer en op een hedendaagse en vlot leesbare manier – aantonen hoe uniek en invloedrijk Clara Schumann in de muziekwereld wel was. Daar is ze zeker in geslaagd. Eichel mag haar ‘heldin’ dan wel bekijken met een 21ste-eeuwse feministische bril, Clara Schumanns levenswerk getuigt van ‘een genderonafhankelijke kwaliteit’.

___________________

  • Christine Eichel: Clara – Het leven van Clara Schumann: wonderkind, carrièrevrouw, cultureel icoon, Uitgeverij Omniboek, 2025, 348 p.
  • Oorspronkelijke uitgave: Clara. Künstlerin, Karrierefrau, Working Mom: Clara Schumanns kämpferisches Leben, Siedler Verlag, 2024, 432 p.
  • Duitse voorpublicatie en interview met Christine Eichel.
  • Beluister hier ook mijn boekbespreking in Pompidou op Klara, 26.6.2025.



Volgende »